Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.448 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.448 Généré par l'IA

Belgian State Court dismisses annulment appeal where applicant failed to prove current standing interest after turning 18.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.448
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's annulment appeal regarding the termination of his wardship status. Although the applicant claimed he remained under 18, medical evidence confirmed he was over 18, and the court noted his absence from the hearing prevented him from proving a current interest in the annulment. Consequently, the court ruled the appeal inadmissible due to the lack of standing interest at the time of the proceedings.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 19, first paragraph, and 93, first paragraph, of the Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State; An annulment appeal is inadmissible if the applicant fails to demonstrate a direct and personal interest in the annulment at the time of filing or during the proceedings.

Mots-clés

Généré par l'IA
standing interest requirement annulment appeal admissibility wardship of unaccompanied minors age verification evidence procedural standing in Belgium minorité non établie asile pour mineurs procédure de protection de l'adulte

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 19, first paragraph, of the Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State
Article 93, first paragraph, of the Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
GwH 30 September 2010, no. 109/2010, point B.4.3
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

nr. 239.448 van 19 oktober 2017

in de zaak A. 221.700/XIV-37.356

In zake : Amanullah QASIMI

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mietta Pokorny kantoor houdend te 3800 Sint-Truiden Stationsstraat 10 bus 2

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

I. Voorwerp van het beroep

1. Verzoeker dient op 13 maart 2017 een beroep tot nietigverklaring in tegen de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 13 januari 2017 waarbij wordt vastgesteld dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6

‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december 2002”, waardoor zijn plaatsing onder de hoede van de dienst Voogdij van rechtswege vervalt op de datum van de kennisgeving van de bestreden beslissing.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

XIV-37.356-1/5

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 oktober 2017.

Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.

Attaché Brecht Vandenberghe, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.

Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Verzoeker komt op 12 december 2016 België binnen en vraagt op 14 december 2016 asiel aan. Hij verklaart alsdan van Afghaanse nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 16 mei 1999. Verzoeker wordt onder de hoede van de dienst Voogdij geplaatst. Aangezien er twijfel is over de door verzoeker voorgehouden leeftijd, vraagt de dienst Vreemdelingenzaken aan de dienst Voogdij om een leeftijdsonderzoek te laten uitvoeren.

In het Militair Ziekenhuis Koningin Astrid te Neder-Over-Heembeek ondergaat verzoeker op 3 januari 2017 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker ouder is dan 18 jaar.

Op 13 januari 2017 beslist de dienst Voogdij dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6

‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet

XIV-37.356-2/5

van 24 december 2002. Bijgevolg vervalt de plaatsing onder de hoede van Jongeheer Amanullah QASIMI door de dienst Voogdij van rechtswege op de datum van de kennisgeving van deze beslissing.” Dit is de bestreden beslissing.

IV. Ambtshalve onderzoek van verzoekers belang bij het beroep

4. Naar luid van artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang.

Een verzoeker beschikt over het vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: hij dient door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden en de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling moet hem een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook.

Het belang waarvan een verzoeker blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en hij moet dat belang behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren, maar verzoeker moet minstens aannemelijk maken dat de vernietiging hem een concreet voordeel oplevert.

Het staat aan de Raad van State, desnoods ambtshalve, te oordelen of een verzoeker die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij zijn beroep. De Raad van State dient er evenwel over te waken dat de belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, punt B.4.3).

Wanneer er twijfel rijst omtrent het belang van een verzoeker, komt het die verzoeker toe aan de Raad van State alle nuttige gegevens ter

XIV-37.356-3/5

beoordeling voor te leggen die kunnen aantonen dat hij in de concrete omstandigheden van de zaak een belang bij de nietigverklaring heeft.

5. Uit de bestreden beslissing blijkt dat verzoeker bij het indienen van zijn asielaanvraag heeft verklaard dat hij op 16 mei 1999 is geboren.

Verzoeker vermeldt ook in het verzoekschrift tot nietigverklaring dat hij op 16 mei 1999 is geboren.

Ter terechtzitting is erop gewezen dat verzoeker, uitgaande van de door hemzelf opgegeven geboortedatum, inmiddels de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en is de vraag naar verzoekers actueel belang bij het beroep tot nietigverklaring gesteld.

Volgens artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002, is de voogdijregeling over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen van toepassing op elke persoon “van minder dan achttien jaar oud”.

Het niet bereikt hebben van de leeftijd van 18 jaar is bijgevolg beslissend om onder de toepassing van de wetgeving op de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen te vallen en om dus onder de hoede van de dienst Voogdij of van een voogd te worden geplaatst. Hoger is vastgesteld dat verzoeker thans ouder dan 18 jaar is. Na een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing zal de dienst Voogdij enkel kunnen vaststellen dat verzoeker ook op basis van de door hemzelf verstrekte gegevens de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Verzoeker was niet terechtzitting aanwezig noch vertegenwoordigd, zodat hij niet aantoont nog over een actueel belang te beschikken en het beroep tot nietigverklaring derhalve niet-ontvankelijk is.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

XIV-37.356-4/5

2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Carlo Adams

XIV-37.356-5/5

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.448