Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.439 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.439 Généré par l'IA

Administrative court dismisses annulment appeal because the contested award decision was withdrawn by the authority.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.439
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the annulment appeal lodged against the Flemish transport company De Lijn's award decision. The authority had withdrawn the contested decision regarding the tram contract award before the court could rule on its merits. Consequently, the court declared the appeal without object and inadmissible.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 93 of the Council of State Rules of Procedure; When the contested administrative decision is withdrawn by the authority before the judgment, the appeal becomes without object and is dismissed as inadmissible.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of decision without object appeal inadmissibility administrative annulment contract award procedure réexamen des offres adjudication d'un marché public soumissionnaire

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 93 of the Council of State Rules of Procedure
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 239.439 van 19 oktober 2017

in de zaak A. 220.594/XII-8257

In zake: de NV BOMBARDIER TRANSPORTATION BELGIUM

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Virginie Dor en Youri Musschebroeck kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 178

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Barteld Schutyser en Hans Plancke kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij:

CONSTRUCCIONES Y AUXILIAR DE FERROCARRILES

SA

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Lieven Peeters, William Timmermans en Christophe Ronse kantoor houdend te 1000 Brussel Havenlaan 86C, bus 414

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 9 december 2016, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van [de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn] van 5 oktober 2016, zoals gecommuniceerd per brief en per mail van 13 oktober 2016 en gebaseerd op het gunningsverslag van 12 september 2016

XII-8257-1/4

waarbij zij heeft besloten om de opdracht voor de „levering van ca. 146 lagevloer trams voor entiteiten Antwerpen, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen, incl. strategische wisselstukken‟ te gunnen aan Const[r]ucciones y Auxiliar de Ferrocarriles en waarbij zij dus oordeelt dat de offerte van [de nv Bombardier Transportation Belgium] niet de voordeligste, regelmatige offerte is”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 236.575 van 29 november 2016 is de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de beslissing van de raad van bestuur van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn van 5 oktober 2016 waarbij wordt besloten om de opdracht voor “het leveren van ca. 146 lagevloertrams op meterspoor voor de entiteiten Antwerpen, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen, inclusief Strategische Wisselstukken” te gunnen aan de Construcciones y Auxiliar de Ferrocarriles sa (CAF) en is de vordering voor het overige verworpen.

De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend.

De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2017.

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

XII-8257-2/4

Advocaat Youri Musschebroeck, die loco advocaat Virginie Dor verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Heleen De Bock, die loco advocaten Barteld Schutyser en Hans Plancke verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Jozefien Laga, die loco advocaat Lieven Peeters verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Auditeur-generaal Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Toepassing van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948

‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’

3. De bestreden beslissing is bij beslissing van de raad van bestuur van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn van 13 juni 2017 ingetrokken, zodat het beroep zonder voorwerp is gevallen en “doelloos” is geworden, als bedoeld in artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.

IV. Kosten

4.1. Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing past het de kosten, zijnde de rolrechten van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring evenals de door de verzoekende partij gevraagde basis-

rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij.

4.2. In zoverre de tussenkomende partij een rechtsplegings-

vergoeding vordert, moet worden vastgesteld dat zij, overeenkomstig het

XII-8257-3/4

uitdrukkelijk bepaalde in artikel 30/1, § 2, laatste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, niet voor deze vergoeding in aanmerking komt.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, en een rechtsple-

gingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 oktober 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.

De griffier De voorzitter

Greta Scheveneels Johan Bovin

XII-8257-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.439