Court dismisses urgent suspension request for disciplinary demotion due to lack of urgency and jurisdictional issues.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to suspend the enforcement of a disciplinary demotion order. The court found that the applicant's claim of medical urgency was insufficient because it actually challenged a separate medical fitness decision already rejected by the Council. Furthermore, the court determined that the applicant's argument regarding the removal of the legal basis for the demotion did not constitute a sufficient legal ground for suspension.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, § 1 of the Council of State Rules; A request for suspension of enforcement requires concurrent fulfillment of urgency and legal interest, which are absent when the underlying decision remains legally sound and the cited urgency concerns a distinct, previously rejected matter.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 239.930 van 21 november 2017
in de zaak A. 222.082/IX-9059
In zake: Xavier JACOBS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
NET BRUSSEL, GEWESTELIJK AGENTSCHAP VOOR
NETHEID
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Levert kantoor houdend te 1060 Brussel Defacqzstraat 78-80
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 28 april 2017, strekt tot de schor-
sing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de directeur-generaal van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid, van 1 maart 2017 waarbij aan Xavier Jacobs de tuchtstraf „terugzetting in graad‟ wordt opgelegd, namelijk in de graad van werkman van openbare reinheid.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld.
IX-9059-1/12
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 september 2017.
Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Emmanuel Jacubowitz, die verschijnt voor de ver-
zoekende partij en advocaat Bart Vingerhoets, die loco advocaat Philippe Levert verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoeker is ploegbaas in statutair dienstverband bij Net Brus-
sel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid (hierna: Net Brussel), een instelling van openbaar nut van categorie A, zoals bedoeld in artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 „betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut‟.
3.2. Op 3 juni 2016 stelt de dienst Interne Audit van Net Brussel een rapport op over de werkprestaties van verzoeker. Er is vastgesteld dat ver-
zoeker “elke vrijdag op de Regentschapstraat te 1000 Brussel [circuleerde] en [...] lang ter plaatse [bleef] (+/- 1 uur)”, terwijl “de Regentschapstraat niet be-
hoort tot zijn controleopdrachten”. Verzoeker zou aldaar meermaals een snackbar hebben bezocht.
IX-9059-2/12
3.3. Op 28 juli 2016 wordt verzoeker hierover gehoord.
3.4. Met een aangetekende brief van 29 juli 2016 deelt de operatio-
neel directeur van Net Brussel aan verzoeker een tuchtvoorstel mee, namelijk om aan verzoeker op grond van vastgestelde “[t]ekortkomingen aan de werkpresta-
ties” de tuchtstraf „ontslag van ambtswege‟ op te leggen.
3.5. Wegens vakantie neemt verzoeker de voormelde zending pas op 16 augustus 2016 in ontvangst. Op 18 augustus 2016 stelt hij tegen het tucht-
voorstel beroep in bij de raad van beroep.
3.6. Op 22 augustus 2016 beslist de directeur-generaal van Net Brussel geen rekening te houden met verzoekers beroep, omdat het laattijdig werd ingesteld. Hij stelt dat hij zich aansluit bij het tuchtvoorstel en hij legt ver-
zoeker de tuchtstraf „ontslag van ambtswege‟ op.
Nadat verzoeker tegen deze tuchtbeslissing een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bij de Raad van State heeft inge-
steld, trekt de directeur-generaal deze beslissing op 30 augustus 2016 in.
Bij arrest nr. 235.658 van 1 september 2016 verwerpt de Raad van State de voormelde vordering wegens het teloorgaan van het voorwerp ervan.
3.7. Op 30 september 2016 spreekt de raad van beroep zich uit over verzoekers beroep van 18 augustus 2016. De raad adviseert om aan verzoeker een tuchtschorsing met inhouding van wedde gedurende drie maanden op te leggen.
3.8. Op 6 oktober 2016 beslist de directeur-generaal zich aan te sluiten bij het advies van de raad van beroep om de straf te verminderen, maar niet bij de door deze raad voorgestelde tuchtstraf. Hij legt aan verzoeker de tucht-
straf „terugzetting in graad‟ op.
IX-9059-3/12
Verzoeker stelt tegen deze tuchtbeslissing een beroep tot nie-
tigverklaring in bij de Raad van State (zaak A. 220.839/IX-8975).
3.9. Op 7 oktober 2016 wordt verzoeker opgeroepen voor een “voorafgaande gezondheidsbeoordeling” door de preventieadviseur-
arbeidsgeneesheer met het oog op zijn “mutatie (lader-straatveger)”.
3.10. Op 19 oktober 2016 stelt de huisarts van verzoeker een schrif-
telijke verklaring op luidens dewelke betrokkene “geen zwaar werk, fysieke be-
lastingen en repetitieve handelingen mag uitvoeren gezien lumbale discopathie L4L5 en L5S1”.
3.11. Met een bericht van 21 oktober 2016 deelt de operationeel di-
recteur aan verzoeker het volgende mee:
“Betreft: Reclassering ingevolge uw terugzetting en in afwachting van het advies van de arbeidsgeneesheer Mijnheer, Met toepassing van artikel 13, § 1, 3° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 tot vaststelling van delegaties van bevoegdheden aan de leidend ambtenaar van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid en van artikel 4 van de delegatie van bevoegdheid en ondertekening van 1 januari 2012 aan de operationeel directeur, heb ik be-
slist u, in afwachting van het advies van de arbeidsgeneesheer, te affecteren aan de volgende sector, met het volgende uurrooster, en dit met ingang van maandag 17 oktober 2016:
Sector: Monnoyer 200 AM, Vilvoordselaan 200A te 1130 Brussel […]
Functie: Onderhoud van de lokalen Uurrooster: 5.00 u. – 12.30 u. van maandag tot vrijdag Ik deel u mee dat u operationeel zal zijn vanaf maandag 17 oktober 2016.” (vertaling)
3.12. Op 2 november 2016 ontvangt verzoeker vanwege de preven-
tieadviseur-arbeidsgeneesheer van de vzw SPMT ARISTA – dit is de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk waarop Net Brussel een beroep doet voor het gezondheidstoezicht op zijn personeelsleden – de voorafgaande
IX-9059-4/12
gezondheidsbeoordeling voor “mutatie” naar een “[v]eiligheidsfunctie” met “welbepaalde risico‟s” en het “[m]anueel hanteren van lasten”.
De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer verklaart verzoeker “definitief ongeschikt […] voor de voornoemde werkpost of activiteit”. Hij ver-
meldt tevens dat verzoeker “geen zwaar werk” mag verrichten en “geen repetitie-
ve handelingen” mag stellen.
3.13. Met een bericht van 7 november 2016 deelt de operationeel directeur aan verzoeker het volgende mee:
“Betreft: Reclassering Mijnheer, Met toepassing van artikel 13, § 1, 3° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 tot vaststelling van delegaties van bevoegdheden aan de leidend ambtenaar van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid en van artikel 4 van de delegatie van bevoegdheid en ondertekening van 1 januari 2012 aan de operationeel directeur, heb ik be-
slist u te affecteren aan de volgende sector, met het volgende uurrooster, en dit met ingang van 8 november 2016:
Sector: Monnoyer 200 AM, Vilvoordselaan 200A te 1130 Brussel […]
Functie: Straatveger Uurrooster: 5.00 u. – 12.00 u. van maandag tot vrijdag Ik deel u mee dat u operationeel zal zijn vanaf dinsdag 8 november 2016.”
(vertaling)
Verzoeker stelt tegen deze beslissing een beroep tot nietigver-
klaring en een vordering tot schorsing in bij de Raad van State (zaak A. 220.841/IX-8973).
3.14. Op 9 november 2016 ontvangt verzoeker vanwege de preven-
tieadviseur-arbeidsgeneesheer van de vzw SPMT ARISTA het resultaat van het “volledig onderzoek zonder aanleiding vorig onderzoek” voor “mutatie” naar de functie van “straatveger-lader”, die wordt beschouwd als een “[v]eiligheidsfunctie” met “welbepaalde risico‟s” en het “[m]anueel hanteren van lasten”.
IX-9059-5/12
De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer verklaart verzoeker “definitief ongeschikt […] voor de voornoemde werkpost of activiteit”. Hij ver-
meldt voorts: “geen herhaaldelijk dragen van zware lasten”, “geen containers laden” en “geschikt voor veger (licht werk).”
Verzoeker stelt tegen deze beslissing een beroep tot nietigver-
klaring en een vordering tot schorsing in bij de Raad van State.
Bij arrest nr. 238.408 van 6 juni 2017 verwerpt de Raad van State dat beroep en die vordering omdat het geschil niet onder de rechtsmacht van de Raad van State valt.
3.15. Op 1 maart 2017 trekt de directeur-generaal van Net Brussel zijn hiervóór sub 3.8 vermelde tuchtbeslissing van 6 oktober 2016 in.
Verzoekers beroep tot nietigverklaring van die tuchtbeslissing wordt door de Raad van State bij arrest nr. 238.539 van 15 juni 2017 verworpen wegens het teloorgaan van het voorwerp ervan.
3.16. Eveneens op 1 maart 2017 trekt ook de operationeel directeur van Net Brussel zijn hiervóór sub 3.13 vermelde beslissing van 7 november 2016
tot affectatie van verzoeker als straatveger weer in.
Verzoekers beroep tot nietigverklaring en vordering tot schor-
sing van die beslissing worden door de Raad van State bij arrest nr. 238.540 van 15 juni 2017 verworpen wegens het teloorgaan van het voorwerp ervan.
3.17. Nog altijd op 1 maart 2017 neemt de directeur-generaal een nieuwe tuchtbeslissing ten aanzien van verzoeker. Hij legt aan verzoeker op grond van de vastgestelde “[t]ekortkomingen aan de werkprestaties” de tuchtstraf
IX-9059-6/12
„terugzetting in graad‟ op, namelijk “in de graad van werkman van openbare reinheid”.
Deze beslissing maakt het voorwerp uit van de voorliggende vordering tot schorsing.
3.18. En nog op 1 maart 2017 neemt de operationeel directeur een nieuwe beslissing met betrekking tot de affectatie van verzoeker als veger.
Deze beslissing luidt als volgt:
“Betreft: Reclassering ingevolge uw terugzetting in graad als straatveger Mijnheer, Met toepassing van artikel 13, § 1, 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 tot vaststelling van delegaties van bevoegdheden aan de leidend ambtenaar van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid „Net Brussel‟ en van artikel 4 van de delegatie van bevoegdheid en van ondertekening van 1 januari 2012 aan de operationeel directeur, heb ik besloten om u voorlopig in te delen in volgende sector en uurrooster en dit vanaf donderdag 2 maart 2017:
Sector: Monnoyer 200 AM, Vilvoordselaan 200A, 1130 Brussel […]
Functie van: veger Uurrooster van: 5h00 – 12h00 van maandag tot en met vrijdag Ik informeer u dat u operationeel zult zijn vanaf donderdag 2 maart 2017.”
Verzoeker stelt tegen deze beslissing een beroep tot nietigver-
klaring en een vordering tot schorsing in bij de Raad van State (zaak A. 222.075/IX-9057).
Bij arrest nr. 239.929 van heden verwerpt de Raad van State de vordering tot schorsing.
IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
4. De verwerende partij betwist niet dat zij haar nota met opmer-
kingen pas heeft ingediend op 23 mei 2017, terwijl de door het procedureregle-
IX-9059-7/12
ment voorgeschreven termijn daarvoor verstreek op 22 mei 2017. Zij vraagt evenwel om haar nota te beschouwen als een pleitnota.
5. Een pleitnota kan door de Raad van State in aanmerking wor-
den genomen als een loutere inlichting, althans wanneer ze de weergave is van de mondelinge uiteenzetting ter terechtzitting van de partij die ze indient. Ze mag evenwel niet ertoe strekken een processtuk te regulariseren dat niet binnen de door het procedurereglement voorgeschreven termijn is ingediend.
De nota van de verwerende partij wordt dan ook uit het debat geweerd.
V. Schorsingsvoorwaarden
6. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevo-
len onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behande-
ling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig mid-
del wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
VI. Spoedeisendheid
Standpunt van verzoeker
7. Verzoeker zet de spoedeisendheid van zijn vordering in zijn inleidend verzoekschrift als volgt uiteen:
“30. Luidens de rechtspraak van Uw Raad is een zaak spoedeisend en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Bijgevolg mag het kort geding worden gehanteerd wanneer het geschil
IX-9059-8/12
niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden.
31. Welnu kreeg de verzoekende partij een medische beslissing van de pre-
ventieadviseur-geneesheer dat zij geschikt zou zijn voor de functie van veger.
De verzoekende partij [lijdt] echter aan lumbale discopathie (stuk 21).
Lumbale discopathie is de medische term voor slijtage van de tussenwervel-
schijven van de lage rug die gepaard gaat met rugpijn (stuk 34 pagina 1 en stuk 36 pagina 4).
Zowel de huisarts van de verzoekende partij als de eerste preventieadvi-
seur-geneesheer attesteerden dat de verzoekende partij daardoor niet geschikt was voor zwaar fysiek werk, zoals het heffen van zware voorwerpen, noch voor het stellen van repetitieve bewegingen (stukken 21 en 24).
De bestreden beslissing, die de jongste beslissing betreft van een andere preventieadviseur-geneesheer stelt echter dat de verzoekende partij medisch ongeschikt is voor het herhaaldelijk heffen van zware voorwerpen, maar niet voor repetitieve bewegingen in het algemeen, en verklaart dienvolgens de ver-
zoekende partij geschikt voor de functie van veger.
Deze diagnose is in meerdere opzichten twijfelachtig. Vooreerst is zij strij-
dig met de opvatting van twee eerder, door de huisarts van verzoekende partij en door de eerste preventieadviseur-geneesheer gestelde diagnoses. Daarnaast is ook op algemene wijze erkend, dat repetitieve bewegingen in het algemeen, waaronder de activiteit van het vegen, rugklachten veroorzaakt. De verzoe-
kende partij voegt dan ook, bijkomend aan de medische attesten van de huis-
arts en de eerste preventieadviseur-geneesheer, een infobrochure waaruit blijkt dat repetitieve bewegingen waaronder vegen een van de belangrijkste risico-
factoren bij het ontstaan van rugklachten [zijn] (stuk 35 pagina 5).
Los van het feit dat vegen een repetitieve beweging is, vormt deze bezig-
heid een oorzaak van rugklachten omdat men bij het vegen steeds een beetje gebogen staat.
In casu praten we niet over iemand die zijn huis onderhoudt en eenmaal in de week eens veegt. De verzoekende partij, die nu reeds een gediagnosticeerd rugpati[ë]nt is, zou dagelijks meerdere uren moeten vegen. Dit zal onherroepe-
lijk leiden tot een versnelling van de slijtage van de tussenwervelschijven, die mogelijks uitmondt in een chirurgische ingreep.
Een dergelijke chirurgische ingreep heeft tot voorwerp het verwijderen van de tussenwervelschijven en vervolgens het immobiliseren van de wervels tus-
sen welke de schijven werden verwijderd door ze aan elkaar vast te maken.
Niet alleen is dit een risicovolle ingreep, die in het ergste geval kan leiden tot verlamming. De ingreep heeft sowieso een beperking van de beweeglijkheid van de rug tot gevolg doordat de wervels aan elkaar dienen te worden vastge-
maakt.
Dit is ontegensprekelijk onherstelbare schade voor de verzoekende partij.
Het risico is groot dat een dergelijke schade zich zou voordoen nog voor Uw Raad de tijd krijgt om een arrest ten gronde uit te spreken.
32. Op grond van de medische gesteldheid van de verzoekende partij heeft de auditeur reeds de schorsing geadviseerd van de affectatiebeslissing dd. 7 november 2016. Naar aanleiding van het auditoraatsverslag heeft de
IX-9059-9/12
tuchtoverheid de affectatiebeslissing ingetrokken op 1 maart 2017, maar tege-
lijk dezelfde affectatiebeslissing opnieuw genomen eveneens op 1 maart 2017.
De schorsing van de tuchtsanctie zou aan de jongste affectatiebeslissing dd. 1 maart de noodzakelijke juridische grondslag ontnemen. Zoals hoger reeds uiteengezet werd ook tegen de affectatiebeslissing van 1 maart 2017 een verzoek tot schorsing en vernietiging ingediend.
Aan de vereiste spoedeisendheid is dan ook voldaan.”
Beoordeling
8. Verzoeker meent de spoedeisendheid van zijn vordering te kunnen verantwoorden door de “lumbale discopathie” waaraan hij lijdt en die door zijn huisarts werd geattesteerd op 19 oktober 2016. Hij wijst er ook op dat de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer op 2 november 2016 heeft geoordeeld dat hij geen zwaar werk mag verrichten, dat hij geen zware voorwerpen mag hef-
fen en geen repetitieve handelingen mag stellen. De functie van veger, zo argu-
menteert verzoeker, vergt repetitieve bewegingen, die “een van de belangrijkste risicofactoren bij het ontstaan van rugklachten” zijn. Hij stelt dat de uitoefening van die functie “onherroepelijk” zal leiden tot “een versnelling van de slijtage van de tussenwervelschijven”, die dan weer kan uitmonden in een risicovolle chirurgische ingreep waardoor bovendien de beweeglijkheid van de rug zou wor-
den beperkt.
9. Zoals verzoekers uiteenzetting van de spoedeisendheid van zijn vordering is geformuleerd en beargumenteerd, heeft ze geen betrekking op de thans bestreden tuchtbeslissing, maar wel op de beslissing van de preventieadvi-
seur-arbeidsgeneesheer van 9 november 2016 waarbij hij geschikt wordt bevon-
den voor de functie van veger. Dit blijkt alleen al uit het feit dat verzoeker in zijn uiteenzetting de “bestreden beslissing” omschrijft als “de jongste beslissing [...]
van een andere preventieadviseur-arbeidsgeneesheer”, dewelke precies de voor-
melde beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer van 9 november 2016 is. Dit wordt bovendien bevestigd doordat verzoekers uiteenzetting van de spoedeisendheid van zijn voorliggende vordering bijna volledig overeenstemt
IX-9059-10/12
met zijn uiteenzetting van de spoedeisendheid van zijn vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de preventieadviseur-
arbeidsgeneesheer van 9 november 2016. De Raad van State heeft die laatstge-
noemde vordering evenwel verworpen bij arrest nr. 238.408 van 6 juni 2017 om-
dat het geschil niet onder zijn rechtsmacht valt.
Alleen al om die reden kan verzoekers uiteenzetting van de spoedeisendheid van zijn huidige vordering bezwaarlijk toereikend worden be-
vonden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de thans bestreden beslis-
sing te verantwoorden.
10. Verzoekers uiteenzetting van het gezondheidsrisico dat hij vreest te lopen door de uitoefening van de hem toegewezen functie van veger houdt geen rechtstreeks verband met de hem opgelegde tuchtmaatregel van te-
rugzetting in graad als zodanig.
Het feit dat “[d]e schorsing van de tuchtsanctie [...] aan de jongste affectatiebeslissing dd. 1 maart de noodzakelijke juridische grondslag [zou] ontnemen”, zoals verzoeker in fine van zijn uiteenzetting bijkomend aan-
voert, verandert niets daaraan en toont evenmin de spoedeisendheid van zijn vor-
dering aan.
11. De schorsingsvoorwaarde van de spoedeisendheid van de vor-
dering is aldus niet vervuld.
12. Er is derhalve niet voldaan aan alvast één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn opdat een vordering tot schorsing kan worden ingewilligd.
IX-9059-11/12
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 november 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Bert Thys
IX-9059-12/12
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.930