Court suspends urban planning permit due to procedural violation of official language requirements in Brussels.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State granted the municipality's request to intervene and ordered an immediate suspension of the urban planning permit. The court found that the public inquiry was conducted solely in French, violating the requirement for bilingual administration in Brussels. Consequently, the decision was suspended pending a review of the procedural legality.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 18 and Art. 58 of the Official Language Act; administrative acts are void if they violate official language requirements, and public inquiries must be conducted in both Dutch and French in Brussels.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 239.724 van 30 oktober 2017
in de zaak A. 223.617/X-17.053.
In zake : Louis MEULEMAN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Eyskens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Tussenkomende partij :
de GEMEENTE VORST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Véronique Brusselmans en Lauriane Olivier kantoor houdend te 1000 Brussel Koloniënstraat 56/6
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 29 oktober 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de stedenbouwkundige vergunning dd. 25 september 2017 (ref. 07/PFD/548671), van de gemachtigde ambtenaar voor de heraanleg van de Berkendaelstraat, van gevel tot gevel, tussen de Brugmannlaan en de Albertlaan, en houdende het vellen van 51 bomen en de heraanplanting van 38 Betula pendula “Zwitserse Glorie” in de parkeerzones, en de aanleg van de schoolomgeving en de plaatsing van snelheidsbegrenzers, n.a.v. […] de aanvraag dd. 24 oktober 2014 van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Vorst tot de heraanleg van de Berkendaelstraat, van gevel tot gevel, tussen de Brugmannlaan en de Albertlaan, en houdende het vellen van 51 bomen en de heraanplanting van 23 bomen in de X-17.053-1/9
parkeerzones, en de aanleg van de schoolomgeving en de plaatsing van snelheidsbegrenzers”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Met een verzoekschrift van 30 oktober 2017 heeft de gemeente Vorst gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2017, om 9.15 uur.
Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Kiana Khavaran, die loco advocaten Véronique Brusselmans en Lauriane Olivier verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Auditeur Barbara Speybrouck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
III. Feiten
3.1. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Vorst dient op 24 oktober 2014 een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning in. De aanvraag betreft de heraanleg van de Berkendaelstraat, van gevel tot gevel, tussen de Brugmannlaan en de Albertlaan, houdende het vellen van 51 bomen en de heraanplanting van 23 bomen in de parkeerzones, en de aanleg van de schoolomgeving en de plaatsing van snelheidsbegrenzers.
X-17.053-2/9
Bij de aanvraag worden de op 25 augustus 2014 opgemaakte plannen van de bestaande en de beoogde toestand gevoegd, alsook een verklarende nota van 6 oktober 2014.
3.2. Het openbaar onderzoek loopt van 8 november 2014 tot 7 december 2014. Er worden 44 bezwaren ingediend.
3.3. Op 16 december 2014 beslist de overlegcommissie haar advies uit te stellen om aan het college de mogelijkheid te geven het dossier aan te vullen wat betreft de ondergrond, de nutsvoorzieningen, de standpunten van de nutsmaatschappijen en de stand van de bomen.
3.4. Tijdens de maand september 2016 wordt via het internet een gewijzigd dossier voorgelegd aan het publiek, zodat de belanghebbenden deze plannen kunnen beoordelen.
3.5. De overlegcommissie bespreekt op de hoorzitting van 29 november 2016 dit nieuw voorgestelde plan met de omwonenden en de gemeente Vorst. Zij beslist andermaal haar advies uit te stellen om de nutsmaatschappij Sibelga toe te laten na te gaan of de plaatsing van de hoogspanningslijn aan de zuidzijde van de straat technisch mogelijk is.
3.6. Nadat Sibelga laat weten dat dit mogelijk maar niet aan te raden is, verleent de overlegcommissie op 14 februari 2017 een voorwaardelijk gunstig advies waarbij zij vier opmerkingen maakt:
- de aanplanting van 31 Betula Pendula “Zwitserse Glorie”, en een lichte vermindering van het aantal parkeerplaatsen;
- de maximale verhoging van de aanplantingszone van de nieuwe berken;
- een verzachting van de bochtstraat vanuit de Albertlaan;
- het gebruik van hergebruikte straatstenen.
X-17.053-3/9
De eerste drie opmerkingen zijn gesteund op de in september 2016 neergelegde nieuwe plannen.
3.7. Op 25 september 2017 verleent de gemachtigde ambtenaar de stedenbouwkundige vergunning.
Dit is de bestreden beslissing.
IV. Tussenkomst
4. De gemeente Vorst blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd.
V. De voorwaarden van de vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid
5. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
Luidens artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟, bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”. Dit impliceert dat de verzoekende partij in het inleidend verzoekschrift aan de hand van precieze en concrete feitelijke gegevens aantoont dat de schorsing volgens de gewone
X-17.053-4/9
procedure onherroepelijk te laat zal komen én dat zij als eisende partij al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State.
VI. De urgentie
6. Na een theoretische uitwijding over de voorwaarden van de vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid zet verzoeker op een aannemelijke wijze uiteen dat hij diligent heeft gehandeld.
De bestreden vergunning dateert van 25 september 2017.
Uit de stukken die verzoeker voorlegt blijkt dat op die datum er nog geen sprake was van de aanvang van de werken, maar dat de werken vandaag of morgen zullen starten.
Vooreerst legt hij een brief voor van 23 oktober 2017 van de gemeente Vorst waarin wordt gemeld dat de werkzaamheden “de eerstkomende dagen zullen beginnen” en dat de werkzaamheden van de nutsbedrijven “direct na het vellen van de bomen zullen beginnen”.
Ook legt hij een krantenartikel voor waarin wordt gemeld dat er een stationeerverbod geldt in de Berkendaelstraat op 30 en 31 oktober 2017, wellicht voor het vellen van bomen.
Verzoeker zet, zonder daarin te worden tegengesproken door de tussenkomende partij, uiteen dat de eerste werfuitrustingen worden geplaatst op 27 oktober 2017, en hij maakt gewag van een affiche die op 28 oktober 2017 zou zijn aangebracht in de straat waarop de kapping van de bomen op 30 en 31 oktober 2017 wordt aangekondigd.
Aldus blijkt dat verzoeker ten vroegste vanaf 25 oktober 2017
kennis heeft gekregen dat de werken, ter uitvoering van de op 25 september 2017
X-17.053-5/9
verleende stedenbouwkundige vergunning, zullen worden aangevat op 30 oktober 2017. Door het verzoekschrift in te dienen op 29 oktober 2017 heeft verzoeker met de vereiste diligentie gereageerd.
De loutere bewering van de tussenkomende partij, als zou er op 17 oktober 2017 tijdens een informatievergadering, waarop verzoeker zou aanwezig geweest zijn, aangekondigd werd dat de werken eind oktober zouden aanvangen, wordt door de raadsman van verzoeker ter terechtzitting tegengesproken. De bewering van de tussenkomende partij wordt niet schriftelijk gestaafd. zij kan dan ook niet als bewijskrachtig worden aanvaard.
7. Verzoeker zet voorts op concrete wijze uiteen dat de schorsing volgens de gewone procedure onherroepelijk te laat zal komen:
“De onherstelbare en onomkeerbare gevolgen van de uitvoering van de bestreden beslissing hebben betrekking op het vellen van de bomen, en wel van alle bomen. Dit is uiteraard onherstelbaar, omdat het nu eenmaal niet mogelijk is om de huidige volwassen bomen te vervangen door vergelijkbare volwassen bomen.
Het vellen van de bomen is m.a.w. uit zijn aard onomkeerbaar. Er zijn dan ook meerdere arresten van de Raad van State die bevestigen dat de tenuitvoerlegging van een vergunning die de kap van bomen veronderstelt, een vordering tot schorsing volgens de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid, wettigt.
[…]
Te dezen wijst verzoekende partij op het onomkeerbaar karakter van de kapping en het belangrijk verlies voor zijn levenskwaliteit.
Dit geldt in het bijzonder voor verzoekende partij, nu vastgesteld moet worden dat het uiteindelijk goedgekeurde plan de bestaande volwassen berk velt, en in de plaats daarvan een meer dan 9 m lange „aanplantingszone‟ voorzien (wat dit ook concreet moge inhouden) :
[…]
Verzoekende partij heeft samen met zijn echtgenote de betrokken woning gekocht in 2013. De keuze voor de woning heeft verzoekende partij in doorslaggevende mate laten bepalen door de parkachtige verschijning van de Berkendaelstraat, zoals blijkt uit de fotoreportage en het filmpje.
Daarbij moet worden opgemerkt dat de Burgemeester zelf, in zijn e-mailbericht dd. 26 oktober 2017, het bijzonder rustig en landelijk karakter van de straat, vormgegeven door de berken, bevestigt.
Daarmee kan redelijkheidshalve niet worden betwist dat de Berkendaelstraat niet gelijkgesteld kan worden met „zomaar‟ een straat waar wat bomen staan, maar een straat is waarvan de belevingswaarde fundamenteel bepaald wordt door de aanwezigheid van de volwassen
X-17.053-6/9
berken. Dit betreft een uniek straatbeeld en een unieke levensomgeving, zeker in het Brusselse.
Zoals gesteld, geniet de heer Meuleman elke dag van de volwassen bomen, de berken, die de straat sieren.
Hij ervaart de parkachtige verschijningsvorm van zijn straat wanneer hij samen met zijn gezin de ochtend-, middag en avondmaaltijden nuttigt. De eetruimte is immers voorzien aan de straatruimte, op de verhoogde gelijkvloerse verdieping van zijn woning .
Ook vanuit zijn slaapkamer (op de eerste verdieping) en zijn werkkamer (op de tweede verdieping) geniet de heer Meuleman elke dag weer van het groen van de volwassen berken, en in het bijzonder van de volwassen berk die pal voor zijn woning staat. De kruinhoogte van deze boom is gesitueerd ter hoogte van de vertrekken op de eerste en tweede verdieping van zijn woning.
De kapping van de berken - van alle (!) bomen in de Berkendaelstraat -, en in het bijzonder van deze die pal voor de woning van verzoekende partij staat, genereert een zwaar verlies. Niet enkel verliest de Berkendaelstraat daarmee haar unieke karakter, dat nog in de verf gezet wordt door de naam van de straat, bovendien verliest verzoekende partij ook de weldoenende aanwezigheid van de berk voor zijn deur en ramen. Volgens de vergunde plannen zou deze bomen, pal voor de woning van verzoekende partij verdwijnen en zelfs niet worden vervangen. Daarmee verliest verzoekende partij dit groene uitzicht, zonder meer.
De heer Meuleman is een fervente stapper en ook regelmatig gebruiker van de fiets. Eén van de meest aangename ogenblikken van de dag is telkens weer het te voet of per fiets zijn straat in- of uitrijden. De parkachtige verschijningsvorm van de actuele bomen, vormen een verademing in het drukke Brusselse stedelijke gebied. Deze unieke ervaring dreigt verloren te gaan.”
VII. Het ernstig middel
Standpunt van verzoeker
8. Het eerste middel is genomen uit de schending van “de art. 18
en 50 van de Bestuurstaalwet (het koninklijk besluit van 18 juli 1966 betreffende de coördinatie van de wetten op het gebruik van talen in bestuurszaken)”, van de materiëlemotiveringsplicht, van het redelijkheidsbeginsel en van het zorgvuldigheidsbeginsel.
Doordat, met de bestreden beslissing een gunstig gevolg wordt gegeven aan de in de Franse taal opgestelde vergunningsaanvraag van de gemeente Vorst, X-17.053-7/9
Terwijl, de aanvraag, uitgaande van de gemeente Vorst, die in de Franse taal werd ingediend en dus ook enkel in deze taal openbaar werd gemaakt, wegens strijdigheid met de Bestuurstaalwetgeving moet worden afgewezen.
Beoordeling
Art. 18 van de Bestuurstaalwet luidt als volgt:
“De plaatselijke diensten, die in Brussel-Hoofdstad gevestigd zijn, stellen de berichten, mededelingen en formulieren die voor het publiek bestemd zijn in het Nederlands en in het Frans.
[…].”
Luidens artikel 58 van voormelde wet “zijn nietig alle administratieve handelingen en verordeningen, die naar vorm of naar inhoud, strijdig zijn met de bepalingen van deze gecoördineerde wetten”.
In de huidige stand van het geding en op basis van de stukken die verzoeker voorlegt, blijkt op het eerste gezicht niet dat de aanvraag en de verklarende nota‟s ook in het Nederlands werden gesteld en voorgelegd tijdens het openbaar onderzoek. Deze stukken vormen naast de plannen, de essentie van de aanvraag.
Daarenboven blijkt uit de tweede verklarende nota van september 2016, die hoort bij het aangepaste voorstel dat ter beschikking is gesteld van het publiek voor onderzoek en waarop de opmerkingen van de commissie in haar advies van 14 december 2017 steunen, dat daarin wordt verwezen naar meerdere bijlagen.
Derhalve dient op het eerste gezicht te worden vastgesteld dat het openbaar onderzoek op een onwettige wijze is verlopen, doordat in de huidige stand van het geding lijkt te moeten worden vastgesteld dat de aanvraag, de twee verklarende nota‟s en bepaalde bijlagen bij de tweede verklarende nota minstens uitsluitend in het Frans zijn opgesteld.
X-17.053-8/9
Het middel is ernstig.
BESLISSING
1. Het verzoek van de gemeente Vorst tot tussenkomst wordt ingewilligd.
2. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “de stedenbouwkundige vergunning dd. 25 september 2017 (ref. 07/PFD/548671), van de gemachtigde ambtenaar voor de heraanleg van de Berkendaelstraat, van gevel tot gevel, tussen de Brugmannlaan en de Albertlaan, en houdende het vellen van 51 bomen en de heraanplanting van 38 Betula pendula “Zwitserse Glorie” in de parkeerzones, en de aanleg van de schoolomgeving en de plaatsing van snelheidsbegrenzers, n.a.v. […] de aanvraag dd. 24 oktober 2014 van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Vorst tot de heraanleg van de Berkendaelstraat, van gevel tot gevel, tussen de Brugmannlaan en de Albertlaan, en houdende het vellen van 51 bomen en de heraanplanting van 23 bomen in de parkeerzones, en de aanleg van de schoolomgeving en de plaatsing van snelheidsbegrenzers”.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig oktober 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Eric Brewaeys
X-17.053-9/9
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.724