Court dismisses appeal due to withdrawal; intervening party's objection to withdrawal is rejected.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of State established the withdrawal of the proceedings by the appellant, who subsequently failed to appear at the hearing. Although the intervening parties objected to the withdrawal, arguing the appellant lacked full knowledge of the case, the Court found their objection unmeritorious. Consequently, the appeal was dismissed and costs were assigned to the appellant and the intervening parties.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 10 and 11 of the Code of State Council Procedure: A party's explicit written request for withdrawal, accompanied by a decision to withdraw their choice of counsel and followed by non-appearance, constitutes a clear and irrevocable withdrawal of the proceedings, which the Court must accept even if intervening parties object.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 239.789 van 7 november 2017
in de zaak A. 215.660/X-16.213.
In zake : XXXX
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partijen :
1. de NV DRANACO
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Eyskens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33
bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Lagey kantoor houdend te 2020 Antwerpen Camille Huysmanslaan 84
2. de NV BEHEERSMAATSCHAPPIJ ANTWERPEN MOBIEL
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Bouckaert, Pieter Vandenheede, Bastiaan Schelstraete en Emma Halleman kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25
bij wie woonplaats wordt gekozen
X-16.213-1/5
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 22 april 2015, strekt tot de nietigverklaring van :
1. het besluit van de Vlaamse regering van 20 maart 2015 waarbij het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Oosterweelverbinding - wijziging” definitief wordt vastgesteld;
2. de beslissing van de Vlaamse regering van 27 februari 2015 om de termijn voor de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Oosterweelverbinding – wijziging” met zestig dagen te verlengen.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
De NV Dranaco en de NV van publiek recht Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 6 augustus 2015. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend.
Auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld.
Verzoeker, de verwerende partij en de tussenkomende partijen hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden 20 oktober 2017.
Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.
X-16.213-2/5
Advocaat Paul Aerts, die verschijnt voor de verwerende partij, advocaat Thomas Eyskens, die in eigen naam en loco advocaat Joris Lagey, verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en advocaten Jan Bouckaert en Bastiaan Schelstraete, die verschijnen voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord.
Auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Afstand
3.1. De verzoeker deelt met een niet gedateerde brief, die de Raad van State op 25 september 2017 heeft ontvangen, aan de Raad zijn beslissing tot stopzetting van zijn woonplaatskeuze bij zijn raadsman mee, en vraagt daarin uitdrukkelijk om een afstand van het geding. Hij verschijnt vervolgens niet ter terechtzitting.
3.2. Op de terechtzitting verzet de tussenkomende partij zich tegen de afstand, om reden dat de verzoeker niet met kennis van zaken over zijn vraag tot afstand zou hebben kunnen beslissen. Zij werpt op dat de verzoeker niet op de hoogte was van het auditoraatsverslag in de zaak nr. A. 215.774/X-16.223, waarin de auditeur de vernietiging voorstelt van de bestreden beslissingen op grond van eenzelfde wettigheidskritiek als hier en die de auditeur in die zaak van openbare orde acht.
3.3. Het staat niet aan de tussenkomende partij om in de plaats van de verzoeker te oordelen of deze laatste al dan niet met kennis van zaken om een afstand van het geding heeft gevraagd.
X-16.213-3/5
Bovendien blijkt de “bekommernis” van de tussenkomende partij aangaande het voldoende geïnformeerd zijn van de verzoeker haar er zelfs niet toe te hebben gebracht om de verzoeker voorafgaand aan de terechtzitting te contacteren en over een en ander te informeren. Het verzet van de tussenkomende partij komt de Raad van State dan ook als niet ernstig voor.
3.5. Uit de uitdrukkelijke schriftelijke vraag van de verzoeker tot afstand, bovendien vergezeld van een beslissing tot stopzetting van zijn woonplaatskeuze bij zijn raadsman en gevolgd door zijn niet-verschijnen ter terechtzitting, blijkt voldoende duidelijk dat de verzoeker het geding hoe dan ook niet langer wenst voort te zetten.
IV. Anonimisering
4. De verzoeker vraagt met een brief van 22 april 2015 om het arrest bij publicatie ervan te anonimiseren.
Die vraag wordt ingewilligd.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij.
De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro.
3. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt.
X-16.213-4/5
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven november 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X-16.213-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.789