Court dismisses request to suspend public tender execution due to alleged failure to provide three CVs.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's urgent request to suspend the execution of a public procurement decision. The applicant argued that the selection committee exceeded its margin of appreciation by excluding them for failing to submit three detailed CVs, despite providing extensive descriptions of personnel. The court held that the authority was not obligated to extract missing diploma information from the applicant's own documents and found the applicant's factual basis regarding the selection criteria to be incorrect.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 30/1 of the Coordinated Laws on the Council of State; Article 67, § 1 of the Regent's Decree of 23 August 1948: The public authority is not required to independently extract missing qualification data from the tenderer's submission when the tenderer fails to meet specific document requirements, and a failure to provide requested CVs constitutes a valid ground for exclusion.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 239.784 van 7 november 2017
in de zaak A. 223.508/XII-8449
In zake: de BVBA BUREAU VOOR EVENEMENTEN
ORGANISATIE
woonplaats kiezend te 2060 Antwerpen Rotterdamstraat 73
tegen:
de ARTESIS PLANTIJN HOGESCHOOL ANTWERPEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carlos De Wolf, kantoor houdend te 9680 Maarkedal Etikhovestraat 6
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 12 oktober 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van hetgeen in het inleidend verzoekschrift wordt verwoord als “de bestreden beslissing PAT-AD-CL-2017-085 Beperkte offerteaanvraag voor raamovereenkomst ontwerp, leveren en gebruiksklaar plaatsen van beursstanden.
Procedure AP/B0/2017-012 kennisgeving uittreksel selectiebeslissing en nietig verklaren ingediende kandidaatstelling”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
XII-8449-1/8
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2017, om 10.00 uur.
Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht.
De heer Tom Melis, die verschijnt in zijn hoedanigheid als zaakvoerder van de verzoekende partij, en advocaten Carlos De Wolf en Charlotte De Wolf, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit volgens de procedure van de beperkte offerteaanvraag, met als voorwerp “raamovereenkomst voor ontwerp, leveren en gebruiksklaar plaatsen van beursstanden”.
De opdracht wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen.
3.2. De selectieleidraad bepaalt:
“3.2.2. Vakbekwaamheid […]
- De kandidaat bezorgt een organogram van de organisatie alsook een duidelijke taakverdeling van het team dat belast is met deze opdracht. Er wordt duidelijk omschreven wat de taakverdeling zal zijn en wie de contactpersonen alsook back-up personeelsleden zullen zijn.
- Expertise van personeel betrokken bij de opdracht moet worden aangetoond door middel van minstens 3 gedetailleerde cv‟s. De cv‟s moeten de diploma‟s/getuigschriften, de beroepskwalificaties en
XII-8449-2/8
aantoonbare ervaring vermelden. De indiening van bijkomende cv‟s is toegestaan”.
3.3. Zeven kandidaatstellingen worden ingediend, waaronder die van de verzoekende partij.
De verzoekende partij voldoet volgens het selectieverslag niet aan de kwalitatieve selectievereisen en wordt uitgesloten van nader onderzoek.
In dat verslag wordt hiervoor de volgende reden gegeven:
“Kandidaat BEO BVBA brengt een duidelijk organogram aan maar dient slechts 1 cv in in plaats van de minimaal gevraagde 3 cv‟s. Als per eerdere uitspraken van de Raad van State dienen de minimumeisen inzake selectie zoals geformuleerd in de opdrachtdocumenten gerespecteerd te worden. De kandidaatstelling is om deze reden onregelmatig en wordt uitgesloten van verder onderzoek”.
3.4. Met een aangetekend schrijven van en per e-mailbericht van 28 september 2017 wordt aan de verzoekende partij meegedeeld dat haar kandidatuur nietig werd verklaard. Als bijlage wordt een kopie van het selectieverslag bezorgd, “gemotiveerd uittreksel gunningsverslag” genoemd.
De verzoekende partij vecht met de voorliggende vordering de beslissing aan om haar niet te selecteren.
IV. Schorsingsvoorwaarden
4.1. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
XII-8449-3/8
4.2. Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 „betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies‟ van toepassing.
Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid.
Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden.
V. Onderzoek van de middelen
A. Eerste middel
Uiteenzetting van het middel
5. In een eerste middel betoogt de verzoekende partij dat een “eenvoudige materiële vergissing” – dit is het niet hebben gevoegd bij de offerte van drie cv‟s – “een niet-billijk, té zwaar gevolg” heeft, namelijk de niet-selectie.
Zij argumenteert dat de verwerende partij onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij niet van haar recht om bijkomende informatie op te vragen gebruik heeft gemaakt. Tevens stelt de verzoekende partij zich de vraag of met haar optreden de verwerende partij niet heeft blijk gegeven van “een verdoken willekeur of voorkeur”, met een schending van het gelijkheidsbeginsel als gevolg.
XII-8449-4/8
Beoordeling
6. De verzoekende partij heeft, in weerwil van het bestek, slechts één cv voorgelegd. Zij erkent slechts het cv van de enige zaakvoerder te hebben neergelegd, maar zulks “bijkomend” en “pro forma”. Zij meent immers haar technische en beroepsbekwaamheid uitvoerig te hebben aangetoond. Zij verwijst daartoe naar de bladzijden 6 en 7 van haar kandidaatstelling met een uitvoerige beschrijving van niet drie, maar van alle betrokken personen, en naar een organogram op de bladzijden 7 en 9 van haar kandidaatstelling.
7. De selectieleidraad vereist om de “expertise van [het] personeel betrokken bij de opdracht” aan te tonen door middel van “minstens 3
gedetailleerde cv‟s”, die “de diploma‟s/getuigschriften, de beroepskwalificaties en aantoonbare ervaring” moeten vermelden.
8. De zorgvuldigheidsplicht waartoe de aanbestedende overheid is gehouden, lijkt haar niet te verplichten de onzorgvuldigheid van de verzoekende partij recht te zetten door haar te vragen de vereiste cv‟s te bezorgen, voorgeschreven op grond van het betrokken besteksvereiste, die zij had moeten toevoegen aan haar kandidaatstellling.
De verzoekende partij mag dan wel beweren dat het louter gaat om een “materiële vergissing” met “een niet-billijk, té zwaar gevolg”, maar het lijkt dat te dezen de verwerende partij in de ene of de andere zin mocht oordelen en de onvolledige kandidaatstelling mocht laten regulariseren dan wel niet, waarbij beide standpunten de rechtmatigheidstoets konden doorstaan.
De verwerende partij heeft het besteksvereiste zonder meer toegepast, wat op zichzelf en zeker te dezen niet lijkt te mogen worden gelijkgesteld met een onzorgvuldig handelen. Het is immers het verzuim van de verzoekende partij om een duidelijk besteksvereiste na te leven dat haar niet-selectie tot gevolg had en deze sanctionering lijkt te dezen niet de perken van de redelijkheid te buiten te gaan.
XII-8449-5/8
9. Voorts kan een schending van het gelijkheidsbeginsel niet worden aangenomen op grond van de loutere vraag van de verzoekende partij of er bij het nemen van de bestreden beslissing sprake was van “een verdoken willekeur of voorkeur”. Het lijkt overigens dat de verzoekende partij zich wil doen vergelijken met kandidaten die wel voldeden aan de kwalitatieve selectie, dit in tegenstelling tot de verzoekende partij, zodat op dat vlak zelfs geen sprake lijkt te kunnen zijn van gelijkaardige situaties.
10. Het middel, zoals aangevoerd door de verzoekende partij, is bijgevolg niet ernstig.
B. Tweede middel
Uiteenzetting van het middel
11. Met het tweede middel wil de verzoekende partij aantonen dat zij wel degelijk aan de kwalitatieve selectiecriteria voldoet en dat de verwerende partij “haar beoordelingsmarge te buiten gegaan” is door op grond van het niet toevoegen van de gevraagde 3 cv‟s tot de vaststelling te komen dat de vakbekwaamheid, namelijk de knowhow, efficiëntie, ervaring en betrouwbaarheid van de verzoekende partij, niet voldoende zou zijn. De verzoekende partij heeft immers door het toevoegen van een uitvoerige beschrijving van alle betrokken personen “geen onvolledige invulling gegeven aan het criterium „indienen van 3 CV‟s‟”. Zij verwijst naar de bladzijden 6 en 7 van haar kandidaatstelling met een uitvoerige beschrijving van niet drie, maar alle betrokken personen en naar haar organogram op de bladzijden 7 en 9 van haar kandidaatstelling.
Beoordeling
12. Het lijkt geen verplichting voor de verwerende partij te zijn, zoals in het middel in wezen wordt verondersteld, om zelf de gehele kandidaatstelling te onderzoeken en om daaruit de ontbrekende cv-gegevens, mochten die in die kandidaatstelling al aanwezig zijn, af te leiden.
XII-8449-6/8
Te dezen kan ten overvloede worden opgemerkt dat de kandidaatstelling een “beschrijving van alle betrokken personen” bevat en een organogram. In geen van die beide documenten echter lijkt er sprake te zijn van diploma‟s of getuigschriften van de vermelde personen, zoals gevraagd in de selectieleidraad. Aldus lijkt de verzoekende partij niet aan te tonen dat de verwerende partij op dat punt haar “beoordelingsmarge te buiten [is] gegaan”, nu het middel zelfs steunt op een onjuist feitelijk uitgangspunt, in zoverre de verzoekende partij betoogt dat zij “geen onvolledige invulling” heeft gegeven aan het selectiecriterium van de drie cv‟s.
13. Het middel is niet ernstig.
VI. Besluit
14. Geen van beide middelen is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden verworpen.
15. Er is te dezen grond om met toepassing van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 67, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟, de verwerende partij de door haar gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe te kennen, nu zij door de verwerping van de vordering tot schorsing als in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt de vordering.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
XII-8449-7/8
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 7 november 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Dierk Verbiest
XII-8449-8/8
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.784