Cassation appeal dismissed for lack of interest due to failure to submit counter-memorandum within statutory deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the cassation appeal filed against a decision by the Planning Dispute Council. The appellant parties failed to submit a counter-memorandum within the thirty-day deadline mandated by the relevant procedural rules. Consequently, the court determined that the requisite legal interest for pursuing the annulment was absent, leading to the dismissal of the appeal and an order for the appellant to bear the associated costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 14 and 15 of the Royal Decree of 30 November 2006; Article 21, second paragraph, of the Laws on the Council of State: Failure to submit a counter-memorandum within the prescribed period results in the absence of requisite interest, thereby barring the cassation appeal.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 239.464 van 19 oktober 2017
in de zaak A. 221.975/VII-39.958.
In zake: 1. de BVBA ROBANO
2. de NV DIEUSAERT MEDICAL
PRODUCTS & LOGISTICS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philip Peerens kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 166
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG AMBTENAAR
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Van Bever kantoor houdend te 1853 Grimbergen Jozef Van Elewijckstraat 59
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 10 april 2017, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb/A/1617/0607 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 28 februari 2017 in de zaak 1314/0581/A/2/0533.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij beschikking nr. 12.422 van 15 mei 2017 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard.
VII- 39.958-1/3
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die op 24 juli 2017 aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht.
Op respectievelijk 5 en 14 september 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van de auditeur, aan de partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State.
De partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.
Bij het versturen aan de verzoekende partijen van een kopie van de memorie van antwoord, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 15, § 1, van voormeld koninklijk besluit. De verzoekende partijen hebben geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van dertig dagen gesteld in artikel 14 van voormeld koninklijk besluit.
4. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
VII- 39.958-2/3
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Pierre Lefranc
VII- 39.958-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.464