Court dismisses suspension request for judicial exam failure due to lack of urgency proof.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to suspend the enforcement of his failure in the judicial appointment exam. The applicant argued that losing the exam prevented him from applying for other judicial posts and caused moral harm, but failed to demonstrate why he could not endure the delay. The court ruled that the applicant did not meet the strict legal requirements for urgency, as he provided no concrete evidence of immediate, irreparable harm necessitating a suspension.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 17, § 1 of the Council of State Rules; Urgency must be proven by concrete, precise, and verifiable data showing immediate irreparable harm, which the applicant failed to establish.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 239.411 van 16 oktober 2017
in de zaak A. 222.786/IX-9106
In zake: Lodewijk DE MOT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Ghysels kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 187
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Hoge Raad voor de Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bert Beelen en Hans-Kristof Carême kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 31 juli 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Nederlandstalige benoemings-
en aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie van 12 mei 2017
waarbij Lodewijk De Mot niet geslaagd wordt verklaard voor de mondelinge proef van het examen inzake beroepsbekwaamheid – burgerlijk recht (examenperiode 2016-2017).
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
IX-9106-1/5
Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2017.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
Advocaat Jorien Van Belle, die loco advocaat Jan Ghysels ver-
schijnt voor de verzoekende partij en advocaat Hans-Kristof Carême, die ver-
schijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoeker is advocaat.
Hij wordt bij koninklijk besluit van 7 januari 1993 benoemd tot plaatsvervangend vrederechter van het kanton Sint-Kwintens-Lennik en nadien, bij koninklijk besluit van 24 augustus 2001, tot plaatsvervangend vrederechter van het kanton Lennik.
Verzoeker beschikt over het getuigschrift van beroepsbe-
kwaamheid voor de uitoefening van gerechtelijke functies, hem laatst uitgereikt op 4 mei 2010.
IX-9106-2/5
3.2. Op 15 december 2016 verschijnt in het Belgisch Staatsblad een bericht betreffende de werving van kandidaat-magistraten. Verzoeker dient op 13 januari 2017 zijn kandidatuur in.
Verzoeker slaagt voor het schriftelijke gedeelte en hij wordt vervolgens uitgenodigd voor de psychologische proeven en voor het mondelinge gedeelte.
Op dit mondelinge gedeelte wordt verzoeker niet geslaagd ver-
klaard. Hij behaalt een resultaat van 11/20. Dit is de thans bestreden beslissing.
IV. Schorsingsvoorwaarden
4. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
V. Spoedeisendheid
5. Een verzoekende partij die de schorsing van de tenuitvoerleg-
ging van een bestreden beslissing beoogt te verkrijgen, is ertoe gehouden in haar verzoekschrift een op de omstandigheden van haar zaak betrokken uiteenzetting op te nemen die ziet op de voorwaarde van de spoedeisendheid en waarin zij aan de hand van concrete, precieze en dienstige gegevens uitlegt in welke mate zij on-
herroepelijke schadelijke gevolgen zou ondergaan indien het resultaat van het beroep tot nietigverklaring zou moeten worden afgewacht. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid
IX-9106-3/5
inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
6.1. Onder een hoofding ‘spoedeisendheid’ merkt verzoeker in het inleidend verzoekschrift op dat hij geen nieuw attest van beroepsbekwaamheid verwerft, wat onmiddellijke gevolgen heeft omdat hij niet kan kandideren voor tal van openstaande rechterlijke ambten. Bovendien is de motivering die aan het niet-slagen voor de mondelinge proef gegeven wordt moreel krenkend voor ver-
zoeker, “nu die het ambt van plaatsvervangend vrederechter al vele jaren, zonder klachten uitoefent”.
Aldus doet verzoeker niet meer dan beschrijven wat hij al dan niet terecht ziet als juridische of feitelijke griefhoudende gevolgen van de bestre-
den beslissing en maakt hij mogelijk zijn belang bij zijn vordering aannemelijk, maar biedt hij de rechter niet het minste inzicht in de bijzondere redenen waarom hij deze gevolgen niet kan verdragen voor de tijd die is vereist om te komen tot een einduitspraak.
6.2. Verzoeker vervolgt zijn uiteenzetting met beschouwingen over het verval van “vergunningen” zoals het getuigschrift van beroepsbekwaamheid er volgens hem één is en over een vermeende leemte in de wetgeving, alweer zonder dat verzoeker hierbij het bestaan inzichtelijk maakt van enige spoedeisendheid en de nood aan een voortvarende, weze het voorlopige uitspraak.
7. De spoedeisendheid is bijgevolg niet aangetoond.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
IX-9106-4/5
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 16 oktober 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren
IX-9106-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.411