Court dismisses suspension request for environmental permit enforcement due to lack of proven urgency.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the request to suspend the enforcement of a Flemish minister's decision granting an environmental permit to NV Fluxys Belgium. The applicants argued the permit violated local planning policies, but failed to provide concrete evidence that immediate execution would cause irreparable harm. Consequently, the court ruled that the statutory requirement for urgency was not met, leading to the dismissal of the suspension claim.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, § 1, second paragraph; Article 17, § 2 of the Council of State Rules of Procedure; A suspension request must demonstrate specific facts proving urgency, and general threats of policy violation without concrete proof of imminent, serious damage do not satisfy the statutory conditions for interim relief.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 239.672 van 26 oktober 2017
in de zaak A. 222.334/VII-40.006.
In zake : 1. de GEMEENTE OVERIJSE
2. het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN
VAN DE GEMEENTE OVERIJSE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Toon Denayer kantoor houdend te 3040 Neerijse Langestraat 25
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Abbeloos kantoor houdend te 9200 Dendermonde Sint-Gillislaan 117
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij :
de NV FLUXYS BELGIUM
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrick Peeters en Roeland Van Cleemput kantoor houdend te 1000 Brussel Terhulpsesteenweg 120
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 3 juni 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 11 april 2017 waarbij het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant van 13 oktober 2016, houdende het verlenen aan de NV Fluxys Belgium van de
VII-40.006-1/8
milieuvergunning voor het exploiteren van een gasontspanningsstation, gelegen op een perceel aan de Rameistraat te Overijse, ongegrond wordt verklaard.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2017.
Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Toon Denayer, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Dirk Abbeloos, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Roeland Van Cleemput, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Op 6 juni 2016 dient de NV Fluxys Belgium een milieuvergunningsaanvraag in voor het exploiteren van een gasontspanningsstation (of drukreduceerstation), gelegen op een perceel aan de Rameistraat te Overijse. Deze aanvraag kadert in een groter project voor de aanleg
VII-40.006-2/8
van een aardgasvervoersleiding naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
3.2. Bij besluit van 13 oktober 2016 verleent de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant de gevraagde milieuvergunning. Het voorwerp van die vergunning bestaat uit:
“- 2 ontspanningslijnen van elk 100.000 m³(n)/u, waarvan 1 een reservelijn is, totaal debiet van 200.000 m³(n)/u […];
- een opslag van 3.000 kg tetrahydrothiofeen (THT) in een dubbelwandige bovengrondse houder […];
- 2 stookketels met een vermogen van 1.283 kW elk, totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 2.566 kW […]”.
3.3. Tegen deze beslissing stelt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Overijse bestuurlijk beroep in.
3.4. In het kader van de beroepsprocedure wordt advies verleend door het Agentschap voor Natuur en Bos, de dienst Milieueffectenrapportage, de afdeling Milieuvergunningen, Ruimte Vlaanderen en de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie.
3.5. Met het thans bestreden besluit van 11 april 2017 verklaart de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw het beroep ongegrond en bevestigt zij de in eerste aanleg genomen beslissing van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant.
IV. Tussenkomst
4. Met een op 22 juni 2017 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de NV Fluxys Belgium om in het geding te mogen tussenkomen.
Er is grond om dat verzoek in te willigen.
VII-40.006-3/8
V. Ontvankelijkheid van de vordering
5. De verwerende partij en de tussenkomende partij betwisten dat de verzoekende partijen belang hebben bij hun vordering.
6. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen, zoals hierna zal blijken, te dezen niet het geval is.
VI. Onderzoek van de vordering
7. Luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van het besluit prima facie kan verantwoorden.
Spoedeisendheid
8. Tot staving van de spoedeisendheid van de vordering, zetten de verzoekende partijen het volgende uiteen:
“[…] Zeer recent, meer bepaald op 28 april 2017, ontvingen verzoekende partijen een aangetekend schrijven van de aanvrager waarin hen meegedeeld werd dat de werken vanaf maandag 15 mei 2017 zullen worden aangevat […].
[…] Zoals reeds vermeld, betreffen deze werken:
- de aanleg van een drukreduceerstation in natuurgebied, op een locatie die als waardevol wordt aangeduid, en bestaat uit de oprichting van een gebouw (168 m²), een toegangsweg (643 m²) en een parkeerzone (186 m²). De totaal omheinde oppervlakte bedraagt 1.766 m² in natuurgebied;
- de aanleg van een aardgasleiding, doorheen verschillende zones van ruimtelijk kwetsbaar gebied, doorheen een nog aan te leggen
VII-40.006-4/8
KMO-zone en in de dichte nabijheid van talrijke woonzones.
[…] Zowel uit het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan als uit het BPA
nr. 65 Plateau van Overijse en Lanevalei, blijkt dat het planologisch en stedenbouwkundige beleid van verzoekende partijen erin bestaat maximaal in te zetten op het behoud en de versterking van de natuurlijke waarden in deze gebieden, waarbinnen het drukreduceerstation (voorwerp van de bestreden beslissing) en grote delen van de aardgasleiding (onderdeel van de milieutechnische eenheid) gelegen is.
[…] Het kan niet ernstig worden betwist dat het planologisch en stedenbouwkundige beleid van de verzoekende partijen ernstig zal worden doorkruist en zelfs volledig zal worden ondergraafd door de effectieve realisatie van het drukreduceerstation en bij uitbreiding de gehele aardgasleiding.
[…] De bestreden beslissing dateert van 11 april 2017, en werd verzoekende partijen ter kennis gebracht op 14 april 2017.
[…] Op vrijdag 25 april 2017 ontvangen verzoekende partijen een schrijven van de NV Fluxys Belgium, aanvrager van de bestreden beslissing, waarin gemeld wordt dat de werken zullen aanvatten vanaf 15 mei 2017 […].
[…] Ingevolge dit schrijven stellen verzoekende partij op 05 mei 2017 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzaak in voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen, waar de corresponderende stedenbouwkundige vergunning van 05 december 2016 wordt aangevochten met een beroep tot schorsing en vernietiging (rolnummer 1617/RvVb/0333/SA).
[…] Deze vordering wordt bij arrest van 15 mei 2017 afgewezen wegens het niet-vervuld zijn van de voorwaarde van de uiterst dringende noodzaak […].
[…] Het kan verzoekende partijen in het huidige geval niet worden verweten dat zij hun vordering tot schorsing pas na het verstrijken van enkele weken heeft ingesteld. Het verzoek tot schorsing werd alleszins ingediend binnen de termijn voorzien voor het indienen van een verzoek tot nietigverklaring. Tevens blijkt het huidige verzoek te zijn ingediend nadat de Raad voor Vergunningsbetwistingen een eerder verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid had afgewezen. Het is niet verboden om de uitkomst van een rechtsgeding tegen de corresponderende stedenbouwkundige vergunning af te wachten, dat voor hem een gelijkaardig effect kan hebben, alvorens een nieuw geding op te starten tegen de milieuvergunning.
[…] Gelet op de afwijzing van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, dient deze uitspraak als een nieuw element te worden beschouwd, dat voor de verzoekende partijen een element van spoedeisendheid uitmaakt. Het indienen van een deugdelijk onderbouwd verzoekschrift tot schorsing tegen de corresponderende milieuvergunning, twee weken na het verwerpingsarrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen, is niet onredelijk en ontkent de spoedeisendheid niet.
[…] De spoedeisendheid is eveneens voorhanden gelet op de attitude van de aanvrager zelf. Verzoekende partijen gingen er immers van uit dat in dit concrete geval, gelet op de omvang van de werken, de vordering tot schorsing van de corresponderende stedenbouwkundige vergunning, die was ingeleid bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, een voldoende ontradend effect zou hebben. Uit het schrijven d.d. 25 april 2017 […] blijkt evenwel dat de aanvrager de werken reeds zal aanvatten, niettegenstaande deze vordering tot schorsing.
VII-40.006-5/8
De NV Fluxys Belgium kiest hiermee voor de ‘strategie van de voldongen feiten’, door verzoekende partijen in snelheid te nemen hangende de beroepen tot schorsing.
[…]”.
Beoordeling
9. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Dit houdt in dat het aan verzoeker toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een voortdurende tenuitvoerlegging van het bestreden besluit.
Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Bijgevolg mag het kort geding worden gehanteerd wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden.
10. De aankondiging door de vergunninghouder dat de (bouw)werken weldra zullen aanvangen, kan op zich de spoedeisendheid van voorliggende vordering niet verantwoorden, inzonderheid omdat ze enkel gericht is tegen de beslissing waarbij een milieuvergunning wordt verleend voor de exploitatie van een gasontspanningsstation en niet voor de aanleg van het volledige tracé van de gasleiding over het grondgebied van de gemeente Overijse.
VII-40.006-6/8
Met de in zeer algemene termen gestelde bewering dat de bestreden beslissing indruist tegen het gemeentelijk planologisch en stedenbouwkundig beleid, maken de verzoekende partijen op geen enkele wijze concreet aannemelijk dat de uitoefening van dit beleid door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing dermate wordt verhinderd of bemoeilijkt dat zij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kunnen afwachten.
De spoedeisendheid van de vordering wordt niet aangetoond.
11. Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen.
Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen.
VII. Kosten
12. De bijdrage in de betaling van de kosten, inbegrepen de rechtsplegingsvergoeding, wordt bepaald in het arrest waarin uitspraak wordt gedaan over het beroep tot nietigverklaring.
BESLISSING
1. Het verzoek van de NV Fluxys Belgium tot tussenkomst wordt ingewilligd.
2. De Raad van State verwerpt de vordering.
VII-40.006-7/8
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Peter Sourbron
VII-40.006-8/8
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.672