Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.382 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.382 Généré par l'IA

Court lifts confidentiality on university promotion files to allow applicant new arguments and reopens debate.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.382
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Admis (Allowed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State lifted the confidentiality of specific documents in the university promotion file and reopened the debate. The applicant argued that access to these files was necessary to substantiate his claims regarding the promotion decision. The court ruled that mere labeling of documents as confidential is insufficient and that the applicant must be allowed to use new information to develop further arguments.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 87 § 2 of the General Rules of Procedure; The Council of State may lift confidentiality on administrative files when a party demonstrates that access is necessary to substantiate arguments or develop new means, thereby ensuring a fair trial.

Mots-clés

Généré par l'IA
confidentiality lifting administrative file access fair trial rights university promotion reopening debate recherche universitaire accès aux concours internes décisions en matière de promotion

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 87, § 2 of the General Rules of Procedure
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

IXe KAMER

nr. 239.382 van 12 oktober 2017

in de zaak A. 214.154/IX-8530

In zake: Kurt HOUF

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willy Van der Gucht en Frank Dieu kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 34-36

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de UNIVERSITEIT GENT

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Michelle Decruy kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27 B

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partijen:

1. Siska CROUBELS

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128

bij wie woonplaats wordt gekozen 2. Sylvie DAMINET

3. Jeroen DEWULF

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frederick Bruloot kantoor houdend te 8820 Torhout Bassinstraat 1 A

bij wie woonplaats wordt gekozen

IX-8530-1/7

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 3 november 2014, strekt tot de nietig-

verklaring van de beslissing van de raad van bestuur van de Universiteit Gent van 12 september 2014 tot bevordering tot hoogleraar van Herman Favoreel, Siska Croubels, Sylvie Daminet en Jeroen Dewulf.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge-

diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Siska Croubels, Sylvie Daminet en Jeroen Dewulf hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikkingen van respectievelijk 17 februari 2015 en 26 februari 2015. De tus-

senkomende partijen hebben een memorie ingediend.

Auditeur Barbara Speybrouck heeft een verslag opgesteld.

De verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenko-

mende partijen hebben een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 september 2017.

Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-

bracht.

Advocaat Frank Dieu, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Michelle Decruy, die tevens loco advocaat Sofie Logie verschijnt voor de verwerende partij, advocaat Tom De Sutter, die loco advocaat Veerle Tollenaere verschijnt voor de eerste tussenkomende partij en advocaat Bart

IX-8530-2/7

Staelens, die loco advocaat Frederick Bruloot verschijnt voor de tweede en de derde tussenkomende partij, zijn gehoord.

Auditeur Barbara Speybrouck heeft advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-

coördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Verzoeker is hoofddocent in de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Gent.

Hij is, onder anderen, kandidaat in het kader van de zogenaam-

de gecontingenteerde bevorderingsronde 2014.

De raad van bestuur van de universiteit beslist op 12 september 2014 conform het advies van de beoordelingscommissie en de voordracht door de faculteit om H. Favoreel, S. Croubels, S. Daminet en J. Dewulf met ingang van 1 oktober 2014 te bevorderen tot voltijds hoogleraar.

IV. Regelmatigheid van de rechtspleging - vertrouwelijkheid van de stukken van het administratief dossier

Standpunt van de partijen

4. In de memorie van antwoord, onder het opschrift „vertrouwe-

lijkheid van de kandidaturen‟, formuleert de verwerende partij het volgende ver-

zoek:

“Verwerende partij verzoekt om de vertrouwelijke behandeling van haar stukken 17 t.e.m. 27, met name de kandidaturen van verzoekende partij en

IX-8530-3/7

de belanghebbende partijen evenals hun respectievelijke klachtenbrieven, en dit op grond van artikel 87, § 2, eerste lid van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Conform de modaliteiten van voormelde bepaling worden deze stukken in een afzonderlijk stukkenbundel ter griffie neergelegd.”

5. In haar laatste memorie gaat zij nader in op de redenen die haar brachten tot dit verzoek. Zij merkt nog op, dat verzoeker zich in de memorie van wederantwoord niet tegen de gevraagde vertrouwelijkheid heeft verzet.

6. De tussenkomende partijen verklaren in hun laatste memorie zich, wat het verzoek tot vertrouwelijke behandeling van bepaalde stukken be-

treft, naar de wijsheid van de Raad van State te gedragen.

Beoordeling

7. Overeenkomstig artikel 87, § 2, van het algemeen procedurere-

glement mag een partij die een stuk indient vragen om het niet ter kennis te bren-

gen van de overige partijen. Luidens artikel 87, § 3, van het algemeen procedure-

reglement wordt het bedoelde stuk “voorlopig afzonderlijk in het dossier van de zaak opgenomen” en paragraaf 4 van dezelfde bepaling leert dat de overige par-

tijen van het stuk kennis mogen nemen “[a]ls het verzoek om vertrouwelijke be-

handeling bij arrest wordt afgewezen”.

Het valt bijgevolg aan de Raad van State toe te controleren of het aangevoerde vertrouwelijk karakter relevant is, rekening houdend met de vereisten van een effectieve rechtsbescherming en van de eerbiediging van het recht op woord en wederwoord van de procespartijen en met het vereiste dat de procedure op alle onderdelen het recht op een eerlijk proces eerbiedigt. Of een andere – verzoekende of tussenkomende – partij al dan niet zich uitdrukkelijk verzet tegen het verzoek doet hieraan geen afbreuk.

IX-8530-4/7

8. Ten aanzien van het recht op toegang tot de rechter zijn enkel die maatregelen die de rechten van verdediging beperken legitiem die absoluut noodzakelijk zijn.

9. Bij de afweging van de rechten van verdediging en op een eer-

lijk proces tegen de eerbiediging van andere belangen is het slechts in uitzonder-

lijke gevallen aanvaardbaar dat bepaalde stukken van het dossier, bijvoorbeeld vanwege het vertrouwelijk karakter ervan, aan de tegenspraak ontsnappen. Ver-

trouwelijke documenten, willen ze beschermd worden, moeten van die aard zijn dat de onthulling ervan gebeurlijk schade kan toebrengen aan de partij die zich op de vertrouwelijkheid beroept of zelfs aan een derde die niet rechtstreeks in het geding is betrokken.

Van een procespartij die zich op het vertrouwelijk karakter van een neergelegd document beroept, moet om die reden worden verwacht dat zij de redenen aangeeft die het noodzakelijk maken dat het geviseerde document op een dermate vertrouwelijke wijze moet worden behandeld dat een andere partij in het geding geen inzage ervan zou mogen verkrijgen. Het ligt met andere woorden op de weg van de partij die de vertrouwelijkheid vraagt, om de Raad van State op afdoende wijze in te lichten zodat hij met volledige kennis van zaken de juiste afweging kan doen van het vereiste van een eerlijk proces en de bescherming van de vertrouwelijke aard van een document. Om aan een partij de toegang tot een neergelegd document te ontzeggen, kan het bijgevolg niet volstaan louter het do-

cument te voorzien van de vermelding „vertrouwelijk‟ of voor het document lou-

ter de vertrouwelijkheid op te eisen.

10. Artikel 87, § 2, van het algemeen procedurereglement vereist daarenboven als vormvereiste dat een partij de motieven van haar verzoek uiteen-

zet “in het processtuk waarbij het bewuste stuk wordt gevoegd”. Voorts moet een procespartij op een loyale en diligente wijze meewerken aan de procesvoering. In het kader van een behoorlijk procesverloop houdt de Raad van State dan ook en-

kel rekening met argumenten die overeenkomstig voormeld artikel 87, § 2, het

IX-8530-5/7

initiële verzoek ondersteunen; het meer uitvoerige betoog van de verwerende partij in haar laatste memorie is laattijdig en wordt bijgevolg niet in het debat ontvangen.

11. Enig motief voor de vertrouwelijkheid wordt evenwel in de memorie van antwoord niet gegeven. Hieruit volgt dat geen gronden blijken om de bedoelde stukken aan de tegenspraak van de partijen te onttrekken. Het ver-

zoek om vertrouwelijke behandeling moet worden afgewezen.

12. Aangezien verzoeker uit de gegevens die hij ingevolge de op-

heffing van de vertrouwelijkheid van de desbetreffende stukken kan vernemen, in de mate dat die gegevens hem nog niet eerder bekend waren, nieuwe argumenten kan putten ter staving van zijn reeds aangevoerde middelen of op grond van die gegevens desgevallend ook nieuwe middelen kan ontwikkelen, is er reden om het debat te heropenen en hem hiertoe de gelegenheid te geven.

BESLISSING

1. De Raad van State heropent het debat.

2. De Raad van State heft de vertrouwelijkheid van de stukken 17 tot 27 van het administratief dossier op.

3. De Raad van State verleent aan de verzoekende partij de mogelijkheid om binnen een termijn van zestig dagen na de kennisgeving van dit arrest in een aanvullende memorie haar middelen aan te vullen of nader uit te werken of nieuwe middelen aan te voeren, op grond van haar tot op heden onbekende gegevens die vervat zijn in de voormelde stukken van het administratief dos-

sier.

IX-8530-6/7

4. Aan de verwerende partij en aan de tussenkomende partijen wordt een termijn van zestig dagen gegeven vanaf de betekening van de aanvullende memorie van de verzoekende partij of vanaf de betekening van het bericht van ontstentenis hiervan, om een aanvullende memorie in te dienen.

5. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt ermee belast vervolgens een aanvullend verslag op te stellen.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 12 oktober 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bert Thys, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.

De griffier De voorzitter

Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren

IX-8530-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.382