Court dismisses appeal against Flemish government planning decisions due to lack of standing and procedural irrelevance.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the plaintiff's appeal against two Flemish government decisions regarding the Antwerp harbor area. The court found the plaintiff lacked standing to challenge the final planning decision and deemed the preliminary plan approval legally irrelevant since it could not be independently annulled. Consequently, the entire appeal was dismissed, and costs were assigned to the defendant government.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 90, § 1, 3de lid van de wetten op de Raad van State; Art. 9 van het Verdrag van Aarhus: An appeal against a preparatory administrative act is inadmissible if the final act is annulled for lack of standing, as the preparatory act cannot be independently annulled without the final act.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 239.843 van 10 november 2017
in de zaak A. 209.658/X-15.568.
In zake : de GEMEENTE SINT-GILLIS-WAAS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim De Cuyper en Erika Rentmeesters kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij :
het GEMEENTELIJK HAVENBEDRIJF ANTWERPEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sven Vernaillen en Joris Geens kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 29 juli 2013, strekt tot de nietigverklaring van:
- het besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013 houdende definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening zeehavengebied Antwerpen”, en
X-15.568-1/6
- het besluit van de dienst Mer van 4 maart 2009 “waarbij het plan-MER
ingediend door de afdeling Haven- en Waterbeleid van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken wordt goedgekeurd in functie van de verdere besluitvorming”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 16 oktober 2013. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.
Auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend.
Met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met één lid.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2017.
Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Laura Vandervoort, die loco advocaten Wim De Cuyper en Erica Rentmeesters verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Veerle Tollenaere, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat
X-15.568-2/6
Annelies Geerts, die loco advocaten Sven Vernaillen en Joris Geens verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Onderzoek
3.1. Met zijn arrest nr. 236.837 van 20 december 2016 vernietigt de Raad van State:
- het besluit van de Vlaamse regering van 24 oktober 2014 in zoverre dit het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen, havenontwikkeling Linkeroever’ definitief vaststelt, met uitsluiting van het westelijk deel van het ‘Logistiek park Waasland’, gelegen te Beveren tussen de expressweg Kust-Antwerpen (N49), de Verrebroekstraat, Havinkbeek en Paardenkerkhofstraat, en, - het besluit van de Vlaamse regering van 27 april 2012 ‘houdende voorlopige vaststelling van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening zeehavengebied Antwerpen’, in zoverre dit betrekking heeft op het beheersingsgebied van het deels vernietigde definitief vastgestelde gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen, havenontwikkeling Linkeroever’, dus met uitsluiting van het westelijk deel van het ‘Logistiek park Waasland’.
Met zijn arrest nr. 238.186 van 12 mei 2017 vernietigt de Raad van State:
- het besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening
X-15.568-3/6
zeehavengebied Antwerpen’, behoudens in zoverre het betrekking heeft op het rechter Scheldeoevergebied; en - het besluit van de Vlaamse regering van 27 april 2012 houdende de voorlopige vaststelling van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’, behoudens in zoverre het betrekking heeft op het rechter Scheldeoevergebied en op het westelijk deel van het ‘Logistiek park Waasland’, gelegen te Beveren tussen de expressweg Kust-
Antwerpen (N49), de Verrebroekstraat, Havinkbeek en Paardenkerkhofstraat.
3.2. De verzoekende partij bevestigt in haar laatste memorie dat zij ingevolge de voormelde vernietigingsarresten zonder belang is bij haar beroep in zoverre dit de eerste bestreden beslissing betreft.
Zij meent wel nog een voldoende belang te hebben bij de vernietiging van de tweede bestreden beslissing, aangezien “[e]en nieuw plan-
MER, minstens een nieuwe beoordeling van het plan-MER [...] ertoe [kan] leiden dat de impact op het landbouwareaal en op de waterhuishouding op [haar]
grondgebied [...] beter wordt onderzocht”.
3.3. Zoals de verzoekende partij zelf aangeeft, is het beroep tegen de eerste bestreden beslissing wegens gebrek aan belang onontvankelijk.
3.4. De tweede bestreden beslissing is voorbereidend ten aanzien van de eerste bestreden beslissing. Als zodanig is ze normaal niet voor vernietiging vatbaar. Het is nu eenmaal per definitie de zin en de functie van voorbereidende handelingen om niet uit zichzelf de bestaande rechtsorde te wijzigen, maar om zo’n wijziging alleen voor te bereiden.
Het voorgaande zou evenwel niet beletten dat in voorkomend geval deze voorbereidende beslissing toch wordt vernietigd, ten behoeve van de duidelijkheid in het rechtsverkeer en mede gelet op artikel 9 van het Verdrag van Aarhus, wanneer om haar vernietiging wordt gevraagd tezamen met die van de nagevolgde eindbeslissing én wanneer het onderzoek van het beroep tegen die
X-15.568-4/6
eindbeslissing ervan doet blijken dat de voorbereidende beslissing behept is met een onwettigheid die uitsluitend kan worden hersteld door deze beslissing over te doen.
3.5. Aangezien het beroep tegen de eerste bestreden beslissing, de eindbeslissing zijnde, als onontvankelijk moet worden verworpen (zie randnummer 3.3), wordt het beroep tegen deze beslissing niet onderzocht en kan er niet uit blijken dat de tweede bestreden beslissing behept is met een onwettigheid die uitsluitend kan worden hersteld door deze tweede bestreden beslissing over te doen.
3.6. Het beroep moet dan ook in zijn geheel worden verworpen.
4. Gelet op de omstandigheden eigen aan de zaak, past het om de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 175 euro.
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro.
X-15.568-5/6
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien november 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Stephan De Taeye, staatsraad, wnd. voorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Stephan De Taeye
X-15.568-6/6
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.843