Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.879 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.879 Généré par l'IA

Court dismisses appeal as goalless because the challenged administrative decision was already annulled in a prior ruling.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.879
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the appeal as it lacked any subject matter. The appellant sought to annul a decision by the Flemish Minister of Environment, but the court noted that this specific ministerial decision had already been annulled in a previous ruling (Case No. 239.878). Consequently, the current appeal was rendered without purpose, leading to its rejection and the assignment of costs to the respondent.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 100 of the Code of Administrative Justice; Article 101 of the Code of Administrative Justice: An appeal is inadmissible if the challenged administrative act has already been annulled in a prior judgment, rendering the appeal goalless.

Mots-clés

Généré par l'IA
goalless appeal prior annulment Code of Administrative Justice procedural inadmissibility costs allocation autorisation dérogatoire de construire autorisation d'essai retrait de l'autorisation

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 100 of the Code of Administrative Justice
Article 101 of the Code of Administrative Justice

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Case No. 239.878
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VIIe KAMER

nr. 239.879 van 16 november 2017

in de zaak A. 215.186/VII-39.342.

In zake : de GEMEENTE MEEUWEN-GRUITRODE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Archimedesstraat 7

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 4 maart 2015, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 5 januari 2015 waarbij het beroep, ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Limburg van 18 december 2013 houdende de weigering van de milieuvergunning aan de NV De Berger - Proefbedrijf voor Landbouw en Veeteelt voor het verder exploiteren en veranderen van een varkenshouderij, gelegen aan de Bullenstraat 13 B1 te Meeuwen-Gruitrode, gegrond wordt verklaard en de gevraagde milieuvergunning onder voorwaarden wordt verleend.

VII-39.342-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Dieter Decock heeft een verslag opgesteld.

De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2017.

Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Philippe Dreesen, die loco advocaat Wim Mertens verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Stijn Van Hulle, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Dieter Decock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Doelloos beroep

3. Het thans bestreden besluit is door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. 239.878 van heden.

VII-39.342-2/3

Het voorliggend beroep is derhalve zonder voorwerp, waardoor het doelloos is geworden.

Gelet op de omstandigheden van de zaak, past het de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zestien november tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-39.342-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.879