Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.945 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.945 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to withdrawal; client failed to request hearing within statutory time limits.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.945
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State declared the applicant's withdrawal from the proceedings and dismissed the appeal for annulment. The applicant had previously failed to request a hearing after the auditor's report was submitted, triggering a statutory presumption of withdrawal. Consequently, the court ruled that the applicant was liable for the costs of both the suspension application and the main appeal.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21(7) of the Council of State Rules and Article 14quater of the 1948 Regent's Decree; If a party fails to request a hearing within the prescribed period after receiving the auditor's report, a presumption of withdrawal applies, leading to the dismissal of the appeal and assignment of costs.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of proceedings presumption of withdrawal auditor's report hearing request costs of proceedings Council of State administrative law élimination des candidats

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, paragraph 7 of the Council of State Rules
Article 14quater of the Regent's Decree of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 239.945 van 23 november 2017

in de zaak A. 215.338/VII-39.356.

In zake : de VZW SINT-JOZEFKLINIEK

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gitte Laenen en Roel Van Eetvelt kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 18 maart 2015, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 20 januari 2015 waarbij de Directeur-Generaal Gezondheidszorg, in het kader van de selectieprocedure van de nieuwe PIT-pilootprojecten, de verzoekende partij in kennis stelt dat haar instelling niet werd weerhouden bij de drie toegelaten kandidaturen.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 231.644 van 18 juni 2015 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.

VII-39.356-1/4

De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.

De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 3 augustus 2017.

Op 27 september 2017 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding.

VII-39.356-2/4

De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij meegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.

Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro verschuldigd aan de verwerende partij.

VII-39.356-3/4

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig november tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-39.356-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.945