Court dismisses appeal due to client's failure to request hearing continuation, establishing a presumption of withdrawal.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Cassation declared the appeal admissible but subsequently established that the appellant had withdrawn from the proceedings. The appellant failed to submit a request to continue the procedure for a hearing within the statutory thirty-day period following the auditor's report. Consequently, the court ruled that this silence constituted a presumption of withdrawal, dismissing the appeal and ordering the appellant to pay the legal costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 16 and 18, § 1, of the Royal Decree of 30 November 2006 on cassation procedure; Silence by the appellant regarding the request to continue the procedure for a hearing constitutes a presumption of withdrawal from the proceedings.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 239.944 van 23 november 2017
in de zaak A. 221.721/VII-39.937.
In zake : het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Archimedesstraat 7
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de LV NOYENS SCHOTELVEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rita Gielen kantoor houdend te 2460 Kasterlee Isschot 22
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 15 maart 2017, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. MHHC/M/1617/0012 van het Milieuhandhavingscollege van 31 januari 2017 in de zaak 1516/MHHC/0070/M.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij beschikking nr. 12.390 van 18 april 2017 wordt het cassatieberoep toelaatbaar verklaard.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
VII-39.937-1/3
Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State.
De brief van de hoofdgriffier, waarbij de verzoekende partij in kennis wordt gesteld van het verslag en uitgenodigd wordt om de procedure voort te zetten zodat zij kan worden gehoord, werd op 4 september 2017 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft melding gemaakt van artikel 18, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State.
De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 18, § 1, geen verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. Krachtens die bepaling geldt te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij.
VII-39.937-2/3
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig november tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Eric Brewaeys
VII-39.937-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.944