Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.820 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.820 Généré par l'IA

Court dismisses urgent suspension request because the provincial decision was withdrawn before the hearing.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.820
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's urgent request to suspend the execution of a provincial decision regarding a public procurement contract. The underlying decision by the Province of Antwerp had been withdrawn on October 19, 2017, rendering the suspension request without subject matter. Consequently, the court ruled that the applicant had lost their interest in the proceedings and ordered the respondent to bear the associated legal costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10 and 11 of the Law of 12 January 1973 on the Council of State; if the contested administrative decision is withdrawn before the hearing, the request for urgent suspension is without subject matter and the applicant loses their interest in the proceedings.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent suspension request withdrawal of decision loss of interest procedural dismissal public procurement contract administrative costs Council of State action en contestation de l'état de collocation

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 10 and 11 of the Law of 12 January 1973 on the Council of State
Article 30/1 of the coordinated laws on the Council of State
Article 67 of the Decree of the Regent of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 239.820 van 9 november 2017

in de zaak A. 223.521/XII-8450

In zake: de NV GERNERAL SERVICES ANTWERP (in hoedanigheid van rechtsopvolger van Logisport N.V.)

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Annelies Verlinden en Evelien De Raeymaecker kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 106

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de PROVINCIE ANTWERPEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Coen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 13 oktober 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de Provincie Antwerpen van 28 september 2017, waarvan verzoekende partij kopie ontving per aangetekend schrijven d.d. 29 september 2017, zoals ontvangen op 2 oktober 2017 […], tot gunning van de percelen A en B

van de opdracht „Depot Erfgoedcollecties‟ aan Hizkia Van Kralingen, en derhalve niet aan [nv General Services Antwerp].”

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

XII-8450-1/3

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 november 2017, om 11.00 uur.

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Jorren Garrez, die loco advocaat Annelies Verlinden verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Simon De Buyser, die loco advocaat Christophe Coen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Intrekking van de bestreden beslissing

Met een beslissing van 19 oktober 2017 van de deputatie van de provincie Antwerpen is de bestreden beslissing ingetrokken.

De vordering is bijgevolg zonder voorwerp, minstens heeft de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren.

IV. Kosten

4.1. In de gegeven omstandigheden past het de kosten inzake het rolrecht ten laste van de verwerende partij te leggen.

4.2. Er is te dezen tevens grond om met toepassing van artikel 30/1

van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 67 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe te kennen, nu zij

XII-8450-2/3

door de intrekking van de bestreden beslissing als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 9 november 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Johan Bovin

XII-8450-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.820