Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.528 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.528 Généré par l'IA

Belgian court dismisses annulment appeal against a closed time order for a casino after the mayor withdrew the decision.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.528
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the annulment appeal filed against a municipal order imposing a public closing time on a casino. The court found the contested decision had been withdrawn by the mayor on July 15, 2016, following a prior suspension order granted due to alleged illegality. Consequently, the appeal lacked a subject matter and was declared inadmissible as it sought to annul a non-existent decision.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 17, § 4; Article 67, § 2 of the General Rules of Procedure: An administrative appeal is inadmissible and costs are borne by the opposing party if the contested decision has been withdrawn before the appeal is filed, rendering the appeal without object.

Mots-clés

Généré par l'IA
administrative appeal inadmissibility decision withdrawal effect annulment appeal subject matter costs allocation rule municipal casino regulation prolongation des heures d'ouverture interdiction des débits de boisson cessation d'activité

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 4 of the General Rules of Procedure
Article 67, § 2 of the General Rules of Procedure
Article 68 of the General Rules of Procedure

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
RVS 100.691
RVS 230.438
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 239.528 van 24 oktober 2017

in de zaak A. 219.673/X-16.674.

In zake : de BVBA RAMSES

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip De Preter, Dirk Lindemans en Bert Van Herreweghe kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de STAD VILVOORDE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 27 juli 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de burgemeester en de stad Vilvoorde van 4 juli 2016 om aan de inrichting Starcasino, Schaarbeeklei 170 te Vilvoorde, een sluitingsuur voor het publiek op te leggen van 01.00 u tot en met 08.00 u.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 235.518 van 15 juli 2016 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing ingewilligd.

X-16.674-1/4

De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld.

De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 september 2017.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Joachim Gellynck, die loco advocaten Dirk Lindemans, Filip De Preter en Bert Van Herreweghe verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Wouter Rubens, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Ontvankelijkheid van het beroep

3. De bestreden beslissing is, na de schorsing ervan bij arrest nr. 235.518 van 15 juli 2016, op 15 juli 2016 door de burgemeester “ingetrokken”.

X-16.674-2/4

Vastgesteld wordt dat dit vanwege een onwettigheid gebeurde, te weten – aldus de memorie van antwoord – de onwettigheid die door het auditoraat in het kader van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in aanmerking was genomen en die “een zorgvuldige overheid ertoe [kan] nopen haar eerdere beslissing in te trekken”.

Het beroep is bijgevolg zonder voorwerp en onontvankelijk.

IV. Kosten

4. Volgens de verwerende partij had verzoekster de kosten voor het beroep, gelet op de intrekking, niet hoeven te maken; het beroep is “nodeloos” en “totaal zinloos”.

5. De vergelijking die de verwerende partij in dit verband maakt met de zaken die door de Raad van State bij arresten nr. 100.691 van 8 november 2011 en nr. 230.438 van 9 maart 2015 werden beslecht, gaat niet op.

In de voorliggende zaak werd, voorafgaand aan het instellen van het beroep, de schorsing van de bestreden beslissing gevorderd én verkregen.

Die schorsing zou overeenkomstig artikel 17, § 4, van de gecoördineerde wetten moeten worden opgeheven “als blijkt dat binnen de in de procedureregeling vastgestelde termijn geen verzoekschrift tot nietigverklaring werd ingediend”, waarbij dan de kosten, rekening houdend met artikel 68, in fine, van het algemeen procedurereglement, ten laste van verzoekster zouden dienen gelegd.

In de zaak echter die tot het arrest nr. 100.691 leidde, werd geen voorafgaande vordering tot schorsing ingediend, laat staan nog ingewilligd. In de zaak die aanleiding gaf tot het arrest nr. 230.438 betrof de in dat arrest volstrekt nodeloos geachte voortzetting niet, zoals hier, een geschorste beslissing, maar een beslissing ten aanzien waarvan de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid verwórpen was.

X-16.674-3/4

7. De kosten van het beroep worden dan ook ten laste van de verwerende partij gelegd.

Voor het beroep is, gelet op artikel 67, § 2, laatste lid, van het algemeen procedurereglement, geen verhoging van de rechtsplegingsvergoeding verschuldigd. Het beroep is immers “doelloos”.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig oktober 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.

De griffier De voorzitter

Silvan De Clercq Johan Lust

X-16.674-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.528