Court dismisses appeal against mayor's letter stating permit status is unchanged after higher court ruling.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the applicant's request to suspend enforcement of the mayor's letter confirming the environmental permit status remained at the previous level. The mayor provided this information in response to the applicant's inquiry, while the intervening party argued the letter was merely informational and the underlying 2013 permit had already been extinguished by prior litigation. The court ruled that such a letter does not constitute a justiciable administrative act because it merely states facts without creating new legal consequences or altering the existing legal situation.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 14 of the Coordinated Acts on the Council of State; An informational letter stating the current status of an administrative permit, even if factually incorrect, does not constitute a justiciable administrative act because it does not intend to create or prevent legal consequences.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 239.388 van 12 oktober 2017
in de zaak A. 223.447/VII-40.102.
In zake : Marc DIELTJENS
wonende te 2280 Grobbendonk ‟t Vlot 10
alwaar woonplaats wordt gekozen
tegen :
de GEMEENTE GROBBENDONK
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Floris Sebreghts en Jo Van Lommel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij :
de NV ANTWERP EAST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gauthier van Thuyne en Esther Theyskens kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 268A
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 3 oktober 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “de beslissing van burgemeester Eric Van Meensel medegedeeld bij brief van 30 augustus [2017] met ref MIL/YH/2017/085 waarbij medegedeeld wordt dat na het arrest van de Raad van State nr. 238.575 de vergunningstoestand terugvalt op de vorige afgeleverde vergunning van de gemeente namelijk de milieuvergunning klasse 2 van 15 juli 2013”.
VII-40.102-1/6
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2017.
Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.
Verzoeker, die in persoon verschijnt, advocaat Jo Van Lommel, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaten Gauthier van Thuyne en Esther Theyskens, die verschijnen voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Bij arrest nr. 238.575 van 20 juni 2017 heeft de Raad van State de schorsing bevolen van de tenuitvoerlegging van het besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 22 december 2016 waarbij de bestuurlijke beroepen ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk van 15 juli 2013 houdende het verlenen aan de NV Beverdonk Container Terminal (thans: de NV Antwerp East) van de milieuvergunning voor de uitbreiding van een inrichting voor de op- en overslag van containers, gelegen aan de Industrieweg 36 te Grobbendonk, deels gegrond worden verklaard en de bijzondere exploitatievoorwaarden van de beroepen
VII-40.102-2/6
beslissing worden gewijzigd.
3.2. Met een brief van 20 juli 2017 deelt verzoeker aan de burgemeester van de gemeente Grobbendonk het volgende mee:
“Ingevolge advies van een gerechtsdeurwaarder en gelet op Uw bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor de toepassing van artikel 67 van het milieuhandhavingsbesluit, sturen wij U ook persoonlijk, teneinde alle mogelijke discussies te vermijden, in bijlage de arresten van de Raad van State nrs. 238.575 en 238.576 die ook reeds aan de gemeentesecretaris werden overhandigd.
Ingevolge deze arresten en het standpunt van de AMMC van 19 augustus 2016 exploiteert Antwerp East nv opnieuw zonder milieuvergunning waarvoor wij U reeds in gebreke hebben gesteld.
Indien u van oordeel bent dat dit niet het geval is zou ik van U graag vernemen welke milieuvergunning nog van toepassing zou kunnen zijn”.
3.3. Op 30 augustus 2017 antwoordt de burgemeester als volgt:
“De Raad van State heeft in zitting van 20 juni 2017 met nr. 238.575 de schorsing bevolen van het besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 22 december 2017.
De gemeente Grobbendonk wil u informeren dat de vergunningstoestand terugvalt op de vorige afgeleverd[e] vergunning van de gemeente namelijk de milieuvergunning klasse 2 van 15 juli 2013.
In de milieuvergunning klasse 2 van 15 juli 2013 worden bijzondere voorwaarden opgenomen waaraan moet voldaan worden.
Het zijn ook deze voorwaarden die de gemeente opvolgt bij de bedrijfsactiviteit.
[…]”.
Dit is de bestreden akte.
IV. Tussenkomst
4. Met een ter zitting neergelegd verzoekschrift vraagt de NV Antwerp East om in het geding te mogen tussenkomen.
Er is grond om dat verzoek in te willigen.
VII-40.102-3/6
V. Ontvankelijkheid van de vordering
Excepties
5. De verwerende partij en de tussenkomende partij werpen onder meer op dat het voorwerp van de vordering geen aanvechtbare administratieve rechtshandeling uitmaakt. Het zou immers gaan om een louter informatieve brief omtrent de actuele vergunningstoestand van de inrichting.
Over de totstandkoming van de bestreden akte verklaart de verwerende partij dat “[v]erzoeker […] op 25 augustus 2017 informatie [is] komen inwinnen aan het gemeentelijke milieuloket” en dat de bestreden beslissing het schriftelijke antwoord vormt op zijn vragen.
Ook wordt door de tussenkomende partij opgemerkt dat de verwerende partij zonder bevoegdheid is om “een beslissing inzake de klasse 2
milieuvergunningsprocedure te nemen” omdat deze bevoegdheid toekomt aan de deputatie van de provincie Antwerpen. Zij affirmeert voorts dat “het Besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Grobbendonk dd. 15 juli 2013 […] niet meer [kan] „herleven”‟ en dat “ingevolge vaste rechtspraak van uw Raad […] door de devolutieve werking van het beroep bij de Bestendige Deputatie dit besluit reeds uit de rechtsorde [is] verdwenen”. Zij besluit dat “het feit dat de informatie van de gemeente Grobbendonk in de Bestreden Beslissing ogenschijnlijk onjuist is, […] daaraan niets af[doet]”.
Beoordeling
6. Een beroep tot nietigverklaring dient krachtens artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een administratieve rechtshandeling tot voorwerp te hebben. Onder rechtshandeling in de zin van de voormelde bepaling dient te worden verstaan een handeling waarbij wordt beoogd
VII-40.102-4/6
rechtsgevolgen te doen ontstaan of te beletten dat zij tot stand komen, met andere woorden wordt beoogd wijzigingen aan te brengen in een bestaande rechtsregel of rechtstoestand, dan wel zodanige wijziging te beletten.
7. In de bestreden brief van 30 augustus 2017 drukt de burgemeester van de gemeente Grobbendonk zijn inzicht uit over de actuele vergunningstoestand van de inrichting in kwestie. Die brief kadert op het eerste gezicht niet in een lopende handhavingsprocedure.
Een brief met een louter informatief karakter - ook al is de inhoud ervan klaarblijkelijk onjuist - is geen constitutieve beslissing omdat ze de rechtstoestand niet wijzigt. Dergelijke akte is niet aanvechtbaar voor de Raad van State.
Er is reden om in de huidige stand van de rechtspleging aan te nemen dat de vordering onontvankelijk is.
VI. Kosten
8. De bijdrage in de betaling van de kosten, inbegrepen de rechtsplegingsvergoeding, wordt bepaald in het arrest waarin uitspraak wordt gedaan over het beroep tot nietigverklaring.
BESLISSING
1. Het verzoek van de NV Antwerp East tot tussenkomst wordt ingewilligd.
2. De Raad van State verwerpt de vordering.
VII-40.102-5/6
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Peter Sourbron
VII-40.102-6/6
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.388