Belgian State wins appeal against minor's age assessment; court rejects invalidity claim and suspension request.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the applicant's appeal against the Federal Public Service Justice's decision to terminate his placement under guardianship due to age. The applicant argued the medical age assessment was invalid due to lack of interpreter and conflicting test results, but the court found the decision formally motivated and noted the applicant had access to the medical report. Consequently, the court rejected the claims that the procedure violated his rights or required a mandatory interpreter.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 2 and 3 of the Law of 29 July 1991; The Council of State holds that a decision terminating guardianship based on age assessment is valid if formally motivated and the applicant had access to the medical report, even if the applicant claims a right to an interpreter was violated.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 239.535 van 24 oktober 2017
in de zaak A. 221.834/XIV-37.377
In zake: Nader NOORZAI
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Louise Zwart kantoor houdend te 1060 Brussel Berckmansstraat 83
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefaan Verbouwe kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270
I. Voorwerp van het beroep
1. Verzoeker dient met een enig verzoekschrift op 3 april 2017 een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 6 februari 2017 waarbij wordt vastgesteld dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’, van de programmawet van 24 december 2002”, waardoor zijn plaatsing onder de hoede van de dienst Voogdij van rechtswege vervalt op de datum van de kennisgeving van de bestreden beslissing.
XIV-37.377-1/8
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.
Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 oktober 2017.
Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Louise Zwart, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Rutger Robijns, die loco advocaat Stefaan Verbouwe verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Verzoeker komt België binnen op 18 januari 2017 en dient op 19
januari 2017 een asielaanvraag in. Hij verklaart alsdan van Afghaanse nationaliteit
XIV-37.377-2/8
te zijn en geboren te zijn op 30 november 2000. Verzoeker wordt onder de hoede geplaatst van de dienst Voogdij doch de dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over de leeftijd van betrokkene.
In het Universitair Ziekenhuis Sint-Rafaël (KU Leuven)
ondergaat verzoeker op 26 januari 2017 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker ouder is dan 18 jaar.
Op 6 februari 2017 beslist de dienst Voogdij dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6
‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december 2002. Bijgevolg vervalt de plaatsing onder de hoede van Jongeheer Nader NOORZAI door de dienst Voogdij van rechtswege op de datum van de kennisgeving van deze beslissing.” Dit is de bestreden beslissing.
IV. Onderzoek van de middelen
Enig middel
Uiteenzetting van het middel
4. Verzoeker werpt in een enig middel de schending op van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van administratieve bestuurshandelingen’ (hierna: de wet van 29 juli 1991), van de artikelen 3 en 7 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002
(hierna: de voogdijwet), van “het algemeen beginsel van voorzichtigheid” en van “het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, van redelijkheid en zorgvuldigheid”.
XIV-37.377-3/8
In een eerste middelonderdeel voert verzoeker aan dat naar luid van artikel 7, § 3, van de voogdijwet ingeval van twijfel over de uitslag van het medisch onderzoek, rekening wordt gehouden met de jongste leeftijd. Volgens verzoeker zijn de op hem uitgevoerde onderzoeken, te weten een radiografie van de tanden, een radiografie van de sleutelbeenderen en een hand-polsradiografie, “zowel wetenschappelijk als politiek gezien twijfelachtig en dubieus” om een leeftijd te schatten. Hij citeert daartoe een bijdrage uit een juridisch tijdschrift en hij wijst op een zaak die hangend is voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Verzoeker merkt op dat zijn advocaat al zes cliënten heeft waarvan de deskundigen van het UZ Leuven tot dezelfde leeftijd van 20,6 jaar besluiten.
Verzoeker laat gelden dat inhoudelijk twijfel bestaat over de uitgevoerde medische tests waar te dezen de hand-polsradiografie een leeftijd aangeeft van “minstens 18 jaar” zonder standaarddeviatie, de radiografie van de sleutelbeenderen een leeftijd aangeeft van “rond de 20 jaar” met een standaarddeviatie van 2 jaar en het orthopantomogram een leeftijd aangeeft “tussen 17.9 en 23 jaar” met een betrouwbaarheidsinterval van 95%. Volgens verzoeker bedraagt de laagste globale leeftijd volgens de medische tests 18 + 18 + 17,9 = 53,9
jaar gedeeld door 3 is 17,96 jaar. Vermits niet is aangegeven waarom de verwerende partij verzoekers leeftijd desondanks op 20,6 en dus ouder dan 18 jaar schat, acht verzoeker de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 geschonden.
In een tweede middelonderdeel voert verzoeker aan dat de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 zijn geschonden omdat het medisch verslag hem niet tegelijk met de bestreden beslissing ter kennis werd gesteld.
In een derde middelonderdeel voert verzoeker aan dat hij geen Nederlands, Frans of Engels doch enkel Pashtou verstaat en dat noch een voogd noch een tolk aanwezig was toen de medische tests werden uitgevoerd. In die omstandigheden kan geen sprake zijn van toestemming voor een bepaald klinisch onderzoek vermits verzoeker hierover niet uitgebreid werd geïnformeerd in een
XIV-37.377-4/8
taal die hij begrijpt. Zodoende acht verzoeker de motivering van de bestreden beslissing illegaal.
Beoordeling
5. Naar luid van artikel 7, § 1, van de voogdijwet laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Nu de wet zelf het medisch onderzoek als bewijsmiddel heeft ingesteld wanneer twijfel over de leeftijd van de betrokkene bestaat, blijkt geen schending van een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur uit het feit dat de dienst Voogdij de bestreden beslissing heeft genomen op grond van dergelijk leeftijdsonderzoek.
Verzoeker weidt uit over de (on)betrouwbaarheid van medische onderzoeken voor leeftijdsbepaling en verwijst in het bijzonder naar een standpunt in de rechtsleer en een zaak die hangende is voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Hij beperkt zich tot algemene kritiek doch hij toont niet aan dat het medisch onderzoek te dezen ondeskundig, onbetrouwbaar of niet correct is. Zo blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door, waar nodig, een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Het medisch verslag bevat een uitgebreide uiteenzetting betreffende de gebruikte methodologie. Verzoeker ontkracht aldus niet dat het medisch onderzoek met de vereiste deskundigheid is gebeurd en dat de arts bij de beoordeling van de objectieve gegevens die hem voorlagen, rekening heeft gehouden met alle gegevens die in de huidige stand van de wetenschap gemeenzaam worden aanvaard.
Verder voert verzoeker op grond van een eigen berekening aan dat zijn leeftijd op het ogenblik van de medische tests 17,96 jaar bedroeg.
XIV-37.377-5/8
Verzoeker heeft geen belang bij deze kritiek: op grond van die berekening zou verzoeker immers thans de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt zodat, ook na een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing, hij niet meer in aanmerking zou komen voor een voogd.
Uit het verslag van het medisch onderzoek blijkt dat de arts zich steunt op een meervoudig onderzoek, waarvan elk deelonderzoek individueel wordt geïnterpreteerd en waarna een algemene conclusie wordt getrokken met de eigenlijke leeftijdsschatting. Bij het bepalen in de bestreden beslissing of verzoeker al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is de eindconclusie van de arts op basis van die deelonderzoeken relevant en niet het resultaat van een afzonderlijk deelonderzoek. Die eindconclusie, en niet de conclusie van ieder deelonderzoek afzonderlijk, is derhalve ook bepalend voor de in het voornoemde artikel 7, § 3, bedoelde “jongste leeftijd”. Indien de arts voor zijn eindconclusie een deviatiefactor vermeldt, wordt de ondergrens daarvan in aanmerking genomen voor het bepalen van de leeftijd. Concreet gaat het dus om 20,6 jaar met een standaarddeviatie van 2 jaar op 26 januari 2017, hetgeen inhoudt dat verzoeker de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Dat er verschillen bestaan tussen de resultaten van de deelonderzoeken, doet geen afbreuk aan het feit dat daaruit een eindconclusie kan worden afgeleid. Dat in een aantal gevallen telkens is besloten tot een leeftijd van 20,6 jaar met een standdaarddeviatie van twee jaar, doet er evenmin afbreuk aan vermits het onderzoek slechts tot doel heeft te bepalen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Verzoeker gaat overigens voorbij aan de gedetailleerde uiteenzetting in het medisch verslag betreffende iedere test en de besluitvorming.
Het eerste middelonderdeel is, voor zover ontvankelijk, ongegrond.
6. Verzoeker blijkt kennis te hebben van het medisch verslag vermits hij er een kopie van bij het verzoekschrift tot nietigverklaring voegt en hij gedetailleerde kritiek geeft op de inhoud ervan. Hij heeft wat dat betreft derhalve
XIV-37.377-6/8
geen belang bij het inroepen van een mogelijke schending van de artikelen 2 en 3
van de wet van 29 juli 1991. Hoe dan ook is de bestreden beslissing, wat het medisch onderzoek betreft, formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van dat onderzoek in de bestreden beslissing wordt vermeld. Te dezen geeft de bestreden beslissing de conclusie van dat onderzoek weer, waaruit blijkt dat verzoeker meer dan 18 jaar oud is. Het is hierbij niet vereist dat de beslissing eveneens aangeeft welke medische onderzoeken werden uitgevoerd noch dat de resultaten van het medisch onderzoek samen met de bestreden beslissing worden betekend.
Het tweede middelonderdeel is, voor zover ontvankelijk, ongegrond.
7. Noch de voogdijwet noch het uitvoeringsbesluit voorziet de verplichte aanwezigheid van een tolk bij de uitvoering van de medische onderzoeken. Uit de fiche niet-begeleide minderjarige, die deel uitmaakt van het administratief dossier, blijkt dat verzoeker op de hoogte werd gesteld van de twijfel van de dienst Vreemdelingenzaken aan verzoekers voorgehouden leeftijd, dat verzoeker documenten heeft ontvangen over het verloop van de leeftijdstest en dat verzoeker zich niet verzette tegen de uitvoering van de leeftijdstest. Verder blijkt uit het medisch verslag dat verzoeker zijn medewerking heeft verleend aan de uitvoering van de onderzoeken.
Het derde middelonderdeel is ongegrond.
V. Over de vordering tot schorsing
8. Deze zaak vereist slechts korte debatten zodat er grond is om toepassing te maken van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Er is bijgevolg geen grond meer om uitspraak te doen over de vordering tot schorsing.
XIV-37.377-7/8
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
2. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
3. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Carlo Adams
XIV-37.377-8/8
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.535