Belgian Council of State dismisses appeal due to lack of interest and procedural non-compliance.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the cassation appeal lodged against a previous decision by the Foreigners' Dispute Council. The applicants failed to submit a valid counter-memorandum within the statutory period, and the court found no legitimate interest in overturning the lower ruling. Consequently, the appeal was dismissed, and the applicants were ordered to bear the litigation costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 21, second paragraph, and 15 of the Council of State Act; Article 39 of the Royal Decree of 30 November 2006: An appeal is inadmissible if the applicant fails to submit a valid counter-memorandum within the prescribed time limit and lacks a legitimate interest in the requested annulment.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 239.671 van 26 oktober 2017
in de zaak A. 221.252/XIV-37.295
In zake : 1. XXX
2. XXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hilde Van Vreckom kantoor houdend te 1400 Nijvel rue des Brasseurs 30
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent (Oostakker)
Harlekijnstraat 9
I. Voorwerp van het cassatieberoep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 19 januari 2017, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 179.467 van 15 december 2016 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij beschikking nr. 12.324 van 22 februari 2017 wordt het cassatieberoep toelaatbaar verklaard.
Er is toepassing gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en van artikel 15
van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de
XIV-37.295-1/4
cassatie-procedure bij de Raad van State’.
De memorie van antwoord werd op 13 april 2017 aan de verzoekers ter kennis gebracht.
De mogelijkheid om te worden gehoord werd op 13 september 2017 aan de partijen ter kennis gebracht.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
De hoofdgriffier heeft melding gemaakt van bovengenoemd artikel 21, tweede lid, bij het versturen aan de verzoekers van een kopie van de memorie van antwoord, alsook van artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.
De verzoekers hebben binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 14 van voornoemd koninklijk besluit, geen rechtsgeldige memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd, aangezien dit niet conform artikel 39 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’, bij ter post aangetekende brief werd ingediend. De partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Krachtens voormeld artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt.
XIV-37.295-2/4
III. De kosten van het geding
3. In haar memorie van antwoord vraagt de verwerende partij de verzoekers te veroordelen tot de kosten van het geding, waaronder een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 700 euro.
De verzoekers dienen te worden beschouwd als de in het ongelijk gestelde partij ten opzichte van de verwerende partij. Bijgevolg worden de kosten verbonden aan het cassatieberoep tegen de verwerende partij ten laste van de verzoekers gelegd. Vermits de verzoekers tweedelijns juridische bijstand genieten en de verwerende partij geen kennelijk onredelijke situatie aantoont, dient dit bedrag overeenkomstig artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State te worden herleid tot 140 euro.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekers worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
XIV-37.295-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, met bijstand van Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Carlo Adams
XIV-37.295-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.671