Court dismisses appeal for dismissal of official due to incapacity and denies damages due to lack of illegality finding.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the applicant's appeal seeking the annulment of his dismissal from office due to established incapacity. The applicant also requested damages and a leave of absence, but the court found no grounds to continue the proceedings. Since the applicant failed to request a continuation of the procedure after the auditor's report recommended rejection, the court deemed the appeal abandoned and refused all claims.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 21, paragraph 7 of the coordinated Council of State laws; Article 25/3, paragraph 3 of the Regent's Decree of 23 August 1948: An appeal is deemed abandoned if the applicant does not request continuation of proceedings within thirty days of receiving the auditor's report recommending rejection; if no illegality is established, the request for damages to restore the situation is also rejected.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 239.490 van 24 oktober 2017
in de zaak A. 220.497/XIV-37.220
In zake: Sven NAEGELS
wonend te 2020 Antwerpen Wittestraat 25
alwaar woonplaats wordt gekozen
tegen:
de STAD ANTWERPEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Van Der Straten kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 120
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 15 oktober 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de burgemeester van de stad Antwerpen van 18 augustus 2016 waarbij verzoeker uit zijn ambt wordt ontheven wegens definitief vastgestelde ambtsongeschiktheid.
In zijn verzoekschrift vraagt verzoeker de Raad ook om:
“2 : Lokale politie Antwerpen op te leggen [z]ijn aanvraag tot verlof zonder e
wedde met aanvang van 3 oktober 2016 goed te keuren.
3e: [Hem] de wedde waarop [hij] tussen 18 augustus 2016 tot en met 2 oktober 2016 recht [heeft] uit te betalen.
4e: [Hem] een door Stad Antwerpen en Lokale Politie Antwerpen te betalen schadevergoeding toe te kennen […] van 370.000 Euro.”
2. Met een verzoekschrift van 2 november 2016 vordert verzoeker tevens een schadevergoeding tot herstel.
XIV-37.220-1/4
II. Verloop van de rechtspleging
3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld.
Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 4 mei 2017.
Op 22 juni 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling van het beroep tot nietigverklaring
4. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het gehele beroep voorgesteld, zowel van de hoofdvordering als van de door verzoeker ingediende bijkomende vorderingen.
Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het
XIV-37.220-2/4
beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.
Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
5. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing.
IV. Vordering tot schadevergoeding tot herstel
6. Artikel 25/3, § 3, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ bepaalt dat “[i]ndien geen onwettigheid wordt vastgesteld, […]
het arrest dat de procedure tot nietigverklaring afsluit, eveneens het verzoek om schadevergoeding tot herstel af[wijst]”.
Tot een vaststelling van onwettigheid is de Raad van State in dit arrest, dat de procedure tot nietigverklaring afsluit, niet gekomen. Die vaststelling alleen reeds volstaat om het verzoek tot schadevergoeding af te wijzen.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigver-
klaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings-
vergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij.
XIV-37.220-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Nick Hollevoet, toegevoegd griffier.
De griffier De voorzitter
Nick Hollevoet Geert Debersaques
XIV-37.220-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.490