Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.574 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.574 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to applicant's failure to request hearing, establishing a presumption of withdrawal.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.574
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's appeal for the invalidation of an administrative decision transferring seized sheep to a shelter. The applicant submitted memoranda but failed to request a hearing after the auditor's report was issued. Consequently, the court applied the statutory presumption of withdrawal and ordered the applicant to bear the procedural costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21(7) of the Rules of Procedure of the Council of State and Article 14quater of the Regent's Decree of 23 August 1948; If a party fails to request a hearing within the prescribed period after receiving the auditor's report, a presumption of withdrawal of the proceedings applies.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of withdrawal failure to request hearing auditor's report procedural costs administrative appeal Council of State statutory presumption confiscation de biens

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, seventh paragraph of the Rules of Procedure of the Council of State
Article 14quater of the Regent's Decree of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 239.574 van 26 oktober 2017

in de zaak A. 216.990/VII-39.489.

In zake : Jacques COCHET

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erik Vergauwen kantoor houdend te 3001 Heverlee Koning Leopold III-Laan 9

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Abbeloos kantoor houdend te 9200 Dendermonde Sint-Gillislaan 117

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 17 september 2015, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de gemachtigde van de Inspectie Dierenwelzijn van het Vlaams Gewest, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van 17/07/2015 […] waarbij beslist werd 2 volwassen ooien en 4 lammeren, die bij beslissing dd. 14/07/2015 administratief in beslag werden genomen, in toepassing van artikel 42 § 2 van de wet van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren definitief in volle eigendom te geven aan het opvangcentrum te Heus[d]en Zolder dat daarmee instemt”.

VII-39.489-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 14 juli 2017.

Op 9 september 2017 heeft de hoofdgriffier aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan verzoeker melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Verzoeker heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding.

VII-39.489-2/3

De hoofdgriffier heeft verzoeker meegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij hij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord.

Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-39.489-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.574