Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.570 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.570 Généré par l'IA

Belgian court dismisses appeal against planning permit revocation regarding concrete plant zoning violations.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.570
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the cassation appeal filed by Peter Van De Velde against the revocation of a planning permit for a concrete plant. The applicant argued that the Regional Planning Plan (RUP) lacked binding force when cited in its explanatory notes, while the defending party maintained the permit violated zoning rules. The court upheld the lower court's decision, ruling that the permit was correctly revoked due to non-compliance with the RUP's urban planning provisions.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 2.2.2, § 1, fourth paragraph of the Flemish Spatial Planning Code; The Regional Planning Plan constitutes binding urban planning rules, and its explanatory notes do not possess independent regulatory force.

Mots-clés

Généré par l'IA
planning permit revocation Regional Planning Plan zoning compliance cassation appeal spatial planning code binding force explanatory notes autorisation d'exploiter

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 2.2.2, § 1, fourth paragraph of the Flemish Spatial Planning Code
Article 149 of the Constitution
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VIIe KAMER

nr. 239.570 van 26 oktober 2017

in de zaak A. 219.655/VII-39.708.

In zake : de BVBA PETER VAN DE VELDE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexander Van Eyck kantoor houdend te 2018 Antwerpen Desguinlei 6

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de NV EUROPLAY

I. Voorwerp van het beroep

1. Het cassatieberoep, ingesteld op 6 juli 2016, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb/A/1516/1071 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) van 10 mei 2016 in de zaak 1011/0447/A/1/0373.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Een beschikking van 17 augustus 2016 verklaart het cassatieberoep toelaatbaar.

Bij arrest nr. 237.875 van 31 maart 2017 heropent de Raad van State het debat en wordt het door de auditeur-generaal aan te stellen lid van het auditoraat belast met een aanvullend onderzoek van de zaak.

VII-39.708-1/7

Auditeur Wouter De Cock heeft een aanvullend verslag opgesteld.

De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend teneinde te worden gehoord.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 september 2017.

Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Alexander Van Eyck, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord.

Auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Met een besluit van 9 december 2010 verleent de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen (hierna: deputatie) een stedenbouwkundige vergunning aan de verzoekende partij “voor de bouw van een betoncentrale en het overkappen van sleufsilo’s”.

4. Het bestreden arrest vernietigt de vergunningsbeslissing van 9 december 2010 en beveelt de deputatie een nieuwe beslissing te nemen binnen een vervaltermijn van vier maanden.

VII-39.708-2/7

IV. Onderzoek van de middelen

Tweede middel

Uiteenzetting van het middel

5. De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 2.2.2, § 1, vierde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Zij betoogt dat enkel het grafisch plan en de erbij horende stedenbouwkundige voorschriften van een ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: RUP) verordenende kracht bezitten. De toelichting of eventuele commentaren hebben geen verordenende kracht. De verzoekende partij stelt dat de RvVb onterecht heeft verwezen naar een bepaling zowel uit deel 1 (de toelichtingsnota) als uit deel 2 (de stedenbouwkundige voorschriften) van het RUP

en uit de samenlezing ervan heeft besloten dat haar vergunningsaanvraag in strijd is met de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP. Door de samenlezing heeft de RvVb aan het verordenend voorschrift een verruimde en gewijzigde inhoud toegekend. Het toepasselijke stedenbouwkundig voorschrift in artikel 2.2.1

van het RUP stelt dat enkel bij verkoop én herverkaveling van de percelen én nieuwe vestigingen een beperking van 0,5 ha geldt.

Beoordeling

6. Zoals aangenomen in arrest nr. 237.875 van 31 maart 2017, faalt het middel dat ervan uitgaat dat de toepasselijkheid van de beperking van de perceelsoppervlakte tot 0,5 ha enkel geldt in geval van - cumulatief - verkoop, herverkaveling en nieuwe vestiging, naar recht.

Het tweede middel wordt verworpen.

VII-39.708-3/7

Derde middel

Uiteenzetting van het middel

7. De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 149 van de Grondwet, artikel 32 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges (hierna: DBRC), en het algemeen rechtsbeginsel van de jurisdictionele motiveringsplicht.

De verzoekende partij licht toe dat de RvVb “op zeer onzorgvuldige wijze verkeerde vermeldingen [heeft] weerhouden inzake de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, en de oppervlakte van die percelen”. De RvVb heeft onterecht gesteld dat haar vergunningsaanvraag betrekking heeft op de kadastrale percelen 26P, 26R, 28C, 28E, 28F, 28G, 29F, 29G en 29H omdat de aanvraag enkel betrekking heeft op de gehuurde kadastrale percelen 28E, 28C en 28G. Daardoor is de totale oppervlakte van de aanvraag op een foutieve wijze weergegeven in het bestreden arrest. Die gegevens hebben nochtans een invloed op de verdere besluitvorming door de RvVb aangezien één van de stedenbouwkundige voorschriften “de grens van 0,5 ha als criterium neemt”. Door zijn “beslissing niet op afdoende en feitelijk correcte gegevens” te baseren, schendt het bestreden arrest de motiveringsplicht.

Beoordeling

8. Onder de hoofding “I. Voorwerp van het beroep” stelt de RvVb vast dat de bestreden vergunningsbeslissing betrekking heeft op de percelen 26P, 26R, 28C, 28E, 28F, 28G, 29F, 29G en 29H.

9. Artikel 32 DBRC is overeenkomstig artikel 96 DBRC

samengelezen met artikel 37 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 “houdende overdracht van personeel van sommige Vlaamse

VII-39.708-4/7

bestuursrechtscolleges naar de dienst van de Bestuursrechtscolleges en tot vaststelling van de rechtspositie van dit personeel en van de bestuursrechters van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges” in werking getreden op 1 januari 2015.

Als overgangsmaatregel bepaalt artikel 95 DBRC dat de beroepen die zijn ingediend bij de RvVb vóór 1 september 2012, behandeld worden volgens de procedureregels die gelden vóór die datum.

De vordering die heeft geleid tot het bestreden arrest werd ingesteld bij aangetekende brief van 13 januari 2011.

Het bestreden arrest overweegt voorafgaandelijk aangaande het verloop van de rechtspleging:

“De bepalingen van titel IV, hoofdstuk VIII van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) betreffende de Raad voor Vergunningsbetwistingen en van de bepalingen van het reglement van orde van de Raad, bekrachtigd door de Vlaamse Regering op 20 november 2009, zijn toegepast.

De verwijzingen in dit arrest naar artikelen van de VCRO hebben betrekking op de tekst van deze artikelen, zoals van toepassing op het ogenblik van het instellen van de vordering”.

Uit de voorgaande vaststellingen blijkt dat de aangevoerde schending van artikel 32 DBRC onontvankelijk is.

10. De aan de RvVb in artikel 149 van de Grondwet opgelegde verplichting om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren, heeft het karakter van een vormvereiste met beperkte draagwijdte.

Een uitspraak is gemotiveerd wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redengeving uiteenzet - al ware die redengeving verkeerd of onwettig - die hem ertoe brengt de beslissing te nemen. Bij de beoordeling of de motiveringsverplichting is nageleefd, is bijgevolg niet de vraag aan de orde of in de beslissing een verkeerde beoordeling van de feitelijke gegevens is uitgedrukt.

VII-39.708-5/7

Alleen een gemis aan motivering - of daarmee gelijkgestelde gevallen, zoals tegenstrijdigheid in de motieven - maakt een schending uit van de aan de rechter opgelegde motiveringsverplichting.

11. De gegrondverklaring door de RvVb van het eerste middel van de NV Europlay is gesteund op onder meer de volgende overweging met betrekking tot het door de verzoekende partij aangevoerde punt:

“De verwerende partij beschrijft de aanvraag in het onderdeel ‘beschrijving van de omgeving, de bouwplaats en het project’ van de bestreden beslissing onder meer als volgt:

‘[…]

De inrichting is tevens gelegen binnen de omtrek van het goedgekeurd RUP nr13 ‘Eegene’, daterend van 24 juni 2004. De inrichting situeert zich deels in een zone voor ambachtelijke bedrijven en. KMO’s, deels in een bufferzone.

Aan de overzijde van deze weg situeert zich DDS en Verko. Links, rechts en rechtsachter paalt de inrichting aan andere bedrijfsgebouwen.

De onmiddellijke omgeving is zeer heterogeen qua vormgeving en bouwstijlen. De omgeving kent een deels woon-, deels industrieel karakter. Het dichtste woongebied (woongebied met landelijk karakter)

situeert zich op ongeveer 175m van de aanvraag.

Links, rechts en rechtsachter paalt de inrichting aan andere bedrijfsgebouwen. Binnen een straal van 100m rondom de perceelsgrenzen van de bouwplaats is er slechts één woning gesitueerd.

Op het terrein, dat een totale oppervlakte heeft van circa 19.637m2

bevindt zich momenteel een steenpuin verwerkend bedrijf.

De nieuw te bouwen betoncentrale bestaat uit 6 toeslagbunkers, een talud, een transportband, 3 cementsilo’s, een betonmenger en een controleruimte. De volledige constructie wordt op een nieuwe gewapende betonplaat gebouwd met een oppervlakte van ém2. Naast deze betonplaat wordt een betonverharding aangelegd met een oppervlakte van 309m2. De totale oppervlakte bedraagt hierdoor 542m2.

Om de toeslagbunkers makkelijk te kunnen bevoorraden wordt een talud aangelegd met een lengte van 18m en een keermuurhoogte van 4,18m. De hellingsgraad van deze talud bedraagt 11° en heeft een oppetvlakte van 371m2.

De 6 toeslagbunkers bevinden zich op een minimum afstand van 3,32m van de linker perceelsgrens, zelfs ruimer nu appellant eigenaar zou zijn geworden van het aanpalend perceel en 1 m van de achterliggende grens en hebben een hoogte van 10m, 5,01 m zonder trechters en afdak.

De drie cementsilo’s bevinden zich op een minimum afstand van 4m van de noordoostelijke perceelsgrens en 4m van de noordwestelijke grens en hebben een hoogte van 11,77 m, 12 m inclusief balustrade.

VII-39.708-6/7

Bij de betoncentrale is een controleruimte voorzien met een oppervlakte van 9m2, ingeplant op 4m van de noordoostelijke perceelsgrens en 1 m van de noordwestelijke grens.

Hieruit volgt onder meer dat de percelen, waarop de aanvraag betrekking heeft, een oppervlakte hebben van 19.637m2 en er een nieuwe activiteit zal worden ontplooid door de bouw van een nieuwe betoncentrale […]’”.

12. Het arrest schendt artikel 149 van de Grondwet niet.

Het derde middel wordt verworpen.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op 200 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-39.708-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.570