Court dismisses appeal for suspension of extradition when applicant fails to appear in court.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the applicant's request to suspend the execution of the Minister of Justice's decision to extradite him to Kosovo. Although the applicant had previously filed a petition for suspension, his lawyer later informed the court that the applicant had already been extradited and thus withdrew the claim. Consequently, the applicant did not appear at the hearing nor was he represented, triggering a statutory rule that mandates the rejection of such petitions when the petitioner is absent.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 4, third paragraph, of the Royal Decree of 5 December 1991; A petition for suspension of execution is rejected if the petitioner neither appears nor is represented at the hearing.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 239.470 van 19 oktober 2017
in de zaak A. 222.902/XIV-37.498
In zake : Jahir MURIQI
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Filipowicz kantoor houdend te 2100 Deurne August Van de Wielelei 346
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te 1000 Brussel Verenigingstraat 28
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. De vordering, ingesteld op 16 augustus 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de minister van Justitie van 21 juni 2017 waarbij de uitlevering van verzoeker aan de regering van de Republiek Kosovo wordt toegestaan.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.
Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld.
XIV-37.498-1/3
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 oktober 2017.
Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Hendrik Lemmens, die loco advocaat Bernard Derveaux verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.
Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Onderzoek van de vordering
3. Met een brief van 17 oktober 2017 deelt de advocaat van verzoeker mee: “cliënt werd inmiddels aan de Kosovo uitgeleverd waardoor ik thans geen belang meer heb wat betreft de vordering tot schorsing en derhalve afstand doe. Gelet hierop zal ik morgen ter zitting niet verschijnen.”
Luidens artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟ moet de vordering tot toekenning van de schorsing worden afgewezen wanneer “de eiser noch verschijnt noch vertegenwoordigd is”. Verzoeker is, alhoewel behoorlijk opgeroepen, ter terechtzitting niet verschenen en was er ook niet vertegenwoordigd.
XIV-37.498-2/3
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Carlo Adams
XIV-37.498-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.470