Cassation appeal dismissed due to failure to request continuation after auditor's report recommending rejection.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the cassation appeal filed by Van Thielen and Lampens against a decision of the Board for Permit Disputes. The parties failed to submit a request to continue the proceedings within the thirty-day deadline following the auditor's report recommending rejection. Consequently, the court applied the statutory presumption of withdrawal of the legal action.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 21, paragraph 7 of the coordinated laws on the Council of State; Upon receiving an auditor's report recommending rejection, failure to request continuation within thirty days creates a presumption of withdrawal of the legal action.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 239.463 van 19 oktober 2017
in de zaak A. 221.812//VII-39.947.
In zake: 1. Koen VAN THIENEN
2. Inge LAMPENS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frederik Haentjens kantoor houdend te 9160 Lokeren Heilig Hartlaan 56
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
1. Tom DE GROOTE
2. Freddy DE KETELAERE
3. Ronny VERMEULEN
I. Voorwerp van het beroep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 30 maart 2017, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb/A/1617/0585 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 21 februari 2017 in de zaak 1415/0352/SA/3/0338.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij beschikking nr. 12.398 van 20 april 2017 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard.
De verzoekende partijen hebben een toelichtende memorie ingediend.
VII-39.947-1/3
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld.
Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 24 augustus 2017, samen met de mededeling bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.
Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.
De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit.
4. Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing.
VII-39.947-2/3
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op 400 euro, elk voor de helft.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Pierre Lefranc
VII-39.947-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.463