Court dismisses appeal due to applicant's failure to request continuation after auditor's report recommending rejection.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's appeal inadmissible, establishing a presumption of withdrawal of proceedings. The applicant had submitted a request for annulment of a severe disciplinary sanction but failed to request continuation of the case after the auditor's report recommended rejection. Consequently, the court dismissed the appeal and ordered the applicant to bear the legal costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 21, paragraph 7, of the Coordinated Laws on the Council of State; Upon notification of an auditor's report recommending rejection, failure to request continuation within thirty days creates a presumption of withdrawal of proceedings.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 239.804 van 8 november 2017
in de zaak A. 218.995/XIV-37.001
In zake: Sven NAEGELS
woonplaats kiezend te 2020 Antwerpen Wittestraat 25
tegen:
de STAD ANTWERPEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Van Der Straten kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 120
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 11 april 2016, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van 9 februari 2016 van de waarnemend burgemeester van de stad Antwerpen waarbij hem de zware tuchtstraf van de terugzetting in weddeschaal wordt opgelegd.”
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld.
Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 6 juli 2017.
XIV-37.001-1/3
Op 18 september 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.
Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.
Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
4. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
XIV-37.001-2/3
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht november tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Geert Debersaques
XIV-37.001-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.804