Court lifts stay of execution because plaintiff failed to file annulment request within deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State lifted the stay of execution previously granted to the applicants regarding the city council's refusal of a night market permit. Although the applicants had obtained a temporary suspension, they failed to file a request for annulment of the underlying administrative decision within the statutory timeframe. Consequently, the court ruled that the applicants no longer qualified for the stay and ordered the city to proceed with enforcement while assigning the costs of the stay application to the applicants.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 4, third paragraph of the Council of State Rules of Procedure; Article 68, § 6 of the General Rules of Procedure: A stay of execution granted under urgent necessity is immediately lifted if the applicant fails to file a request for annulment within the prescribed period, thereby losing the status of a qualified applicant and resulting in the applicant bearing the costs.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 239.433 van 18 oktober 2017
in de zaak A. 222.280/X-16.925.
In zake : 1. de BVBA WESTSIDE
2. Kaur BALJEET
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Walter Van Steenbrugge en Stefaan Sonck kantoor houdend te 9030 Mariakerke Durmstraat 29
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de STAD OOSTENDE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46/1
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Vordering
1. Met een verzoekschrift, ingediend op 29 mei 2017, vorderden de bvba Westside en Kaur Baljeet de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Oostende van 16 mei 2017 waarbij aan Kaur Baljeet de vergunningen voor de uitbating en de vestiging van een nachtwinkel op het adres Professor Jozef Vercoulliestraat 30 te Oostende worden geweigerd.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 238.515 van 13 juni 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing ingewilligd.
X-16.925-1/3
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 september 2017.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Stefaan Sonck, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Samuel Mens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Opheffing van de schorsing
3. Gelet op artikel 17, § 4, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State wordt de schorsing die is bevolen vóór het indienen van het verzoekschrift tot nietigverklaring van de akte of het reglement onmiddellijk opgeheven als blijkt dat binnen de in de procedureregeling vastgestelde termijn geen verzoekschrift tot nietigverklaring werd ingediend waarin middelen worden aangevoerd die ze gerechtvaardigd hadden.
Te dezen hebben de verzoekers bij arrest nr. 238.515 van 13 juni 2017 de schorsing verkregen van de voormelde beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Oostende van 16 mei 2017. Zij dienden tegen de beslissing evenwel geen verzoekschrift tot nietigverklaring in.
Daar is de intrekking van de bestreden collegebeslissing kennelijk niet vreemd aan.
Er is dienvolgens reden om de schorsing op het heffen.
X-16.925-2/3
4. In de gegeven omstandigheden zijn de verzoekers evenwel niet te aanzien als de in artikel 68, zesde lid, van het algemeen procedurereglement bedoelde verzoeker. Er is integendeel reden om de kosten van de vordering tot schorsing ten laste van de verwerende partij te leggen.
BESLISSING
1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 238.515 van 13 juni 2017 bevolen schorsing op.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 400 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekers.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien oktober 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
X-16.925-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.433