Court lifts urgent stay order because plaintiff failed to request annulment of the contested decision.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State lifted the urgent stay of execution previously ordered by its own court. The plaintiff had not filed a separate request for annulment of the Brussels Institute for Environmental Management's award decision. Consequently, the court was legally bound to revoke the stay order under Article 17, Section 4, Paragraph 3 of the State Council Laws.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, Section 4, Paragraph 3 of the State Council Laws; If a party seeking an urgent stay of execution fails to request the annulment of the contested decision, the Council of State must lift the stay order.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 239.443 van 19 oktober 2017
in de zaak A. 222.339/XII-8387
In zake: de BVBA ONELINER LANGUAGE & EBUSINESS
SOLUTIONS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D‟Hooghe, Leen De Vuyst en Alexandre Peytchev kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het BRUSSELS INSTITUUT VOOR MILIEUBEHEER
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marie Vastmans en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 6 juni 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de integrale gunningsbeslissing van het BIM d.d. 17 mei 2017 […] houdende (1) de gunning van de overheidsopdracht voor diensten inzake de „vertaling van Nederlandse, Franse en Engelse teksten‟ voor elk van de drie percelen aan (een) onbekende inschrijver(s) en (2) de niet-selectie van Oneliner voor perceel 2 en (3) de onregelmatigverklaring van de offerte van Oneliner voor percelen 1 en 3”.
XII-8387-1/4
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 238.680 van 27 juni 2017 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Brussels Instituut voor Milieubeheer van 17 mei 2017 waarbij de opdracht “vertaling van Nederlandse, Franse en Engelse teksten” wordt gegund, wat percelen 1 en 3 betreft, aan de bvba IGTV en, wat perceel 2 betreft, aan de nv Production waarbij de offerte van de bvba Oneliner Language & Ebusiness Solutions, wat de percelen 1 en 3 betreft, substantieel onregelmatig wordt verklaard en waarbij de bvba Oneliner Language & Ebusiness Solutions, wat perceel 2 betreft, niet wordt geselecteerd.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2017.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Alexandre Peytchev, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Anthony Poppe, die, eveneens loco advocaat Marie Vastmans verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur-generaal Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
3. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te
XII-8387-2/4
vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.
IV. Kosten
4. Bij besluit van het Brussels Instituut voor Milieubeheer van 19 juli 2017 werd de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij.
BESLISSING
1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 238.680 van 27 juni 2017 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
XII-8387-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 oktober 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Johan Bovin
XII-8387-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.443