Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.885 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.885 Généré par l'IA

Flemish court dismisses appeal against intercommunal tender decision due to prior withdrawal of challenged ruling.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.885
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the appeal filed by two real estate companies against a West Flanders Intercommunal tender decision. The challenged decision was withdrawn by the issuing committee on July 14, 2017, rendering the legal action moot and without object. Consequently, the court rejected the request for suspension of enforcement as it was merely an accessory to the main annulment claim which had lost its purpose.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 93 of the Council of State Rules of Procedure; Article 93 of the Council of State Rules of Procedure: A legal action becomes doleful and without object if the contested administrative decision is withdrawn prior to the judgment, thereby dismissing the associated ancillary requests for suspension.

Mots-clés

Généré par l'IA
administrative appeal withdrawal of decision doleful action suspension of enforcement mootness tender procedure intercommunal body soumissionnaire évincé

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 93 of the Council of State Rules of Procedure
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 239.885 van 16 november 2017

in de zaak A. 222.561/XII-8400

In zake: 1. de BVBA TRINITY REAL ESTATE

2. de BVBA TRINITY PROJECT MANAGEMENT

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de WEST-VLAAMSE INTERCOMMUNALE (WVI), dienstverlenende vereniging met maatschappelijke zetel te 8310 Brugge Baron Ruzettelaan 35

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 4 juli 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van: “[d]e beslissing van het uitgiftecomité van de West-Vlaamse Intercommunale van 19 mei 2017, waarbij wordt besloten om de kandidatuur van ‘Brunic NV-De Brabandere BVBA-Creapan BVBA’ te selecteren en uit te nodigen om een projectvoorstel in te dienen, zulks naar aanleiding van een nieuw gemengd bedrijventerrein ‘Monikkenhoek’ te Veurne, en waarbij wordt besloten om [de] verzoekende partijen niet te selecteren om een projectvoorstel in te dienen voor dit project”.

XII-8400- 1/3

II. Verloop van de rechtspleging

Auditeur Thomas Maes heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 november 2017 om 11. uur.

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Toepassing van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948

‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’

3. De bestreden beslissing is bij beslissing van het uitgiftecomité van de West-Vlaamse Intercommunale van 14 juli 2017 ingetrokken, zodat het beroep zonder voorwerp is gevallen en ‘doelloos’ is geworden, als bedoeld in artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

IV. Ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing

4. De vordering tot schorsing is een accessorium van het beroep tot nietigverklaring. Bijgevolg heeft de verwerping van het beroep tot nietigverklaring ook de verwerping van de vordering tot schorsing tot gevolg.

XII-8400- 2/3

V. Kosten

5. Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing past het de kosten, zijnde het rolrecht en de door de verzoekende partijen gevraagde rechts-

plegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.

3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, en een rechts-

plegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partijen.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 16 november 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Johan Bovin

XII-8400- 3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.885