Court annuls police job classification for strategic analyst, ruling state failed to justify value reduction.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State annulled the ministerial decision classifying the strategic analyst position in the Federal Police as Class 1, while dismissing the third applicant's admissibility objection. The court found the state's arguments regarding reduced hierarchical impact and limited functional influence insufficient to justify lowering the position's value from 3 to 1. Consequently, the specific classification for the strategic analyst role was overturned, but the overall appeal against the decision was rejected in part.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles II.III.14 RPPol; 5 June 2007 Ministerial Decision: A reduction in a job's value score must be strictly justified by concrete facts regarding the function's actual impact and hierarchy, not merely by generalized assumptions about indirect influence or limited scope.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
XIVe KAMER
nr. 239.978 van 28 november 2017
in de zaak A. 219.180/XIV-37.025
In zake : 1. Dirk GEURTS
2. Marjolein DELPLACE
3. Jan BUYS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe, Leopold Schellekens en Jochen Vranckx kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 4 mei 2016, strekt tot de nietigverklaring van het ministerieel besluit van 24 februari 2016 ‘houdende de weging en de indeling in klassen van de ambten van het niveau A van het administratief en logistiek kader van de federale politie’.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
XIV-37.025-1/25
Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld.
De verwerende partij heeft een laatste memorie en een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De verzoekers hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 september 2017.
Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Pascal Lahousse, die verschijnt voor de verzoekers, en advocaat Jochen Vranckx, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat de kosten betreft.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. De verzoekers oefenen de functie van “strategisch analist” uit bij de centrale directie van de Bestrijding van de Zware en Georganiseerde Criminaliteit (hierna: DJSOC), in de graad van adviseur.
3.2. Artikel II.III.14 RPPol verdeelt de ambten van niveau A in vijf klassen, genummerd van A1 tot A5, waaraan verschillende loonschalen zijn verbonden.
XIV-37.025-2/25
De ambten van niveau A worden in de klassen ingedeeld na een weging op basis van een matrix met twee assen, de as “omkadering” dat de criteria “hiërarchie in dalende lijn”, “hiërarchie in stijgende lijn”, “budgettaire verantwoordelijkheid”, en “autonomie in het raam van personeelsbeheer” bevat, en de as “bijdrage”, dat de criteria “opleidingsniveau vereist voor de uitoefening van de functie”, “ervaring vereist voor de uitoefening van de functie”, “complexiteit van de te behandelen problemen”, en “invloed van de functie” bevat. De minister wordt gemachtigd daaromtrent nadere regels vast te stellen.
3.3. In uitvoering van voornoemde bepaling, wordt het ministerieel besluit van 5 juni 2007 ‘betreffende de weging van de functies van niveau A van het administratief en logistiek kader van de politiediensten’ genomen (hierna: het ministerieel besluit van 5 juni 2007), vergezeld van de ministeriële omzendbrief GPI 60 van dezelfde datum.
Luidens artikel 2 van dit ministerieel besluit wordt het systeem van de weging voor elke functie van niveau A door de benoemende overheid ten uitvoer gelegd. In artikel 3 worden de criteria van de as “omkadering”
gedefinieerd, en in artikel 4 deze van de as “bijdrage”. Luidens artikel 4, 4°, van dit besluit wordt het criterium “invloed van de functie” gedefinieerd als volgt: “het aantal personeelsleden waarvan de statutaire of functionele situatie door één enkele actie van de functie kan worden beïnvloed”. De mogelijke waarden die per criterium van de as “bijdrage” aan een functie kunnen worden toegekend evenals de coëfficiënt per criterium, zijn bepaald in bijlage 2. Blijkens die bijlage wordt aan het criterium “invloed van de functie” de coëfficiënt 2 toegekend, en volgende mogelijke waarden:
“Invloed van de functie op minder dan 150 personeelsleden 0
Invloed van de functie op 150 tot 600 personeelsleden 1
Invloed van de functie op 600 tot 2.000 personeelsleden 2
Invloed van de functie op 2.000 tot 15.000 personeelsleden 3
Invloed van de functie op meer dan 15.000 personeelsleden 4”.
XIV-37.025-3/25
3.4. Bij ministerieel besluit van 8 december 2008, vervangen bij ministerieel besluit van 22 juni 2010, worden de ambten van het niveau A van het administratief en logistiek kader van de federale politie gewogen en in klassen ingedeeld. Bij een tweede ministerieel besluit van 8 december 2008 worden de betrokken personeelsleden van niveau A benoemd op de naast hun naam vermelde datum in de naast hun naam vermelde klasse. De verzoekers worden benoemd in klasse A2 met ingang van 1 september 2007.
Deze drie ministeriële besluiten worden door de Raad van State vernietigd bij arresten nr. 217.528 van 24 januari 2012, en nrs. 217.591 en 217.592
van 27 januari 2012.
Bij twee ministeriële besluiten van 10 juli 2012 worden de bedoelde ambten opnieuw gewogen en in klassen ingedeeld. De functie van “adviseur lid strategisch analist” -op dat tijdstip aanwezig in de centrale directies DJB, DJC, DJF en DJP van de algemene directie van de Federale Gerechtelijke Politie’(hierna: DGJ)- wordt ingedeeld in klasse 2, met ingang van 1 september 2007 tot 28 februari 2010, en met ingang van 1 maart 2010.
3.5. In uitvoering van de wet van 26 maart 2014 ‘houdende optimalisatiemaatregelen voor de politiediensten’, stelt het koninklijk besluit van 27 oktober 2015 ‘tot vaststelling van de personeelsformatie van de federale politie’ een nieuw organogram voor de diensten van de Federale Politie, “de organieke tabel 3” (hierna: OT3) vast. De functie van de verzoekers wordt herplaatst bij de centrale directie voor de Bestrijding van de Zware en Georganiseerde Criminaliteit’ (hierna: DJSOC), zijnde een van de vier directies ressorterend onder de DGJ en die gevormd wordt uit de voornoemde centrale directies DJB, DJC, DJF
en DJP.
3.6. Ingevolge deze herstructurering wordt voor alle ambten van niveau A tot een nieuwe weging overgegaan aan de hand van
XIV-37.025-4/25
functiebeschrijvingen die door de verschillende directies en diensten worden aangebracht.
Blijkens de nieuwe functiebeschrijving van “adviseur, beleidsmedewerker - strategisch analist” bij de DJSOC, dienst Beleid en Strategie, opgesteld in 2015, is de “bestaansreden van de functie” de volgende:
“De functie staat in voor:
• het leveren van een fundamentele bijdrage tot en het rechtstreeks ondersteunen van de beleidsontwikkeling en strategische planning binnen de federale politie en dit op het hoogste niveau van de politiële beleidsontwikkeling (o.m. input voor het NVP en de kadernota integrale veiligheid) door het concreet gestalte geven van de permanente beeldvorming (de impact, dreigingen en kwetsbaarheden identificeren, oplijsten en opvolgen) op nationaal en supranationaal vlak. Dit als kernactiviteit om de concepten van informatiegestuurde politiezorg (intelligence led policing and knowledge based policing) te kunnen realiseren;
• het bijstaan van de Algemene directeur van de Federale gerechtelijke politie in de dagelijkse werking door richting te geven aan de strategische planning en het rapporteren over de implementatie van het beleid binnen de verschillende diensten van de directie.
• als beleidsmedewerker, het formuleren van aanbevelingen aan het beleid om de doelstellingen voor het fenomeen beter te behalen en mee te werken aan de programmadossiers en actieplannen in het kader van Europese en Nationale Veiligheidscycli;
• als strategisch deskundige inzake informatiebeheer en -verwerking, het coördineren, beheren, exploiteren en analyseren van de inlichtingen en de inlichtingenprocessen en het formuleren van aanbevelingen om de informatiegerichte politiezorg beter uit te werken.
• als auditor, de richtlijnen, instructies, regelgeving en wetgeving in verband met de activiteitendomeinen toepassen en audits uitvoeren met betrekking tot de werking van de diensten.
• ten slotte, het meewerken aan de ontwikkeling van de functie strategisch analist (SA) binnen de politiediensten, door het leveren van inhoudelijke, methodologische, technische steun door middel van rapporten, draaiboeken, het geven van opleidingen of andere vormen van uiteenzettingen.”
De “rollen van de functie” zijn volgens dezelfde functiebeschrijving de volgende:
“A.
Als strategisch deskundige, op basis van haar/zijn gespecialiseerde opleiding, technisch kunnen, ervaring en expertise in haar/zijn fenomenen en activiteiten-
domeinen, het aan de hand van een permanente beeldvorming leveren van een fundamentele bijdrage tot de beleidsontwikkeling binnen de geïntegreerde politie in het algemeen en de federale politie in het bijzonder om de leidinggevenden in staat te stellen de goede strategische keuzes te maken.
XIV-37.025-5/25
Voorbeelden van taken:
- Op nationaal vlak, analyses uitvoeren in haar/zijn activiteitendomeinen, de conclusies en aanbevelingen ervan verdedigen en verspreiden, ondermeer om het NPVB te voeden en het NVP voor te bereiden ten behoeve van de geïntegreerde politie;
- Op nationaal vlak, de gegevens zowel in uitgebreide analyses als bondige synthesfiches kunnen voorstellen voor interne (CG, Dirjuds, Dirco, ...) en externe partners (Minister van Binnenlandse zaken, Minister van Justitie, het Federaal Parket, College van Procureurs Generaal, de Douane, diverse professionele federaties,...);
- Op nationaal vlak, antwoorden formuleren op parlementairen vragen;
- Op supranationaal vlak, de Belgische bijdrage leveren voor de supranationale organen (EUROPOL, FATF, GRECO,...) bv. voor het Europese veiligheids-
beeld (SOCTA);
- Zowel op nationaal vlak als op internationaal vlak, de criminaliteits-
bevorderende factoren (CRF) identificeren en hun (toekomstige) impact voor België of voor een bepaald domein van een supranationaal orgaan inschatten en verdedigen;
- Het realiseren van diepteanalyses en hierbij het implementeren (vertalen/omzetten) van nieuwe of verbeterde kwantitatieve en kwalitatieve analysemethodes;
- …
B. Als directe medewerker van de divisieverantwoordelijke, richting geven aan de strategische planning van de diensten en de implementatie van het beleid, alsook het evalueren van de programma’s en actieplannen van de prioritaire fenomenen/dadergroepen en erover rapporteren om het beleid op operationeel vlak ten uitvoer te brengen en de verwachte resultaten te behalen.
Voorbeelden van taken:
- Op nationaal vlak, binnen de federale politie, de divisieverantwoordelijke bijstaan in de dagelijkse werking van de dienst en opvolgen van de doelstellingen vermeld in de programmadossiers en hierover rapporteren;
- De richtlijnen en doelstellingen vertalen naar de medewerkers;
- Deelnemen aan interne overlegvergaderingen;
- Op internationaal vlak, piloot zijn van een EMPACT-project (European Multidisciplinary Platform Against Criminal Threats) teneinde een coherente aanpak van een prioritair fenomeen door de verschillende EU-lidstaten te garanderen -
- …
C. Als beleidsmedewerker, strategisch verantwoordelijke, formuleren van aanbe-
velingen aan het beleid van de geïntegreerde politie om de doelstellingen voor het fenomeen beter te behalen, zowel in het kader van de nationale als de Europese veiligheidscyclus, om samen met de partners de integrale en geïntegreerde aanpak van criminaliteit op nationaal en supranationaal vlak te verzekeren.
Voorbeelden van taken:
- De onsamenhangendheden alsook de punten van overeenkomst bij de aanpak van criminaliteitsfenomenen identificeren en het uitwerken van verbetervoorstellen, zowel op nationaal als supranationaal vlak, om een coherente aanpak te verzekeren;
- Antwoorden formuleren op specifieke vragen van de DG die een recht-
streekse impact hebben op de strategische besluitvorming, in het bijzonder
XIV-37.025-6/25
met betrekking tot de prioriteiten toevertrouwd aan de arrondissementen;
- De benchmarkings van de aanpak door andere law enforcement organisaties of bestuurlijke overheden verwezenlijken en op basis hiervan haalbare en ook voor de partners aanvaardbare beleidsvoorstellen formuleren;
- Deelnemen aan overlegfora die met het fenomeen te maken hebben en er de visie van de politie verdedigen en uitdragen;
- Vertalen van de Europese prioriteiten in/naar de Belgische programma-
dossiers en actieplannen inzake criminaliteit.
- …
D. Als technisch deskundige inzake informatiebeheer en -verwerking, analyseren van de inlichtingen en de inlichtingenprocessen en formuleren van aanbevelingen om de informatiegerichte politiezorg beter uit te werken.
Voorbeelden van taken:
- Optimaliseren van de verschillende informatiesystemen binnen de geïntegreerde politie, ondermeer via het opstellen van vattingsfiches en voorstellen tot aanpassingen in de ANG-tabellen en het formuleren van verbetervoorstellen voor een coherentere vatting, alsook controles en analyses uitvoeren om onvolkomendheden in de vatting door de federale en lokale politiediensten te detecteren en om de kwaliteit van de informatie te verbeteren met het oog op een betere ILP-werking;
- Organiseren van en/of actief participeren aan werkgroepen (bv. Change) met het oog op het realiseren van een efficiënter informatiebeheer en -verwerking ten bate van de geïntegreerde politie, en in het bijzonder van de gerechtelijke werking;
- Uitwerken van methodes ter ondersteuning van het recherchemanagement om een grote hoeveelheid operationele informatie te verwerken ten einde vorm te geven aan het beleid binnen de arrondissementen;
- Het verder ontwikkelen/optimaliseren en toepassen van de netwerkanalyse om dadergroepen in kaart te kunnen brengen voor het hele Belgische grondgebied;
- Analyseren van informatie van diverse databanken (expertenDB, databank DAO, externe databanken, diverse enquêtes...) en de complementariteit of tegenstrijdigheden met de ANG kunnen verklaren.
- …
E. Als auditor, de richtlijnen, instructies, regelgeving en wetgeving in verband met de behandelde onderwerpen toepassen en doen toepassen, en audits uitvoeren om een correcte uitvoering van de taken die de organisatie toekomen te garanderen.
Voorbeelden van taken:
- EFQM-analyses of risicoanalyses uitvoeren;
- Wijzen op problematische punten inzake regelgeving/richtlijnen die betrekking/invloed hebben op het activiteitendomein, bv. wordt voor het ‘Rapport georganiseerde criminaliteit’ uitdrukkelijk gevraagd om probleem-
punten inzake het wettelijke kader te identificeren/analyseren en om hierover aan het Parlement te rapporteren.
- Voorstellen voor verbeteringen formuleren of aandachtspunten vaststellen, zoals bij de opvolging van de proactieve recherche, die tweejaarlijks aan een audit wordt onderworpen en waarbij voorstellen tot verbetering worden geformuleerd aan het College van Procureurs Generaal.
- Audits van de werking uitvoeren, bv. het realiseren van methodeanalyses in het kader van de verbetering van de recherche, waarbij de werking van een hele dienst wordt doorgelicht;
XIV-37.025-7/25
- Op nationaal vlak, de aan te passen of te ontwikkelen werkproces-
sen/-procedures inzake de aanpak van criminaliteit of veiligheidsfenomenen vaststellen;
- …
F. Als inhoudelijk, methodologisch en technisch expert, zijn/haar kennis aanwenden om de functie van strategisch analist verder te ontwikkelen.
Voorbeelden van taken:
- Meewerken aan methodologische verbeteringen van de bestaande strategische analyseproducten ten behoeve van de geïntegreerde politie;
- Ontwikkelen van methodes en het toetsen van nieuwe concepten van strategische en tactische analyse in de praktijk, ten behoeve van DJSOC en de gedeconcentreerde eenheden van de federale gerechtelijke politie;
- Leveren van steun, het beleggen van of deelnemen aan vergaderingen-
/werkgroepen met het oog op de verbetering van de functie van strategisch analist;
- Samen met DSEO, actief meewerken aan de realisatie en de ondersteuning van de functionele alsook de voortgezette opleidingen SA.
-
- …”.
Blijkens het proces-verbaal van de vergadering van de wegingscommissie (aangeduid binnen de algemene directie van het Middelen-
beheer en de Informatie) van 4 juni 2015 wordt over de functie van strategisch analist bij de DJSOC het volgende advies gegeven (vrij vertaald in het Nederlands door de verwerende partij in haar memorie van antwoord):
“Functie 2 - Strategisch analist DJSOC
Elementen naar voren gebracht door DJSOC:
- Versterking van de rol van de expertise + functie van de controle op het centrale niveau - Flexibiliteit vereist om zich te kunnen concentreren op de fenomenen met de hoogste prioriteit - Belangrijke rol op het gebied van strategisch beeld - De gedane analyses kunnen een invloed hebben buiten de politie (FOD, ...)
- Rol in het Europese kader - Rol in de uitwerking van het NVP
- Deelname aan interne en externe netwerken/bijeenkomsten op het nationaal en internationaal niveau (college van Procureurs-generaal, privé-organisaties,...)
- Aanpassing van de lijsten ANG + vademecum Zij wenst geen systeem base-expert toe te passen zoals voor de analisten in DRI.
Beslissing van de commissie De commissie beslist dat, gelet op het luik vertegenwoordiging, de complexiteit van de functie tactisch is. Zij beslist vervolgens om dit criterium aan te passen voor alle functies van strategisch analisten (geen impact op de wegingen). Wat betreft de invloed, erkent de commissie door de uitwerking van de programmabestanden een invloed van de functie op de werking per project van FGP, wat overeenkomt met ongeveer 5 % van de onderzoekscapaciteit van FGP en kent dus 1 punt toe.
XIV-37.025-8/25
Gevolg voor de finale weging: behoud in klasse 1.”
Op 8 juni 2015 bevestigt het directiecomité het advies van de wegingscommissie. Met betrekking tot de functie van de verzoekers wordt het volgende gesteld (vrij vertaald in het Nederlands door de verwerende partij in haar memorie van antwoord):
“ 6. Weging van de functies van niveau A
[...] Het directiecomité gaat akkoord om het advies van de wegingscommissie te bevestigen, met uitzondering van:
- 2 functies binnen DRP en DRL waarvoor de commissie nog geen advies heeft geformuleerd;
- 2 functies binnen DGJ:
- de strategisch analisten op centraal niveau: de rol van de analisten wordt steeds belangrijker (antwoorden op de parlementaire vragen, informatie verschaffen voor het NPVB, analyseren van de verslagen van de Europolvergaderingen ...). De DGJ
wenst hiervoor een niveau A2.
- de functie van het diensthoofd beleid bij DJSOC (niveau A3 gewenst). De DGJ
stemt voor deze functie niet in met de beperking van de impact van DJSOC.
Beslissing Het directiecomité stemt in met een niveau A3 voor het diensthoofd beleid bij DJSOC, ingevolge de vergroting van de impact.
Met betrekking tot de strategisch analisten heeft de uniforme en coherente toepassing van de criteria voor alle functies als gevolg dat aan de analisten een niveau A1 wordt toegekend. De DGJ wenst voor de SA’s op centraal niveau een weging niveau A2 terwijl de CG, de DGA en de DGR het advies van de wegingscommissie willen volgen (niveau A1).
Zoals bepaald in de wet van 26 maart 2014 houdende optimalisatiemaatregelen voor de politiediensten (art.6 §3) wordt de beslissing, bij gebrek aan consensus, genomen door de commissaris-generaal die de minister van Binnenlandse Zaken hiervan op de hoogte brengt. De minister van Binnenlandse Zaken zal via een schrijven op de hoogte worden gebracht van het meningsverschil.”
3.7. Op 24 februari 2016 wordt het ministerieel besluit ‘houdende de weging en de indeling in klassen van de ambten van het niveau A van het administratief en logistiek kader van de federale politie’ genomen. Dit is de bestreden beslissing.
Wat de functie van strategisch analist betreft, die door de verzoekers wordt uitgeoefend, worden de volgende punten toegekend:
“As ‘omkadering’:
XIV-37.025-9/25
- Hiërarchie (dalende lijn): 0;
- Hiërarchie (stijgende lijn): 0;
- Budgettaire verantwoordelijkheid: 0;
- Autonomie in het raam van het personeelsbeheer: 0;
As ‘bijdrage’:
- Opleidingsniveau: 1;
- Ervaring vereist voor uitoefening functie: 0;
- Complexiteit te behandelen problemen: 2;
- Invloed van de functie: 1;”
Rekening houdend met de coëfficiënt per criterium zoals vastgesteld in bijlage 1 van het ministerieel besluit van 5 juni 2007 verkrijgt de functie van strategisch analist 0 punten voor de as “omkadering” en 12 punten voor de as “bijdrage”. Bijgevolg wordt de functie in klasse A1 ingedeeld, met ingang van 26 oktober 2015.
IV. Ontvankelijkheid van het beroep
Wat de ontvankelijkheid van het beroep ratione personae in hoofde van derde verzoeker betreft
Standpunt van de partijen
4. De verwerende partij werpt op dat, aangezien derde verzoeker bij nota van 4 augustus 2016 aangewezen werd tot de functie van adviseur diensthoofd bij de DJSOC, dienst Beleid en Strategie, waaraan bij het bestreden besluit een weging klasse 3 werd toegekend, hij geen belang meer heeft bij het huidig beroep.
De verzoekers repliceren in hun memorie van wederantwoord dat derde verzoeker zijn belang behoudt, omdat niet blijkt dat hij de functie daadwerkelijk heeft opgenomen, omdat de opgelegde procedure voor het hele bestreden besluit niet werd nageleefd, en omdat derde verzoeker ook in zijn hoedanigheid van diensthoofd belang heeft bij een correcte weging van de functie van adviseur strategisch analist vermits hij de directe leiding heeft over hen. Voorts
XIV-37.025-10/25
betogen ze nog dat de functie van directeur of diensthoofd op korte of middellange termijn kan verdwijnen en derde verzoeker ook om medische redenen kan terugvallen op de functie van adviseur-strategisch analist. Ten slotte wijzen ze op de werking in de tijd van het bestreden besluit.
Beoordeling
5. Het auditoraat besluit dat het belang van derde verzoeker niet actueel is en de exceptie moet worden aangenomen, op grond van de volgende overwegingen.
Het is weinig ernstig om aan te voeren dat het niet duidelijk is of, en zo ja, wanneer derde verzoeker de functie van diensthoofd heeft aanvaard, terwijl hij zelf het best is geplaatst om dit te verduidelijken. Dat hij in de toekomst aan die functie zou kunnen verzaken is een hypothese die al te onzeker is om bij de beoordeling van het belang in aanmerking te nemen. De andere argumenten kunnen evenmin aangenomen worden omdat ze neerkomen op ofwel een actio popularis (de opgelegde procedure voor het bestreden besluit werd niet nageleefd), ofwel een beroep in andermans naam (het verlies van motivatie van de beleidsmedewerkers van klasse A1 waaraan leiding gegeven moet worden).
In zoverre de verzoekers ook nog het door de regelgevende overheid gevoerde beleid in vraag stellen, houdt dit geen verband met de ontvankelijkheid, maar met de gegrondheid van het beroep, hetgeen moet blijken uit het onderzoek van de middelen.
6. De verzoekers betwisten deze conclusie niet. Na kennisneming van het verslag van het auditoraat, hebben de verzoekers immers niet de gelegenheid benut die een laatste memorie biedt om nog een andere visie op de beoordeling door het auditoraat weer te geven. Zij verzuimen immers om op de bespreking van het belang van derde verzoeker in het auditoraatsverslag nog inhoudelijk te reageren en beperken zich ter zake tot “te volharden in hun middelen
XIV-37.025-11/25
zoals ontwikkeld in het verzoekschrift tot nietigverklaring en hun memorie van wederantwoord”.
De Raad van State ziet geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, het beroep in hoofde van derde verzoeker niet-ontvankelijk.
Wat het belang van eerste verzoeker en tweede verzoekster bij de gehele vernietiging van het bestreden besluit betreft
Standpunt van de partijen
7. De verwerende partij vraagt in haar memorie van antwoord om een eventuele nietigverklaring te beperken tot de weging van de functie die door de verzoekers wordt uitgeoefend, met name de functie van strategisch analist bij de DJSOC.
De verzoekers beantwoorden deze exceptie niet en vorderen de nietigverklaring van het gehele bestreden besluit.
Beoordeling
8. Het bestreden besluit heeft een reglementair karakter: het heeft een algemene draagwijdte, aangezien het de weging van welbepaalde functies betreft en de daarmee overeenstemmende loonschaal bepaalt. Het staat los van de dienstdoende titularis van die functie en geldt voor alle personen die titularis zijn of zullen zijn van die functie.
Een reglementair besluit is in beginsel één en ondeelbaar, en kan niet op ontvankelijke wijze gedeeltelijk met een annulatieberoep worden bestreden. Van dit beginsel kan slechts worden afgeweken onder de hierna uiteengezette voorwaarden. In de eerste plaats moet blijken dat de gedeeltelijke vernietiging aan de verzoekers volledige genoegdoening geeft in het licht van het
XIV-37.025-12/25
door hen aangevoerde belang. Vervolgens moet komen vast te staan dat het vernietigde gedeelte kan worden afgesplitst van de rest van het bestreden besluit en dat de overheid ook afgezien van het vernietigde gedeelte voor het overige dezelfde beslissing zou hebben genomen. Er anders over oordelen zou immers tot gevolg hebben dat de Raad van State zich op het domein van de beleidsuitoefening van de betrokken overheid zou begeven en zou overgaan tot hervorming of wijziging van het reglementair besluit waarvan het betreffende gedeelte een onlosmakelijk onderdeel is, vermits de bestreden verordening voor het overige hoe dan ook zou blijven bestaan. De Raad van State heeft dan geen enkele bevoegdheid om een dergelijke wijziging uit te spreken.
Er dient derhalve eerst nagegaan te worden of de gedeeltelijke vernietiging tegemoetkomt aan het belang van de verzoekers, en daarna of dit gedeelte afsplitsbaar is van de rest.
9. Eerste verzoeker en tweede verzoekster oefenen de functie uit van strategisch analist bij de DJSOC, in de graad van adviseur. Deze functie, voorheen ingedeeld in klasse 2, wordt bij het bestreden besluit opnieuw gewogen aan de hand van de criteria op de assen “omkadering” en “bijdrage”, en ingedeeld in klasse 1, met ingang van 26 oktober 2015.
Een gedeeltelijke vernietiging, namelijk beperkt tot de vernietiging van het ministerieel besluit in zoverre het de functie van strategisch analist bij de DJSOC weegt en indeelt in klasse 1, brengt met zich mee dat de verwerende partij deze functie opnieuw zal moeten wegen en indelen in een klasse.
Een dergelijke gedeeltelijke vernietiging zal aan de verzoekers een volledige genoegdoening geven in het licht van het door hen aangevoerde belang.
Voorts kan de weging en indeling in klasse 1 van de functie van strategisch analist bij de DJSOC worden afgesplitst van de rest van het bestreden besluit, en blijkt niet dat de overheid, afgezien van het afgesplitste gedeelte, voor het overige niet dezelfde beslissing zou kunnen hebben uitgevaardigd.
XIV-37.025-13/25
Eerste verzoeker en tweede verzoekster hebben bijgevolg enkel belang bij de nietigverklaring van het bestreden besluit in zoverre de functie van strategisch analist bij de DJSOC wordt gewogen en ingedeeld in klasse 1.
V. Onderzoek van de middelen
Tweede middel
Standpunt van de partijen
10. De verzoekers voeren in een tweede middel de schending van de motiveringsplicht aan. In 2008 werd de functie van strategisch analist ingeschaald in klasse A2, terwijl ze thans wordt ingeschaald in klasse A1. Deze lagere weging kan blijkens de wegingsmatrix enkel het gevolg zijn van de lagere score op de as “bijdrage”: voor die as bedroeg de score in 2008 “13” of meer, terwijl die score in 2016 maximum “12” bedraagt, hetgeen leidt tot een indeling in klasse 1. De vraag is of hiervoor een verantwoording in feite en in rechte bestaat.
De verzoekers verwijzen naar de wet van 26 maart 2014
‘houdende optimalisatiemaatregelen voor de politiediensten’ en de nieuwe personeelsformatie uitgewerkt bij koninklijk besluit van 27 oktober 2015. Deze nieuwe personeelsformatie OT3 wordt ingevuld via de figuur van de “herplaatsing” in de zin van artikel VI.II.85 RPPol, waarbij in de fase 0 werd beslist over herplaatsingen in de functies die niet veranderen (de functie moest voor minstens 80% gelijk zijn aan de vorige). De functie van de verzoekers bij de directies DJB, DJC, DJF en DJP werd in fase 0 herplaatst in de functie van strategisch analist bij de DJSOC. De verzoekers menen dat de overheid niet naar recht kan motiveren dat een functie voor de figuur van herplaatsing dezelfde, maar voor de weging grondig verschillend is. Bij de voorbereiding van de nieuwe personeelsformatie werden nieuwe functiebeschrijvingen opgemaakt voor de functies van niveau A, waarbij de DJSOC bij de functie van strategisch analist
XIV-37.025-14/25
duidelijk heeft vermeld: “idem OT2ter” en waarop nooit gereageerd werd door de overheid zodat deze dit minstens stilzwijgend aanvaard heeft.
De verzoekers maken vervolgens een inhoudelijke vergelijking van de functiebeschrijvingen strategisch analist 2015 en 2008, om na te gaan of hierin een verantwoording kan gevonden worden voor de daling van het criterium “invloed”, met name in 2008 “invloed op 2.000 tot 15.000 personen”, en in 2015
“invloed op 150 tot 600 personen”. Uit de vergelijking blijkt volgens de verzoekers dat de taken en verantwoordelijkheden, hoewel enigszins anders geformuleerd, dezelfde gebleven zijn. Het functieprofiel 2015 vermeldt dat de functie strategisch analist een fundamentele bijdrage levert tot de beleidsontwikkeling om de leidinggevenden in staat te stellen de goede strategische keuzes te maken. Analyses uitvoeren, verdedigen en verspreiden, onder andere ter voorbereiding van het Nationaal Veiligheidsplan, Europese prioriteiten vertalen naar de Belgische dossiers en actieplannen, beleidsvoorstellen formuleren inzake het toegewezen criminaliteitsfenomeen. Hieruit blijkt dat handelingen van de functie strategisch analist een impact kunnen hebben op het voltallige personeel van de federale gerechtelijke politie. Bovenstaande argumenten zijn terug te vinden in het functieprofiel en verantwoorden een waarde “3” “invloed van de functie op 2.000
tot 15.000 personeelsleden” voor dit criterium. Uit de eventuele (kleine)
verschillen in de functieprofielen kan op geen enkele rechtsgeldige wijze worden gemotiveerd dat de invloed van de functie vroeger betrekking had op “2.000 tot 15.000 personeelsleden” (waarde “3”), terwijl die invloed op basis van het nieuwe functieprofiel is gedaald tot een invloed op “150 tot 600 personeelsleden” (waarde “1”), tenzij de overheid een andere invulling geeft aan het criterium “invloed”. Een objectieve of redelijke verantwoording voor deze verlaging zonder dat de taken en verantwoordelijkheden van de functie essentieel werden gewijzigd kan niet gevonden worden.
11. De verwerende partij antwoordt dat de minister voor het wegen van de functies over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt, hetgeen erkend werd in de arresten nrs. 217.528 en 217.591 van de Raad van State. Ten
XIV-37.025-15/25
aanzien van deze appreciatiebevoegdheid beschikt de Raad van State slechts over een marginale controlebevoegdheid.
De verwerende partij stelt dat de nieuwe weging moet gezien worden in het licht van de nieuwe organieke structuur. Uit het administratief dossier blijkt dat de wegingscommissie op zorgvuldige wijze tewerk is gegaan en dat er gegronde redenen zijn die rechtvaardigen waarom de functie van de verzoekers in klasse Al wordt ingedeeld. De gewijzigde weging is het gevolg van de aanpassing van de organieke structuur waarbij de vroegere vier directies DJB, DJC, DJF en DJP tot één entiteit werden samengevoegd, de nieuwe directie DJSOC. Deze nieuwe directie is één van de vier centrale directies van de federale gerechtelijke politie (FGP) en staat in voor het uitvoeren van gespecialiseerde opdrachten van gerechtelijke politie en de ondersteuning van deze opdrachten wat de zware en georganiseerde criminaliteit betreft. De DJSOC heeft vrij uiteenlopende taken: beleidsvoorbereidend en beleidsuitvoerend werk (Europese beleidscyclus, Nationaal Politieel Veiligheidsbeeld, Nationaal Veiligheidsplan, programmadossiers,...), fenomeenopvolging (strategische analyse, tactische analyse, nieuwe modi), research & development (ontwikkeling “tactische analyse”, projecten, uitschrijven “technische fiches” voor aankopen, onderzoek naar nieuwe technieken en opvolging technologische ontwikkeling) en ten slotte een autonome onderzoekscapaciteit. Deze nieuwe directie bestaat uit twee transversale diensten, met name de dienst Beleid en Strategie, enerzijds, en de dienst Coördinatie en Leiding, anderzijds. De strategische analisten worden organiek bij de dienst Beleid en Strategie gezet. Deze dienst stuurt alle strategische analisten aan en verdeelt op deze manier de analysecapaciteit op een zo soepel mogelijke manier. Daarenboven staat de dienst in voor de bewaking van vele transversale functionaliteiten (gaande van het ontwerp van een standaard-programmadossier en dito opvolgingsinstrument, over aspecten van internationale politiesamenwerking en integratie van die aspecten in de nationale beleidscyclus, de bestuurlijke aanpak van criminaliteit evenals de ondersteuning betreffende de communicatie wat de core-business van DJSOC betreft). De dienst is samengesteld uit 27 medewerkers (1 diensthoofd, 1 polyvalent medewerker,
XIV-37.025-16/25
16 strategische analisten, 9 medewerkers transversale functionaliteiten). In de nieuwe structuur kan de voorziene capaciteit van de strategisch analist ingezet worden in functie van het Nationaal Veiligheidsplan en of nieuwe dringende behoeften tijdens een lopend Nationaal Veiligheidsplan. In het verleden werden de strategische analisten nominatim toebedeeld aan een bepaald fenomeen, waardoor hun onderlinge inwisselbaarheid en of inzet in nieuwe domeinen quasi niet mogelijk waren. Door het feit dat ze thans in een en dezelfde directie werkzaam zijn en aangestuurd worden door een diensthoofd kan de werklast beter verdeeld worden en kan er sneller ingespeeld worden op nieuwe behoeften. Men werkt thans met een “pool aan strategische analisten” en niet meer met “strategische analisten toebedeeld aan een bepaalde directie”.
Uit de nieuwe organieke structuur volgt aldus, volgens de verwerende partij, dat de strategische analisten niet meer direct worden aangestuurd door de directeur-generaal (zoals het geval was onder OT2) en geen rechtstreekse impact meer hebben op de volledige werking van de DGJ. De strategische analisten maken deel uit van de diensten voor de fenomeenopvolging en zijn in het licht hiervan opgenomen in de dienst Beleid en Strategie onder de centrale directie DJSOC. Ook al is de taakomschrijving van de functie grotendeels gelijk gebleven, treft de impact van de functie niet meer hetzelfde aantal personeelsleden maar is de impact, volgens de verwerende partij, eerder “onrechtstreeks” vanuit de dienst Beleid en Strategie via de centrale directie DJSOC naar de FGP toe.
De verwerende partij vervolgt dat zij dit ook heeft geobjectiveerd aan de hand van een diepgaande analyse van de invloed van de functie van de verzoekers op de fenomeenwerking (administratief dossier, stuk 26). Enerzijds heeft men rekening gehouden met de totale capaciteit die aan fenomeenwerking binnen DGJ werd besteed. Anderzijds heeft men het aantal uren dat hiervoor werd ingezet naar het aantal personen omgezet en dit vervolgens in verhouding gebracht tot het aantal personen die werkzaam zijn in gespecialiseerde diensten en DJSOC. Op die manier is men gekomen tot de impact voor de functie
XIV-37.025-17/25
van de strategisch analist op het totaal van de fenomenen. Zo heeft men per fenomeen alsook over alle fenomenen heen het gemiddelde percentage berekend.
Het resultaat van het gemiddelde percentage over alle fenomenen is dat slechts 0,86% van de totaal bruto capaciteit (zijnde de effectieve uren vermeerderd met de uren van afwezigheden die statutair voorzien zijn zoals verlof, ziekte, opleiding,..)
gemiddeld aan een prioritair NVP fenomeen wordt besteed.
Betreffende de score voor het criterium “invloed van de functie”
op de as “bijdrage” stelt de verwerende partij dat naar aanleiding van de beoordeling van de functie van strategisch analist de wegingscommissie heeft vastgesteld dat deze functie een invloed heeft op 150 tot 600 personeelsleden. Ze verwijst naar het proces-verbaal van de vergadering van de wegingscommissie van 4 juni 2015, waaruit blijkt dat de strategische analyses slechts een invloed hebben op 5% van de gerechtelijke pijler. De wegingscommissie heeft zich gebaseerd op voornoemde diepgaande analyse met betrekking tot de invloed van de functie van strategisch analist binnen de DJSOC. De strategisch analisten vallen immers niet meer rechtstreeks onder de directeur, met als gevolg dat de impact van de functie zich sedert de inwerkingtreding van de OT3 situeert op de fenomeenwerking vanuit een centrale directie naar de FGP toe. Zij beschikken aldus over minder invloed, wat geobjectiveerd werd aan de hand van bovenvermelde analyse. Tijdens het opstellen van het functieprofiel van de verzoekers en de weging ervan is gebleken dat hun taken geen beleidsondersteuning meer omvatten. Ook dit is een reden geweest om het functieprofiel en de weging ervan aan te passen. Daarnaast dient ook nog opgemerkt te worden dat de effectieven van DJSOC met 30%
werden verminderd. Dit betreft een politieke keuze en is het doel van de optimalisatie. Er zijn heden te veel prioriteiten en sommige prioriteiten hoeven niet door de politie behandeld te worden.
De verwerende partij besluit dat uit het bovenstaande voortvloeit dat er wel degelijk een gedegen motivering voor het puntenverschil in 2008 en 2016 voorhanden is. Uit het loutere gegeven dat de functiebeschrijvingen in 2008
en 2015 niet veel van mekaar zouden verschillen, kan niet worden afgeleid dat de
XIV-37.025-18/25
verwerende partij verplicht zou zijn geweest om in 2016 hetzelfde aantal punten toe te kennen als in 2008. De verzoekers slagen er volgens de verwerende partij niet in om in concreto aan te tonen waarom het oordeel van de minister en de wegingscommissie omtrent de invloed van de functie van strategisch analist onredelijk of manifest onjuist zou zijn.
12. De verwerende partij betoogt in haar laatste memorie, betreffende stuk 26 van het administratief dossier, dat de wegingscommissie zich op 4 juni 2015 gebaseerd heeft op een mondelinge toelichting door DJSOC van de aanwending van de capaciteit binnen de FGP die aangestuurd werd vanuit de programmawerking en dit via een contactname met een aantal grote gedeconcentreerde gerechtelijke directies, waardoor de impact geraamd werd op 5%. Naar aanleiding van de vraag op het directiecomité van 8 juni 2015 werd via DRI een diepgaande analyse gemaakt, en de gebruikte cijfergegevens en berekeningen werden in het raam van huidige procedure geformaliseerd in een samenvattend document.
Voorts benadrukt de verwerende partij dat uit de gewijzigde organieke structuur wel degelijk kan voortvloeien dat de invloed van de functie is afgenomen, gelet op centralisatie, na invoering van OT3, van alle strategisch analisten op centraal niveau binnen één enkele directie, namelijk DJSOC, binnen de dienst Beleid en Strategie, waardoor de aansturing door het diensthoofd van die dienst gebeurt, terwijl voordien de geïntegreerde aansturing de facto vanuit het niveau van de directeur-generaal verliep. Ook al kunnen de strategisch analisten nu flexibeler worden ingezet, is de impact van de functie nu “onrechtstreeks” vanuit de dienst Beleid en Strategie van de centrale directie DJSOC, hetgeen tot gevolg heeft dat ze nu geen rechtstreekse impact meer hebben op de volledige werking van de DGJ.
Verder betoogt de verwerende partij dat de effectieven van DJSOC met 30% zijn verminderd omdat sommige prioriteiten niet meer door de politie moeten worden behandeld. Het gegeven dat de functiebeschrijvingen van
XIV-37.025-19/25
de medewerkers binnen de DJSOC niet substantieel gewijzigd zijn, doet geen afbreuk aan het gegeven dat hun takenpakket is afgenomen wat een invloed heeft op het criterium “invloed van de functie”.
De verwerende partij herhaalt dat er drie motieven zijn voor de lagere weging in 2016: het aspect “beleidsondersteuning” is verminderd, de uitgevoerde analyses hebben slechts betrekking op een welbepaalde materie en omvatten niet de hele gerechtelijke zuil van de politie, en uit de nieuwe OT3 vloeit voort dat de impact van de functie “onrechtstreekser” is geworden vanuit de dienst Beleid en Strategie van de DJSOC. Het motief in het proces-verbaal van de wegingscommissie van 4 juni 2015, met name dat de functie invloed heeft via de uitwerking van programmadossiers op de werking per project van de gedeconcentreerde gerechtelijke directies, die neerkomt op 5% van hun respectievelijke onderzoekscapaciteit, vormt bijgevolg niet het enige motief voor de lagere weging. Wel levert dit motief een belangrijke indicatie voor de inschatting van de gebruikelijke impact van de functie.
De verwerende partij betoogt dat strategische analyses altijd betrekking hebben op een welbepaalde materie en alleen om deze reden reeds nooit kunnen geacht worden een invloed te hebben op de hele gerechtelijke zuil, laat staan daarbuiten. Ook al zou uit de functieprofielen niet kunnen worden afgeleid dat de strategisch analisten minder beleidsondersteunend zouden optreden, is dit uit de praktijk wel gebleken, en dit beleidsoordeel kan niet in vraag worden gesteld. De beleidsondersteuning situeert zich thans op het niveau van het diensthoofd van de dienst Beleid en Strategie, en de bijdrage die de strategisch analisten hiervoor leveren, is geenszins van aard om een hogere impact van de functie te rechtvaardigen, gelet op de overkoepelende rol van het diensthoofd die op zijn beurt wordt aangestuurd door de directeur van de DJSOC.
XIV-37.025-20/25
Beoordeling
13. In hun tweede middel voeren de verzoekers de schending aan van het motiveringsbeginsel. Uit de lezing van het middel blijkt dat zij in wezen de schending bedoelen van het materiëlemotiveringsbeginsel.
Hoewel reglementaire besluiten, zoals het bestreden ministerieel besluit, buiten het toepassingsgebied van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen’ vallen, neemt dit niet weg dat ook die besluiten moeten worden gedragen door motieven die rechtens en feitelijk aanvaardbaar zijn en die bij de uitoefening van het wettigheidstoezicht moeten kunnen worden gecontroleerd, hetzij aan de hand van de beslissing zelf, hetzij aan de hand van het administratief dossier. De schending van de materiële-
motiveringsplicht kan derhalve dienstig worden aangevoerd. Het middel wordt dan ook vanuit dit oogpunt onderzocht.
14. De materiëlemotiveringsplicht houdt in dat iedere administratieve rechtshandeling moet steunen op motieven waarvan het feitelijk bestaan naar behoren is bewezen en die in rechte ter verantwoording van die handeling in aanmerking kunnen worden genomen.
Bij de beoordeling van de naleving van de materiële-
motiveringsplicht is de Raad van State niet bevoegd om zijn oordeel omtrent de feiten in de plaats te stellen van het oordeel van de administratieve overheid. Hij is enkel bevoegd om desgevraagd na te gaan of de administratieve overheid is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of zij die correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen.
15. Aan de hand van het administratief dossier en de memorie van antwoord kunnen vijf motieven worden onderscheiden waarom, wat de functie van adviseur-strategisch analist bij de DJSOC betreft, voor het criterium “invloed van
XIV-37.025-21/25
de functie” een waarde “1” (invloed van de functie op 150 tot 600 personeelsleden)
werd toegekend. Vooreerst blijkt dat de wegingscommissie van 4 juni 2015, omwille van de uitwerking van de programmadossiers, een invloed van de functie erkent op de werking per project van de gedeconcentreerde gerechtelijke directies, die overeenkomt met ongeveer 5% van de onderzoekscapaciteit van elk van deze directies. Voorts blijkt dat het directiecomité van het commissariaat-generaal van 8 juni 2015 erop wijst dat een uniforme en coherente toepassing van de criteria voor alle functies als gevolg heeft dat aan de analisten klasse 1 zou worden toegekend. Ten slotte haalt de verwerende partij in haar memorie van antwoord nog drie motieven aan.
Geen van deze vijf motieven kunnen, zoals hierna wordt uiteengezet, op zichzelf noch samengenomen, afdoende verantwoorden waarom de verwerende partij heeft aangenomen dat, wat betreft de functie van adviseur-strategisch analist bij de DJSOC, voor het criterium “invloed van de functie”, een waarde “1” moet worden toegekend, terwijl voorheen een waarde “3”
was toegekend.
16. Daargelaten of met stuk 26 van het administratief dossier rekening mag worden gehouden, aangezien het document is opgesteld door DRI na het bestreden besluit en ten behoeve van huidige procedure, maken de verzoekers aannemelijk, aan de hand van hun functiebeschrijving opgesteld in 2015 ten behoeve van de nieuwe organieke structuur, dat de programmawerking die zij uitvoeren ook invloed heeft op personeelsleden van de bestuurlijke en lokale politiediensten, naast die van de gerechtelijke politiediensten. De verzoekers voeren eveneens terecht aan dat de functie van strategisch analist niet enkel de uitwerking van programmadossiers betreft, en de verwerende partij niet alle rollen van de functie, in het bijzonder de vierde rol betreffende de informatiesystemen binnen de geïntegreerde politie, heeft onderzocht. Van de verwerende partij mocht worden verwacht dat zij de toegekende waarde voor het criterium “invloed van de functie” verduidelijkt aan de hand van deze functiebeschrijving en de daarin
XIV-37.025-22/25
opgenomen vijf rollen van de functie. Een dergelijke verduidelijking ontbreekt volledig.
Voorts kan het motief betreffende de uniforme en coherente toepassing van de criteria op alle strategisch analisten de toegekende waarde “1”
evident niet verantwoorden, aangezien niet alle strategisch analisten dezelfde functiebeschrijving hebben. De verwerende partij voert overigens geen bij-
komende argumenten aan die dit motief zouden kunnen ondersteunen.
In haar memorie van antwoord betoogt de verwerende partij dat “uit de praktijk” blijkt dat de beleidsondersteuning door de strategisch-analisten verminderd is. Geen gegeven van het dossier laat evenwel toe op dat vlak een vaststelling te maken. In ieder geval dient rekening te worden gehouden met de functie die als zodanig blijkt uit de functiebeschrijving en niet met de concrete invulling die eraan wordt gegeven.
In zoverre de verwerende partij vervolgens de gewijzigde organieke structuur aanhaalt om te stellen dat de beleidsondersteuning door de strategisch analisten is verminderd en voorts, dat hun impact via de dienst Beleid en Strategie van de DJSOC onrechtstreekser is geworden, wordt vastgesteld dat dit argument dienstig kan zijn om de verlaging van de waarde voor het criterium “hiërarchie in stijgende lijn” op de as “omkadering” van “3” naar “0” te verantwoorden, maar niet nogmaals, zonder schending van het ministerieel besluit van 5 juni 2007, dienstig kan zijn voor de verlaging van de waarde voor het criterium “invloed van de functie” op de as “bijdrage”. Het criterium “invloed van de functie” in de as “bijdrage” wijst op de invloed die één enkele actie van de functie kan hebben op de statutaire of functionele situatie van personeelsleden van de politiediensten, bijvoorbeeld omwille van haar aard, haar doelstelling of specialisatiegraad, doch niet omwille van haar plaats in de hiërarchie.
Het motief ten slotte dat een strategische analyse steeds beperkt is tot één materie en de functie bijgevolg nooit een impact kan hebben op de gehele
XIV-37.025-23/25
federale gerechtelijke politie, laat staan erbuiten, wordt tegengesproken door het gegeven dat thans wordt gewerkt met een “pool aan strategische analisten”
teneinde sneller te kunnen inspelen op nieuwe behoeften. Dat hun impact hierdoor “onrechtstreekser” is geworden, kan, zoals hiervoor gesteld, niet dienstig worden aangevoerd voor de verlaging van de waarde voor het criterium “invloed van de functie” op de as “bijdrage”. Dit enig overblijvend motief kan in ieder geval op zich niet volstaan om een verlaging van de waarde “3” toegekend in 2008 naar waarde “1” te verantwoorden.
Het tweede middel is, in de aangegeven mate, gegrond.
BESLISSING
1. De Raad van State verklaart het beroep van derde verzoeker niet-ontvankelijk.
2. De Raad van State vernietigt het ministerieel besluit van 24 februari 2016
‘houdende de weging en de indeling in klassen van de ambten van het niveau A van het administratief en logistiek kader van de federale politie’, in zoverre dit de functie van adviseur-strategisch analist bij de DJSOC weegt en indeelt in klasse 1.
De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
3. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
4. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op het rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan eerste verzoeker en tweede verzoekster.
XIV-37.025-24/25
5. Derde verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op het rolrecht van 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig november tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Geert Debersaques
XIV-37.025-25/25
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.978