Belgian court dismisses asylum seeker's annulment claim due to lack of standing after turning 18.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to annul the decision ending his placement under guardianship for unaccompanied minors. The applicant, who claimed to be under 18, had been medically confirmed as over 18 upon arrival and subsequently lost the right to guardianship. The court ruled that the applicant no longer possessed a direct and current interest in annulling the decision because the guardianship service could not retroactively determine his age based on his own declaration.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 5 of Title XIII, Chapter 6 of the 2002 Programme Law; The annulment of a decision ending guardianship over unaccompanied minors is inadmissible if the minor has reached the age of majority, as the authority lacks the power to retroactively verify age based on the individual's own statement.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 239.449 van 19 oktober 2017
in de zaak A. 222.003/XIV-37.392
In zake: Ivo Domingos MAMONA
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hilde Van Vreckom kantoor houdend te 1400 Nijvel rue des Brasseurs 30
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefaan Verbouwe kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270
I. Voorwerp van het beroep
1. Verzoeker dient met twee afzonderlijke verzoekschriften op 18 april 2017 een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in tegen de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 22 maart 2017 waarbij wordt vastgesteld dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december 2002”, waardoor zijn plaatsing onder de hoede van de dienst Voogdij van rechtswege vervalt op de datum van de kennisgeving van de bestreden beslissing.
XIV-37.392-1/6
II. Verloop van de rechtspleging
2. Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 oktober 2017.
Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Marie El Khoury, die loco advocaat Hilde Van Vreckom verschijnt voor verzoeker, en advocaat Rutger Robijns, die loco advocaat Stefaan Verbouwe verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoeker komt België binnen en op 9 februari 2016 vraagt hij asiel aan. Hij verklaart alsdan van Angolese nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 7 juni 1999. Verzoeker wordt dezelfde dag onder de hoede van de dienst Voogdij geplaatst. Aangezien er twijfel is over de door verzoeker ingeroepen
XIV-37.392-2/6
minderjarigheid, vraagt de dienst Vreemdelingenzaken aan de dienst Voogdij om een leeftijdsonderzoek te laten uitvoeren.
In het Universitair Ziekenhuis Sint-Rafaël (KU Leuven)
ondergaat verzoeker op 24 februari 2016 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker ouder is dan 18 jaar.
Op 22 maart 2016 beslist de dienst Voogdij dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6
‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december 2002. Bijgevolg vervalt de plaatsing onder de hoede van de heer [Ivo Domingos MAMONA] door de dienst Voogdij van rechtswege op de datum van de kennisgeving van deze beslissing.”
3.2. Verzoeker legt op 2 mei 2016 een geboorteakte voor die zou zijn afgeleverd in Angola op 9 december 2015 en die vermeldt dat verzoeker op 7 juni 1999 is geboren. Verder legt verzoeker op 7 december 2016 een Angolees paspoort voor, afgeleverd door de ambassade van Angola te Brussel, waarin staat dat verzoeker op 7 juni 1999 is geboren.
Op grond hiervan stelt de dienst Voogdij op 13 januari 2017 vast dat verzoeker voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van de voornoemde wet en wordt overgegaan tot de aanwijzing van een voogd.
3.3. De dienst Vreemdelingenzaken bezorgt de dienst Voogdij op 19 januari 2017 een kopie van de Eurodacgegevens waaruit blijkt dat verzoeker heeft gereisd met een paspoort waarin vermeld wordt dat hij op 7 juli 1994 is geboren.
Op 22 maart 2017 beslist de dienst Voogdij dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6
XIV-37.392-3/6
‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december 2002. Bijgevolg vervalt de plaatsing onder de hoede door de dienst Voogdij van de heer [Ivo Domingos MAMONA] van rechtswege op de datum van de kennisgeving van deze beslissing.” Dit is de bestreden beslissing.
IV. Ambtshalve onderzoek van verzoekers belang bij het beroep
4. Naar luid van artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang.
Een verzoeker beschikt over het vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: hij dient door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden en de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling moet hem een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook.
Het belang waarvan een verzoeker blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en hij moet dat belang behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren, maar verzoeker moet minstens aannemelijk maken dat de vernietiging hem een concreet voordeel oplevert.
Het staat aan de Raad van State, desnoods ambtshalve, te oordelen of een verzoeker die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij zijn beroep. De Raad van State dient er evenwel over te waken dat de belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, punt B.4.3).
Wanneer er twijfel rijst omtrent het belang van een verzoeker, komt het die verzoeker toe aan de Raad van State alle nuttige gegevens ter
XIV-37.392-4/6
beoordeling voor te leggen die kunnen aantonen dat hij in de concrete omstandigheden van de zaak een belang bij de nietigverklaring heeft.
5. Uit de bestreden beslissing blijkt dat verzoeker bij het indienen van zijn asielaanvraag heeft verklaard dat hij op 7 juni 1999 is geboren. Verzoeker vermeldt ook in het verzoekschrift tot schorsing en tot nietigverklaring dat hij op 7 juni 1999 is geboren.
Ter terechtzitting is erop gewezen dat verzoeker, uitgaande van de door hemzelf opgegeven geboortedatum, inmiddels de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en is de vraag naar verzoekers actueel belang bij het beroep tot nietigverklaring gesteld. Verzoekers raadsman heeft hierop verklaard dat verzoeker, ook al heeft hij thans de leeftijd van 18 jaar bereikt, het belang behoudt bij de vernietiging van de bestreden beslissing omdat nog een beslissing moet worden genomen over zijn asielaanvraag en het al dan niet correct zijn van de door verzoeker opgegeven geboortedatum kan meespelen in de beoordeling van de geloofwaardigheid van die aanvraag.
Volgens artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002, is de voogdijregeling over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen van toepassing op elke persoon “van minder dan achttien jaar oud”.
Het niet bereikt hebben van de leeftijd van 18 jaar is bijgevolg beslissend om onder de toepassing van de wetgeving op de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen te vallen en om dus onder de hoede van de dienst Voogdij of van een voogd te worden geplaatst. Hoger is vastgesteld dat verzoeker thans ouder dan 18 jaar is. Uit een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing kan niet blijken dat de door verzoeker opgegeven geboortedatum wel de juiste is en het komt de dienst Voogdij niet toe de juiste leeftijd van verzoeker te bepalen.
Bovendien zal de dienst Voogdij na een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing enkel kunnen vaststellen dat verzoeker op basis van de door hemzelf verstrekte gegevens de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Verzoeker
XIV-37.392-5/6
beschikt niet langer over het vereiste rechtstreeks en actueel belang, zodat het beroep tot nietigverklaring niet-ontvankelijk is.
V. Over de vordering tot schorsing
6. Deze zaak vereist slechts korte debatten zodat er grond is om toepassing te maken van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Er is bijgevolg geen grond meer om uitspraak te doen over de vordering tot schorsing.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
2. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
3. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Carlo Adams
XIV-37.392-6/6
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.449