Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.398 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.398 Généré par l'IA

Court dismisses suspension request for civil service promotion decisions due to lack of urgency and serious grounds.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.398
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request to suspend the enforcement of decisions promoting specific civil servants to the third administrative class. The applicant argued the promotions were illegal and damaged his reputation, but the court found no objective evidence supporting these claims. Consequently, the court determined the request failed to meet the cumulative requirements of urgency and serious grounds for suspension under Article 17 of the Council of State laws.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Art. 17, § 1, gecoördineerde wetten op de Raad van State: A request for suspension of enforcement is only admissible if it meets cumulative conditions of urgency and serious grounds, which must be examined independently.

Mots-clés

Généré par l'IA
suspension of enforcement civil service promotion urgency requirement serious grounds Council of State administrative class reputation damage évaluation des aptitudes des candidats

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Art. 17, § 1, gecoördineerde wetten op de Raad van State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 239.398 van 13 oktober 2017

in de zaak A. 221.660/IX-9022

In zake: Peter HUYGHEBAERT

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten François Belleflamme en Virginie Feyens kantoor houdend te 1060 Brussel Zwitserlandstraat 24

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Buitenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrik De Maeyer kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 7 maart 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van:

- het koninklijk besluit van 14 december 2016 waarbij Andy Detaille, Didier Vanderhasselt, Piet Heirbaut, Jeroen Vergeylen, Timon Bo Salomonson, Jan De Preter, Bart Pennewaert, Mathias Bogaert, Peter Van Kemseke, Hugo Verbist, Bart De Groof, Michel Versailles, Karen Van Vlierberge en Luc Truyens wor-

den bevorderd tot de derde administratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst met uitwerking vanaf 1 juli 2016;

- het koninklijk besluit van 16 februari 2017 waarbij het voormelde koninklijk besluit van 14 december 2016 in die zin wordt gewijzigd dat de bevordering van

IX-9022-1/20

de voornoemde personen tot de derde administratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst uitwerking krijgt vanaf 1 december 2013 in plaats van van-

af 1 juli 2016.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 september 2017.

Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Bart Vingerhoets, die loco advocaten François Belle-

flamme en Virginie Feyens verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Emmanuel Jacubowitz, die loco advocaat Patrik De Maeyer verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-

coördineerd op 12 januari 1973.

IX-9022-2/20

III. Feiten

3.1. Bij besluit van de minister van Buitenlandse Zaken van 8 oktober 2013 worden zestien betrekkingen van de derde administratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst vacant verklaard op de Nederlandse taalrol.

3.2. De daaropvolgende bevorderingsprocedure resulteert in het koninklijk besluit van 31 maart 2014 waarbij Andy Detaille, Didier Vanderhas-

selt, Piet Heirbaut, Jeroen Vergeylen, Timon Bo Salomonson, Maria-Antoinetta Simons, Jan De Preter, Peter Van Kemseke, Mathias Bogaert, Bart Pennewaert, Damien Angelet, Karen Van Vlierberge, Hugo Verbist, Michel Versailles, Bart De Groof en Luc Truyens worden bevorderd tot de derde administratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst met uitwerking vanaf 1 december 2013.

3.3. Zowel verzoeker als zijn collega P.L. stelt bij de Raad van State een beroep in tot nietigverklaring van het voormelde koninklijk besluit van 31 maart 2014. Bij arrest nr. é.768 van 8 februari 2016 wordt het beroep van P.L. gegrond bevonden en het koninklijk besluit van 31 maart 2014 vernietigd.

Bij arrest nr. é.769 van dezelfde datum wordt vastgesteld dat verzoekers be-

roep ten gevolge van het eerstgenoemde arrest zijn voorwerp heeft verloren en om die reden als onontvankelijk moet worden verworpen.

3.4. Na de vernietiging van het koninklijk besluit van 31 maart 2014

doet de verwerende partij de bevorderingsprocedure over vanaf “het moment waarop het Directiecomité volgens de Raad van State een tekortkoming heeft begaan”. Het directiecomité vergadert daartoe op 3 juni 2016 teneinde de kandi-

daturen opnieuw te onderzoeken en de titels en verdiensten te vergelijken van de 31 kandidaten die op 1 december 2013 de statutaire voorwaarden vervulden om te worden bevorderd tot de derde administratieve klasse van de carrière Buitenland-

se Dienst. De vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten gebeurt op grond van zes criteria, namelijk „dossierkennis‟, „beschikbaarheid‟, „inzet‟,

IX-9022-3/20

„prestaties, sinds de benoeming in de vierde administratieve klasse‟, „bekwaam-

heid om te beheren en leiding te geven‟ en „loyaliteit en gedrag‟. Het directieco-

mité is van oordeel dat het criterium „bekwaamheid om te beheren en leiding te geven‟ minder zwaarwegend is “omdat een ambtenaar van de vierde administra-

tieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst nog niet altijd de mogelijkheid gehad heeft om te bewijzen dat hij/zij bekwaam is om te beheren en leiding te geven”.

Elk van de 31 kandidaten wordt aan de hand van de voornoem-

de zes criteria beoordeeld. In de notulen van de vergadering van het directie-

comité kan daarover met betrekking tot verzoeker het volgende worden gelezen:

“Het Directiecomité verwijst naar het chronologisch overzicht van de loopbaan van de heer Peter Huyghebaert en naar zijn beoordeling zoals uiteen-

gezet in het proces-verbaal van de zitting van het Directiecomité van 12 december 2012 en zoals bevestigd tijdens de zitting van het Directiecomité van 14 mei 2013. Het Directiecomité baseert zich daarnaast op de postinspec-

tie te Abidjan (23 – 17 maart ‟15), crescendo-evaluaties (2015 tot begin 2016)

en bedankingsbrieven van SAS, SEA-invest en Tractebel Engineering.

De heer Peter Huyghebaert, geboren op 3 juli 1969 werd in de vierde klasse benoemd op 1 oktober 2000. Hij was achtereenvolgens op post in Kigali (oktober 2000 – september 2003) en in Dakar (november 2003 – juli 2007).

Daarna werd hij toegevoegd aan het Hoofdbestuur, waar hij werkzaam was op de dienst E3 – Interne Markt, Concurrentie, Vrijmaking van Dienstverkeer.

Van april 2011 tot juli 2015 was hij Ambassadeur te Abidjan. Sinds juli 2015

is hij Consul-Generaal te Mumbai.

• De dossierkennis In Kigali beheerste de heer Huyghebaert de dossiers goed en was zijn posthoofd in het algemeen zeer tevreden van zijn werk. Hij gebruikte er een klare, duidelijke stijl. Zijn evaluaties en visie waren pertinent en gefundeerd, ook indien ze soms afweken van het oordeel van het posthoofd. In Dakar was hij op politiek vlak zeer goed geïnformeerd. Hij zorgde voor degelijke en goed gedocumenteerde verslaggeving. Zijn kennis werd ook door de Senegalezen geapprecieerd. Zijn advies aan de Belgische zakenlui en ondernemers berustte op degelijke informatie.

Op de dienst E3 (Interne Markt, Concurrentie, Vrijmaking van Dienstver-

keer) slaagde hij er op korte tijd in zich vertrouwd te maken met de vaak tech-

nische materie en met het Europese, multilaterale besluitvormingsproces. Zijn capaciteit om complexe dossiers tot hun essentie te reduceren werd zeer op prijs gesteld. Zijn open geest en intellectuele nieuwsgierigheid lieten hem toe de hem toebedeelde materies meer dan functioneel te doorgronden.

IX-9022-4/20

Op zijn bedrijfsvoering in Abidjan valt helemaal niets aan te merken. Zijn sociale en diplomatieke werk is uitgebreid. Hij is verder zeer transparant ge-

bleken in zijn communicatie met de hiërarchie en heeft uitstekend gerappor-

teerd.

• De beschikbaarheid In Kigali had de Ambassadeur over de heer Huyghebaert niets dan lof over zijn beschikbaarheid. Hij was bereid om zich in te zetten buiten het strik-

te kader van zijn taak.

In Dakar behaalde hij zijn UEG-brevet van „ervaren informatica-

gebruiker‟, wat tekenend is voor zijn functionele flexibiliteit en was hij op in-

formaticagebied altijd bereid om een helpende hand toe te steken. Hij heeft er ook energie gestoken in praktische problemen, waardoor de dagelijkse wer-

king van de ambassade aangenamer en efficiënter werd.

Op de dienst E3 (Interne Markt, Concurrentie, Vrijmaking van Dienstver-

keer) was hij bij afwezigheid van collega‟s steeds bereid om hun taken waar te nemen.

Hij aanvaardde de post in Abidjan, ook al waren de omstandigheden er zeer moeilijk en diende hij rekening te houden met een familie met jonge kin-

deren. Hij beheerde de post heel goed.

Sinds de zitting van het directiecomité van 14 mei 2013 werden er geen nieuwe elementen toegevoegd aan het dossier van de heer Huyghebaert voor dit criterium. Het directiecomité bevestigt zijn beoordeling van 14 mei 2013.

• De inzet In Kigali wist de heer Huyghebaert in minder dan drie jaar een uitgebreid netwerk te ontwikkelen. Hij zette zich voor 100% en meer in voor zijn werk en nam ook zelf initiatief.

In Dakar onderhield hij regelmatige contacten met de politieke en econo-

mische milieus en met het middenveld en had hij een goed netwerk in het we-

reldje van de binnenlandse politiek. Hij onderhield goede contacten met de Belgische industriëlen en zakenlui en organiseerde daartoe regelmatig „busi-

ness lunches‟ in naam van de ambassade.

Op de dienst E3 (Interne Markt, Concurrentie, Vrijmaking van Dienstver-

keer) onderhield hij bijzonder goede contacten met de collega‟s op de inhou-

delijk bevoegde departementen en op de Permanente Vertegenwoordiging bij de EU. Hij beschikte er over een breed netwerk aan contacten, de nodige zin voor initiatief en een groot anticipatief vermogen. Hij ging doorgaans met toewijding en ijver te werk in de uitvoering van zijn taken.

De heer Huyghebaert toonde in Abidjan dat hij iemand is die initiatieven neemt, naar buiten treedt en opportuniteiten creëert. Zijn medewerking en in-

zet voor SEA-invest kende geen grenzen. Hij was dynamisch en getuigde steeds van een grote betrokkenheid. Daarnaast wordt hij gekenmerkt door zijn professionalisme en doelgerichtheid.

• De prestaties sinds de benoeming in de 4de klasse In Kigali nam de aanpassing aan zijn nieuwe functie enkele maanden in beslag. Nadien maakte de heer Huyghebaert een zeer goede vooruitgang in al-

le domeinen en beschouwde het posthoofd hem als een zeer professionele en betrouwbare medewerker, met wie de samenwerking efficiënt verliep en wiens

IX-9022-5/20

activiteiten door de verschillende gebruikers van de diensten van de ambassa-

de op prijs werden gesteld. Hij heeft in zeer grote mate ingestaan voor de or-

ganisatie van de handelsmissie van het Brusselse en Waalse gewest in septem-

ber 2002.

In Dakar leverde hij uitstekende prestaties, zowel op politiek, economisch als commercieel vlak. De opvolging van aanbestedingsdossiers om de rechten van de Belgische firma‟s te vrijwaren heeft ertoe geleid dat de ambassade be-

ter op de hoogte werd gehouden. Ook voor investeringsdossiers wist hij goede voorlichting te verstrekken. Hij droeg bij tot het vlotte verloop van de regiona-

le conferentie voor de Afrikaanse posten in Dakar en zorgde ervoor dat het cri-

sisdossier opnieuw volledig up to date was.

Op de dienst E3 (Interne Markt, Concurrentie, Vrijmaking van Dienstver-

keer) gaf hij blijk van een goed oordeelsvermogen, gebaseerd op gedegen ana-

lyse en inschatting van technische en politieke factoren, en van een juiste in-

schatting van prioriteiten.

De heer Huyghebaert levert uitstekend werk in Abidjan. Hij is een uitste-

kend posthoofd gebleken, wat ook bevestigd werd door de postinspectie. Er heerst een grote tevredenheid van het Belgische bedrijfsleven over de econo-

misch-commerciële samenwerking met de heer Huyghebaert en zijn ambassa-

de. Zo was zijn medewerking aan SEA-invest van grote waarde. In hun activi-

teiten, met name de bulkterminal en het logistiek platform en in relaties met de havenautoriteiten en andere politieke instanties was zijn tussenkomst vaak van doorslaggevend belang. Mede door zijn tussenkomst worden constructieve contacten gebouwd die van uiterst belang zijn voor de groei van Ivoorkust.

Daarnaast kon door de tussenkomst van de heer Huyghebaert het geschil dat bestond tussen de Ivoriaans-Belgische maatschappij SAS en de Ivoriaanse au-

toriteiten betreffende achterstalligheden opgelost worden. Hij gebruikte alle mogelijke diplomatieke wegen om het reeds twee jaar durende geschil te beëindigen. Verder steunde hij ook Tractebel Engineering in de ontwikke-

ling van handelsrelaties tussen België en Ivoorkust. Door het organiseren van een zakelijke bijeenkomst op de residentie heeft hij een [goede indruk] nagela-

ten, waardering van de klanten van Tractebel gekregen en een veelbelovend moment van ontmoetingen en uitwisselingen gecreëerd met beslissingnemers van andere nijverheidssectoren.

• De bekwaamheid om te beheren en leiding te geven In Kigali heeft de heer Huyghebaert tijdens de afwezigheden van de con-

sul met zorg de leiding van de consulaire sectie op zich genomen.

In Dakar was hij goed ingeschakeld in de ploeg van de ambassade en werkte hij vlot samen met de nieuwe consul.

Op de dienst E3 (Interne Markt, Concurrentie, Vrijmaking van Dienstver-

keer) vormde zijn zin voor orde, organisatie en nauwgezetheid een grote troef.

Hij was er in staat op onafhankelijke wijze te werken en koppelde verant-

woordelijkheidszin aan besluitvaardigheid. Hij heeft bewezen dat hij onder druk zijn functie naar behoren en efficiënt kan vervullen. Hem kon het volste vertrouwen gegeven worden, ook in de functie van tijdelijk plaatsvervangend diensthoofd. Zijn diplomatieke fijngevoeligheid liet hem toe de verslagen van

IX-9022-6/20

de soms erg delicate DGE-coördinatievergaderingen op een consensuele ma-

nier te formuleren.

Hij heeft de post van Abidjan in moeilijke omstandigheden overgenomen.

Zijn post is onder zijn impuls een hecht team geworden waarbij iedereen weet wat verwacht wordt en er een grote collegialiteit heerst, naast een uitstekende algemene sfeer. Hij is sterk in people management en beheert zijn post voor-

beeldig. Er kon een goede werking van de consulaire afdeling en de visa-sectie vastgesteld worden alsook een rigoureus boekhoudkundig beheer. Zijn mana-

gementstijl wordt gewaardeerd. Hij slaagt er tevens in heel goed samen te werken met de regionale vertegenwoordiger.

• Loyaliteit en gedrag Op de dienst E3 (Interne Markt, Concurrentie, Vrijmaking van Dienstver-

keer) was hij vlot in de omgang en dankzij zijn sociale vaardigheden werd hij door iedereen sterk gewaardeerd.

Ook in Abidjan gaf [hij] blijk van intensieve netwerking.

Conclusie:

Het Directiecomité is van oordeel dat de heer Huyghebaert zeer goed vol-

doet aan de zes criteria.”

Op grond van de beoordeling van de titels en verdiensten van de kandidaten gaat het directiecomité vervolgens over tot een vergelijking van de kandidaten. Het komt daarbij tot de volgende conclusies:

“Op basis van hun persoonlijk dossier en zoals ook blijkt uit hun onder punt C weergegeven beoordeling, meent het Directiecomité dat volgende kandidaten zeer goed voldoen aan alle zes de evaluatiecriteria: [...], Peter Huyghebaert, Michel Versailles, [...], Andy Detaille, Piet Heirbaut, [...], Jeroen Vergeylen, [...], Luc Truyens, Didier Vanderhasselt, Bart Pennewaert, Bart De Groof, [...], Hugo Verbist, Timon Bo Salomonson, [...], Karen Van Vlierberge, Peter Van Kemseke, Mathias Bogaert, [...], Jan De Preter.

- Onder deze kandidaten getuigden de volgende ambtenaren van een uitmun-

tende dossierkennis: de heren Piet Heirbaut, Jeroen Vergeylen, Peter Van Kemseke, mevrouw Karen Van Vlierberge, de heren Michiel Versailles, Luc Truyens.

- Volgende kandidaten getuigden van een uitmuntende beschikbaarheid: de heren Andy Detaille, Jeroen Vergeylen, Michiel Versailles, Bart De Groof, Luc Truyens.

- Volgende kandidaten getuigden van een uitmuntende inzet: de heren Didier Vanderhasselt, Jan De Preter, Mathias Bogaert, Bart De Groof, Timon Bo Salomonson.

- Volgende kandidaten zetten uitmuntende prestaties neer sinds de benoeming in de vierde administratieve klasse: de heren Peter Van Kemseke, Mathias Bogaert, Bart Pennewaert, Hugo Verbist, Bart De Groof, Timon Bo Salomonson.

IX-9022-7/20

- Volgende kandidaten getuigen van een uitmuntende bekwaamheid om te beheren en leiding te geven: de heren Jan De Preter, Bart Pennewaert, Hugo Verbist.

- Volgende kandidaat getuigt van een uitzonderlijke loyaliteit: de heer Jan De Preter.

Op basis van hun persoonlijk dossier meent het Directiecomité dat vol-

gende kandidaten niet voldoen aan één of meerdere evaluatiecriteria: [...].”

Tot slot gaat het directiecomité over tot de stemming. Hierover kan in de notulen van de vergadering het volgende worden gelezen:

“Het Directiecomité beslist om de kandidaten in te delen in groepen.

Het Directiecomité stemt in eerste plaats over de verdeling van de kandi-

daten in drie groepen. De elf leden hebben geldig gestemd. Negen leden stem-

den voor, 1 lid stemde tegen en 1 lid heeft zich onthouden.

Het Directiecomité heeft beslist om volgende kandidaten in de eerste groep te klasseren:

• Mathias Bogaert • Bart De Groof • Jan De Preter • Andy Detaille • Piet Heirbaut • Bart Pennewaert • Timon Bo Salomonson • Luc Truyens • Peter Van Kemseke • Karen Van Vlierberge • Didier Vanderhasselt • Hugo Verbist • Jeroen Vergeylen • Michiel Versailles Het Directiecomité is van oordeel dat deze agenten, die zeer goed voldoen aan de evaluatiecriteria, op heden over de nodige competenties beschikken om bevorderd te worden tot de derde administratieve klasse. Deze agenten hebben beter gepresteerd dan de andere kandidaten en onderscheiden zich hierdoor van hen.

- Het Directiecomité onderstreept de heer Bogaert zijn kwaliteiten voor het cri-

terium „inzet‟ en benadrukt ook de zeer goede prestaties die hij neergezet heeft.

- De heer De Groof onderscheidt zich door zijn grote beschikbaarheid en per-

manent enthousiasme, inzet en toewijding waarmee hij zijn taken aanpakt.

Daarnaast zette hij schitterende prestaties neer sinds de benoeming in de vierde klasse.

IX-9022-8/20

- De heer De Preter toonde aan over uitstekende leiderschapskwaliteiten te be-

schikken en is een zeer betrouwbare medewerker. Daarnaast is hij een grote werker die initiatief durft te nemen.

- De heer Detaille steekt er bovenuit doordat hij een post in crisis in een oorlogsgebied (Tripoli) geëvacueerd heeft en ook de Ambassade te Koeweit terug op de rails gezet heeft. Beide posten zouden maar weinigen aanvaard hebben, wat getuigt van een uiterst grote beschikbaarheid van de heer Detaille.

- De heer Heirbaut blinkt uit door zijn uitmuntende dossierkennis. Deze komt doorheen heel zijn carrière tot uiting in zijn diepgaande en uitstekende analy-

ses en syntheses. Op de Permanente Vertegenwoordiging presteerde hij op alle vlakken meer dan uitstekend.

- De heer Pennewaert zet uitstekende prestaties neer en is erg sterk in beheren en leiding geven.

- De heer Salomonson heeft opmerkelijke prestaties neergezet zowel in Den Haag als op de PV. Dit deed hij tevens met een bovengemiddelde inzet en toewijding voor zijn werk.

- Het Directiecomité is van oordeel dat de heer Truyens zeer goed voldoet aan de criteria dossierkennis, beschikbaarheid, inzet, prestaties, loyaliteit en ge-

drag sinds de benoeming in de 4e klasse en dat hij ondertussen bewezen heeft over de bekwaamheid om te beheren en leiding geven te beschikken. De sco-

re „onvoldoende‟ voor dit criterium wordt dan ook omgezet in „zeer goed‟.

Verder is zijn dossierkennis uitmuntend. De heer Truyens toont hiermee aan dat hij over de nodige capaciteiten beschikt om bevorderd te worden naar de derde administratieve klasse.

- De heer Van Kemseke onderscheidt zich van anderen door zijn zeer goede dossierkennis en geleverde prestaties. Hij legt intelligente en doorgronde analyses aan de dag en werkt zich uiterst snel in in zeer technische dossiers.

- Mevrouw Van Vlierberge blinkt uit in haar uitstekende dossierkennis en als-

mede de diepgang waarmee ze haar dossiers behandelt.

- De heer Vanderhasselt is uiterst gemotiveerd bij de uitvoering van zijn taken en zet zich er ten volle voor in. Hij is heel dynamisch en proactief en dat wordt sterk gewaardeerd.

- De heer Verbist heeft een uitmuntende prestatie neergezet op de dienst S0.0.

Hij toonde grote leiderschaps- en beheerkwaliteiten.

- De heer Vergeylen is steeds uiterst beschikbaar. In Ankara toonde hij een opmerkelijke werkkracht en flexibiliteit. Hij steekt er daarnaast bovenuit met zijn scherp analysevermogen en uitmuntende dossierkennis, wat overigens een constante is doorheen zijn loopbaan.

- De heer Versailles steekt er bovenuit met zijn uitstekende inzichten en analy-

ses. Daarnaast wordt zijn permanente beschikbaarheid sterk gewaardeerd.

Volgende kandidaten werden geklasseerd in de tweede groep:

[...]

• Peter Huyghebaert [...]

Het Directiecomité stelt vast dat deze agenten, die weliswaar zeer goed voldoen aan de evaluatiecriteria, op dit punt in hun carrière iets minder ge-

IX-9022-9/20

schikt zijn dan hun collega‟s uit de eerste groep om bevorderd te worden naar de derde administratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst.

Volgende kandidaten werden geklasseerd in de derde groep:

[...]

Het Directiecomité is van oordeel dat deze kandidaten op basis van hun persoonlijk dossier op heden niet voldoen aan één of meerdere criteria.

[...]

Vervolgens stemt het Directiecomité ter rangschikking van de kandidaten, dit binnen elke groep. Ieder lid klasseert de kandidaten, in een volgorde gaan-

de van 1 tot 14 voor de eerste groep, van 15 tot 28 voor de tweede groep en van 29 tot 31 voor de derde groep. De kandidaat waarvan men gelooft dat hij/zij over de beste competenties beschikt om bevorderd te worden tot de der-

de klasse krijgt dus het laagste cijfer toegekend. De rangschikking van de an-

dere kandidaten gebeurt dienovereenkomstig.

Rekening houdend met de vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten zoals tot stand gekomen tijdens de beraadslaging, stemt ieder lid van het Comité in eer en geweten overeenkomstig zijn beoordeling van deze vergelijking.

De stemming (11 deelnemers – 11 geldige stemmen) geeft volgende rang-

schikking:

Klassement Totaal Eerste groep 1 ex-aequo Andy Detaille 20

1 ex-aequo Didier Vanderhasselt 20

3 Piet Heirbaut 53

4 ex-aequo Jeroen Vergeylen 61

4 ex-aequo Timon Bo Salomonson 61

6 Jan De Preter 71

7 Bart Pennewaert 85

8 Mathias Bogaert 93

9 Peter Van Kemseke 94

10 Hugo Verbist 100

11 Bart De Groof 107

12 Michel Versailles 118

13 Karen Van Vlierberge 120

14 Luc Truyens 152

Tweede groep 15 Peter [Huyghebaert] 171

16 [...] 175

17 [...] 197

18 [...] 200

19 [...] 204

20 [...] 208

21 [...] 255

22 [...] 256

23 [...] 264

24 [...] 265

25 [...] 269

26 [...] 275

IX-9022-10/20

27 ex-aequo [...] 286

27 ex-aequo [...] 286

Derde groep 29 [...] 327

30 [...] 328

31 [...] 335

Het directiecomité stelt op grond van de resultaten van de voorgaande stemming voor om slechts veertien van de zestien vacante betrekkin-

gen in de derde administratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst in te vullen. Het stelt daartoe de eerstgenoemde veertien kandidaten voor als “de […]

meest geschikte ambtenaren”.

3.5. Op 1 september 2016 dient verzoeker een bezwaarschrift in tegen de bevorderingsvoorstellen van het directiecomité van 3 juni 2016.

Hij voert daarin aan dat geen “zorgvuldige, nauwkeurige en volledige vergelijking van diensten en titels” heeft plaatsgehad. Hij betoogt dat veertien kandidaten die een beoordeling „uitmuntend‟ voor één of meerdere eva-

luatiecriteria hebben gekregen, zijn opgenomen in een eerste groep. In het Vade-

mecum Bevorderingen van 9 november 2011 is evenwel niet voorzien in een der-

gelijke onderscheiden groep van kandidaten die „uitmuntend‟ zouden zijn. Het gaat doorgaans bovendien om een subjectieve kwalificatie die niet gesteund is op concrete elementen van het dossier. Zo worden kandidaten met een bijna verge-

lijkbaar dossier als in 2013, nu zonder enige onderbouwde, bijkomende argumen-

tatie als „uitmuntend‟ gekwalificeerd. Het louter toevoegen van de vermelding dat zij er bovenuit steken, voldoet volgens verzoeker niet aan de motiveringsver-

plichting en is niet “zorgvuldig, nauwkeurig en volledig”. Verzoeker acht het “verbazingwekkend” dat één kandidaat die evolueerde van een beoordeling „on-

voldoende‟ in 2012 en een beoordeling „goed‟ in 2013 naar een beoordeling „zeer goed‟ in 2016, nu de voorkeur krijgt op andere kandidaten, zoals hijzelf, die con-

sequent over de jaren heen „zeer goed‟ werden bevonden. Verzoeker wijst nog op zijn eigen “Crescendo-beoordeling in 2015”, waarbij hem de beoordeling „uit-

IX-9022-11/20

zonderlijk‟ te beurt viel. Er zijn volgens hem meer dan voldoende concrete ele-

menten voorhanden om hem ook in de eerste groep kandidaten onder te brengen.

Maar zelfs indien dit laatste niet zou gebeuren, dan begrijpt hij nog niet waarom slechts veertien kandidaten worden voorgedragen voor zestien vacante plaatsen en de twee resterende plaatsen niet worden ingevuld door de twee beste kandidaten uit de tweede groep die voor alle evaluatiecriteria „zeer goed‟ behaalden, onder wie hijzelf.

Verzoeker vraagt het directiecomité daarom om zijn bevorde-

ringsvoorstel te herzien na een zorgvuldige, nauwkeurige en volledige vergelij-

king van de titels en verdiensten van de kandidaten, waarbij ook de twee openge-

laten plaatsen worden ingevuld en hijzelf alsnog wordt voorgedragen om te wor-

den bevorderd tot de derde administratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst.

3.6. Op 19 oktober 2016 onderzoekt het directiecomité de ingedien-

de bezwaren.

Het bezwaarschrift van verzoeker wordt als volgt beantwoord:

“1. Het directiecomité bevestigt dat bepaalde kandidaten, met name de kandidaten uit de eerste groep, uitmuntend gepresteerd hebben op één of meerdere beoordelingscriteria. Het directiecomité wijst erop dat deze kwalifi-

catie voortkomt uit objectieve elementen uit de persoonlijke dossiers van deze kandidaten. Bijgevolg kan deze kwalificatie niet als subjectief omschreven worden. Iedere kandidaat werd op elk van de zes criteria beoordeeld. Deze be-

oordeling van titels en verdiensten resulteerde in een groep van veertien kan-

didaten die op één of meerdere criteria uitmuntend scoorden. De beoordeling „uitmuntend‟ die veertien kandidaten toegewezen kregen voor bepaalde crite-

ria, zoals beschreven op pagina 102 van het proces-verbaal, vindt zijn oor-

sprong in punt C („beoordeling van de kandidaten op basis van de zes criteria‟ – pagina 6 tot en met 101) van het proces-verbaal.

Het directiecomité wijst er eveneens op dat er geen automatische link is tussen de beoordelingen in het kader van de evaluatiecycli en het al dan niet toekennen van een bevordering. De reden hiervoor is dat de finaliteit van de evaluatiecycli en deze van een bevorderingsprocedure van elkaar verschillen.

IX-9022-12/20

Een bevordering wordt namelijk toegekend op basis van een inschatting van de bekwaamheid om een functie in een hogere klasse te kunnen uitvoeren ter-

wijl een evaluatie in het kader van de evaluatiecycli een reflectie is van het ge-

leverde werk in een verstreken periode. De toekenning van de beoordeling „uitzonderlijk‟ in het kader van een evaluatiecyclus zal zich dan ook niet au-

tomatisch vertalen in een daarmee overeenstemmende beoordeling in het kader van een bevorderingsprocedure. De motivering van een bevorderingsvoorstel staat immers los van de evaluatie in het kader van Crescendo.

Verder is, in het kader van de bevorderingsprocedure, het gebruik van het woord „uitstekend‟ dat meermaals gebruikt werd bij de beoordeling van de heer Huyghebaert voor het criterium prestaties, op zich geen aanleiding om een kandidaat als uitmuntend te beschouwen voor het geheel van de beoorde-

lingscriteria en hem derhalve te klasseren in de eerste groep van kandidaten.

2. Het directiecomité wijst erop dat het bezorgen aan de heer Huyghebaert van de resultaten van de evaluatiecycli van de kandidaten die in aanmerking kwamen voor deze promotie niet toegelaten is. Dit zou in strijd zijn met artikel 6, § 2, 1° van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, aangezien de openbaarmaking van deze documenten afbreuk zou doen aan de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. De door de heer Huyghebaert gevraagde doorgifte van deze evaluatieresultaten is bovendien verboden op grond van artikel 5 van de wet van 8 december 1992 inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

3. Het directiecomité benadrukt dat het KB van 21 juli 2016 tot vaststel-

ling van het statuut van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de con-

sulaire carrière, gepubliceerd in het BS op 28 juli 2016, niet van toepassing is op deze bevorderingsprocedure. Deze bevorderingsprocedure wordt gevoerd met naleving van de bepalingen van het koninklijk besluit van 25 april 1956

tot vaststelling van het statuut der personeelsleden van het Ministerie van Bui-

tenlandse Zaken en Buitenlandse Handel. Derhalve is het in deze context dan ook niet pertinent om verder te verwijzen naar het KB van 21 juli 2016.

Met het oog op toekomstige bevorderingsprocedures, waarop het KB van 21 juli 2016 wel van toepassing kan zijn, wenst het directiecomité de stelling van de heer Huyghebaert als zou „het loopbaanverloop versneld of vertraagd kunnen worden door opeenvolgende respectievelijk uitstekende of te verbete-

ren evaluaties‟ te nuanceren. De vermelde „versnelling of vertraging‟ van de loopbaan waar de heer Huyghebaert naar verwijst, is in de artikelen 45 tot 48

van het KB van 21 juli 2016 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière opgenomen en geba-

seerd op het KB betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt. Deze versnellingen of vertragingen hebben enkel betrekking op de bevorderingen door verhoging in weddenschaal, de zogenaamde „baremieke‟ verhogingen, en niet op de bevordering naar een hogere klasse.

Het Directiecomité wijst erop dat het ook bij collega Luc Truyens reke-

ning houdt met eerdere, al dan niet negatieve, beoordelingen uit het verleden.

Dit blijkt uit de motivering van het directiecomité onder de betrokken criteria, waar de evolutie van de kandidaat in kwestie geïntegreerd wordt in de beoor-

IX-9022-13/20

deling. De objectieve documenten die de vooruitgang van de heer Truyens voor beide criteria onderbouwen, worden vermeld op pagina 40 van het pro-

ces-verbaal van 3 juni 2016. Het directiecomité baseerde zich op deze docu-

menten om de evaluatie van de heer Truyens voor de twee criteria aan te pas-

sen en concludeerde vervolgens, op basis van de motivering terug te vinden op de pagina‟s 40 tot en met 42 van dit zelfde proces-verbaal, dat de heer Truyens geschikt is voor een bevordering naar de vierde administratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst.

4. Het directiecomité benadrukt dat het een mogelijkheid is om zestien kandidaten voor te dragen voor bevordering, maar dat het daar niet toe ver-

plicht is. Op basis van de vergelijking van titels en verdiensten is het comité tot de vaststelling gekomen dat veertien van de eenendertig kandidaten op 3 juni 2016 geschikt waren om ter bevordering te worden voorgedragen. Op pagina 103 van het proces-verbaal is de motivering uiteengezet waarom de kandidaten uit de eerste groep beter geplaatst zijn dan de anderen om bevor-

derd te worden. Dit betreft veertien kandidaten en bijgevolg worden er dus ook slechts veertien kandidaten voorgedragen en geen zestien.”

Het directiecomité besluit vervolgens dat het bezwaarschrift van verzoeker “geen elementen bevat die de wijziging van de beoordeling van hemzelf evenals die van betrokkenen en van de voorgestelde rangschikking of voorstellen ter bevordering rechtvaardigen”.

Na ook de andere bezwaarschriften te hebben beantwoord, gaat het directiecomité over tot een stemming, waarbij de oorspronkelijke rangschik-

king van de kandidaten wordt bevestigd. Het directiecomité stelt dezelfde kandi-

daten definitief ter bevordering voor.

3.7. Bij koninklijk besluit van 14 december 2016 worden de veer-

tien door het directiecomité voorgestelde kandidaten bevorderd tot de derde ad-

ministratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst met uitwerking vanaf 1 juli 2016.

Dit is het eerste bestreden besluit.

3.8. Bij koninklijk besluit van 16 februari 2017 wordt het voormel-

de koninklijk besluit van 14 december 2016 gewijzigd: de betrokken ambtenaren

IX-9022-14/20

worden met uitwerking vanaf 1 december 2013 en niet vanaf 1 juli 2016 bevor-

derd.

Dit is het tweede bestreden besluit.

IV. Schorsingsvoorwaarden

4. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima fa-

cie kan verantwoorden.

V. Spoedeisendheid

Uiteenzetting

5. Verzoeker motiveert de spoedeisendheid van zijn vordering als volgt in zijn verzoekschrift:

“Wat betreft de vereiste van hoogdringendheid, staat het vast dat de deel-

name aan een procedure van benoeming tot hogere ambten de aanvaarding in-

houdt van het risico niet te worden benoemd en zich niet leent tot een ernstige aantasting van de belangen van de niet weerhouden kandidaat, behoudens uit-

zonderlijke omstandigheden die eigen zijn aan de zaak (R.v.St., 15 april 2015, Becco, nr. 230.835).

Dergelijke omstandigheden zijn terzake aanwezig.

Immers, zoals hierboven uiteengezet, is het de derde keer dat de verzoeker in mededinging is met zijn collega‟s om zich te zien benoemd worden in de derde administratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst. Telkens kan hem blijkbaar geen enkel verwijt worden gemaakt. Integendeel, zijn grote ver-

diensten worden in de verf gezet.

De eerste keer wordt de verzoeker, reeds geëvalueerd als „zeer goed‟ ten aanzien van de beoordelingscriteria, als 10de op 31 gerangschikt. Er waren toen 7 dienstbetrekkingen vacant.

IX-9022-15/20

In 2013 worden er zestien dienstbetrekkingen vacant verklaard. Tegen alle verwachtingen in, gelet op de beoordeling van de prestaties van de verzoeker en zijn rangschikking in 2012, zal deze tweede keer leiden tot de benoeming van 16 van zijn collega‟s, waarvan twee nochtans minder goed geëvalueerd werden dan de verzoeker voor één van de zes vooropgestelde criteria (!).

Dit koninklijk besluit riep reeds vragen op ten opzichte van de houding van de verwerende partij ten aanzien van de verzoeker.

De verzoeker, net zoals zijn collega [P.L.], dienen een beroep tot nietig-

verklaring in tegen het benoemingsbesluit van hun 16 collega‟s.

Dit koninklijk besluit wordt vernietigd door een arrest van de Raad van State van 8 februari 2016, nr. é.768.

Verzoeker is dus een derde en nieuwe keer kandidaat in 2016, samen met 30 collega‟s met minder dan 9 jaar anciënniteit in de 4de administratieve klas-

se, voor de bevordering in de 3de administratieve klasse van de carrière Buiten-

landse Dienst. De verzoeker wordt 15de gerangschikt.

Terwijl de verwerende partij reeds tot de orde werd geroepen door uw Raad, vergelijkt zij niet de titels en verdiensten van de kandidaten en beslist zij slechts 14 kandidaten te bevorderen, zonder deze keuze te motiveren.

In die zin draagt het manifest gegronde karakter van het middel bij tot de hoogdringendheid deze zaak te behandelen.

De aangevochten akte tast ernstig de reputatie aan van de verzoeker waar-

van de uitzonderlijke kwaliteit van zijn werk nochtans vaststaat. Hiervan ge-

tuigt meer bepaald zijn laatste Crescendo evaluatie die hij inriep in zijn be-

zwaar bij het Directiecomité (zie bijlage).

De aangevochten akte kan slechts begrepen worden als een veruitwendi-

ging van de wil de verzoeker te schaden of van enige verwijten die men hem daarmee zou willen maken, met uitsluiting van enige reden van algemeen be-

lang.

Er werd reeds in gelijkaardige situaties geoordeeld, waarbij de verzoekster niet werd voorgedragen noch benoemd terwijl er negen vacante plaatsen wa-

ren, „dat dit feit de professionele entourage van de verzoekster kan laten den-

ken dat haar capaciteiten in vraag werden gesteld en, gezien de te bevorderen functie, een nadelige invloed kan hebben op haar professionele toekomst; dat in deze bijzondere voorwaarden en in het belang van een goed bestuur, er moet besloten worden dat het risico op het vereiste nadeel vaststaat‟ (vrije ver-

taling, R.v.St., 11 juni 2003, Toledo, nr. 120.391).

Er moet in deze context vastgesteld worden dat de vereiste van spoedei-

sendheid van artikel 17 van de R.v.St.-wet vervuld is.”

Beoordeling

6. Zoals sub 4 hiervóór in herinnering is gebracht, kan krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing

IX-9022-16/20

van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen indien, onder meer, “de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring”.

In de parlementaire voorbereiding van de voormelde wettelijke bepaling is te lezen dat “[d]e spoedeisendheid zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met on-

herroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-2277/1, 13).

7. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [be-

vatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepa-

ling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij bij de Raad van State toevalt om aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedei-

send is, gelet op de gevolgen van een (voortdurende) tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.

8. Er dient te worden opgemerkt dat wie deelneemt aan een be-

vorderingsprocedure, ermee rekening moet houden dat de mogelijkheid bestaat dat hij de geambieerde functie niet verkrijgt. Het mislopen van een bevordering toont op zich niet aan dat de betrokkene in omstandigheden verkeert die de zaak spoedeisend maken.

Het loutere verlies van een kans op een bevordering houdt een nadeel in dat niet wezenlijk verschilt van het morele nadeel dat elke kandidaat die naast een benoeming of aanstelling grijpt, moet ondergaan. Een dergelijk nadeel

IX-9022-17/20

kan in beginsel worden goedgemaakt door een vernietigingsarrest en vergt geen spoedeisende behandeling van de zaak.

Het staat dan ook aan de verzoekende partij bij de Raad van State om aan te tonen dat in haar geval bijzondere omstandigheden ertoe nopen anders te oordelen en dat zij de tenuitvoerlegging van de bestreden handeling onmogelijk kan ondergaan in afwachting van de uitspraak ten gronde.

9. Verzoeker betoogt vooreerst dat het nu de derde keer is dat hij met zijn collega‟s in concurrentie komt voor een bevordering tot de derde admi-

nistratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst. Hij stelt dat hem daarbij geen enkel verwijt wordt gemaakt, maar dat integendeel zijn grote verdiensten telkens in de verf worden gezet.

De omstandigheid dat verzoeker nu een derde keer tevergeefs meedingt naar een bevordering tot de derde administratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst, impliceert op zich evenwel niet dat zijn vordering te spoed-

eisend is om de behandeling van het beroep tot nietigverklaring af te wachten.

Voor zover verzoeker voor de derde opeenvolgende keer wordt teleurgesteld in zijn verwachting als kandidaat voor een bevordering, maakt hij niet aannemelijk dat die teleurstelling na een eventueel vernietigingsarrest en het daaruit voort-

vloeiende rechtsherstel niet meer zou kunnen worden goedgemaakt.

10. Verzoeker laat voorts gelden dat de verwerende partij al eerder door de Raad van State tot de orde werd geroepen, maar niettemin de titels en verdiensten van de kandidaten niet vergelijkt en beslist slechts veertien kandida-

ten te bevorderen, zonder deze keuze te motiveren.

Aldus verwijst verzoeker naar de door hem aangevoerde onwet-

tigheid van de bestreden besluiten. Uit de beweerde onwettigheid van de bestre-

den besluiten kan echter evenmin zonder meer worden afgeleid dat de vordering

IX-9022-18/20

spoedeisend is. De schorsingsvoorwaarde van het spoedeisend karakter van de vordering is immers een op zich staande voorwaarde, die moet worden onder-

zocht los van de andere schorsingsvoorwaarde, namelijk dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de bestreden handeling pri-

ma facie kan verantwoorden. Met zijn verwijzing naar de aangevoerde onwettig-

heid van de bestreden besluiten toont verzoeker derhalve nog niet aan dat hij de afhandeling van de procedure ten gronde niet kan afwachten zonder het risico te lopen in een toestand met onherroepelijke schadelijke gevolgen te verzeilen.

Het feit dat de bestreden besluiten zijn genomen nadat de Raad van State een vroeger bevorderingsbesluit van de verwerende partij heeft vernie-

tigd, verandert niets daaraan.

11. Verzoeker stelt ten slotte dat de bestreden besluiten zijn reputa-

tie ernstig aantasten, terwijl de kwaliteit van zijn werk nochtans vaststaat, zoals blijkt uit “zijn laatste Crescendo evaluatie”. Volgens verzoeker kunnen de bestre-

den besluiten slechts worden begrepen als een veruitwendiging van “de wil [hem]

te schaden of van enige verwijten die men hem daarmee zou willen maken, met uitsluiting van enige reden van algemeen belang”.

Verzoeker maakt deze bewering omtrent de bedoeling van de verwerende partij evenwel niet in het minst aannemelijk. Uit het aan de Raad van State voorgelegde dossier blijkt ook niets dat die bewering staaft. Integendeel blijkt verzoeker door het directiecomité als „zeer goed‟ te zijn beoordeeld en zelfs te worden geprezen voor bepaalde criteria. Dat andere kandidaten nog beter zijn beoordeeld en daarom uiteindelijk zijn bevorderd, betekent niet dat in hoofde van de verwerende partij slechts de wil bestond om verzoeker te schaden of hem ver-

wijten te maken.

Voor zover verzoeker aanvoert dat zijn reputatie door de be-

streden besluiten wordt aangetast, gaat het om een subjectieve perceptie die geen

IX-9022-19/20

objectieve grondslag vindt in deze besluiten die de kandidaatstelling van verzoe-

ker gunstig waarderen. Het feit dat de verwerende partij anderen beter geschikt heeft bevonden dan verzoeker betekent niet dat afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van zijn werk zoals dat eerder werd geëvalueerd.

12. Wat voorafgaat, leidt tot het besluit dat verzoeker niet ervan overtuigt dat zijn zaak te spoedeisend is om de behandeling van het beroep tot nietigverklaring af te wachten.

13. Er is derhalve niet voldaan aan alvast één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die cumulatief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden ingewil-

ligd.

BESLISSING

De Raad van State verwerpt de vordering.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 13 oktober 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.

De griffier De voorzitter

Tiny Temmerman Bert Thys

IX-9022-20/20

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.398