Belgian Council of State dismisses appeal for disciplinary sanction due to failure to submit counter-memorandum within sixty days.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to annul a disciplinary decision against a prison official. The applicant failed to submit a counter-memorandum within the mandatory sixty-day period required by the Regent's decision. Consequently, the court found the applicant lacked standing to pursue the annulment, resulting in a dismissal and an order to pay costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 14bis § 1 of the Regent's decision of 23 August 1948; Article 7 of the Regent's decision of 23 August 1948; Article 21 § 2 of the Council of State Act: Failure to submit a counter-memorandum within the prescribed period results in the loss of standing to request annulment.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 239.803 van 8 november 2017
in de zaak A. 222.114/XIV-37.409
In zake: Steven VANSTEENKISTE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mathieu Langerock kantoor houdend te 8000 Brugge Koolkerkse Steenweg 154
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie woonplaats kiezend te 1000 Brussel Willebroekkaai 33
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 3 mei 2017, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing tot tuchtsanctie dd. 03-04-2017, uitgaande van de directie van de gevangenis te Hasselt”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 3 juli 2017.
Op 21 september 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
XIV-37.409-1/3
Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.
Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.
Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
4. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro.
XIV-37.409-2/3
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht november tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Geert Debersaques
XIV-37.409-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.803