Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.343 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.343 Généré par l'IA

Court allows suspension of noise violation enforcement against radioisotope company pending relocation.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.343
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Partiellement admis (Partially Allowed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State granted a request for urgent suspension of enforcement against the City of Mechelen regarding noise violations by Isotopes Services International. While the company's extension application was rejected due to significant noise pollution, the court ordered the city to enforce the ban immediately upon re-verification. This decision balances the need to protect residents from noise while allowing the company time to complete its relocation to Nossegem.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 5.15.0.6, § 1, and 5.15.0.6, § 2, Vlarem II; In cases of urgent necessity, the court may order the enforcement authority to immediately enforce a prohibition on nuisance activities against a third party, even if the primary applicant's extension request is rejected, provided the third party is ordered to comply under penalty of a fine.

Mots-clés

Généré par l'IA
suspension of enforcement urgent necessity noise pollution radioisotope transport Vlarem II regulations enforcement authority third party liability pollution acoustique

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 5.15.0.6, § 1, Vlarem II
Article 5.15.0.6, § 2, Vlarem II
Title VI, Chapter II, Laws of the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 239.343 van 9 oktober 2017

in de zaak A. 223.415/VII-40.098.

In zake : Alex NEUTJENS

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Larmuseau kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de STAD MECHELEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen, Wouter Moonen en Sarah Jacobs kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 64, bus 101

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij :

de NV ISOTOPES SERVICES INTERNATIONAL

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip De Preter kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 30 september 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen van 29 september 2017 waarbij wordt ingegaan op “de aanvraag van de firma Isotopes Services International, Maanstraat 17-19 te 2800 Mechelen om de op 17 maart 2017 verleende afwijking op artikel 5.15.0.6 Vlarem II te verlengen van

VII-40.098-1/16

1 oktober 2017 tot uiterlijk 1 januari 2018”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2017.

Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Isabelle Larmuseau, die verschijnt voor verzoeker, advocaten Wouter Moonen en Sarah Jacobs, die verschijnen voor de verwerende partij, en advocaten Filip De Preter en Joachim Gellynck, die verschijnen voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een andersluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. De NV Isotopes Services International (hierna: ISI) exploiteert aan de Maanstraat 17-19 te Mechelen een bedrijf dat gespecialiseerd is in de distributie en het vervoer van laag radioactieve stoffen bestemd voor onderzoek en medische/industriële toepassingen.

Het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen heeft akte genomen van de melding van onder meer de volgende

VII-40.098-2/16

activiteiten: het stallen van 23 autovoertuigen en/of aanhangwagens andere dan personenwagens, koelinstallaties voor het bewaren van de producten en verscheidene opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen.

3.2. Vanaf juli-augstus 2014 ontvangt de stad Mechelen herhaaldelijk klachten van omwonenden over (nachtelijke) geluidshinder.

3.3. In september 2015 voert het Provinciaal Instituut voor Hygiëne (hierna: PIH) van de provincie Antwerpen geluidsmetingen uit. Het verslag over die metingen besluit dat “[d]e laad- en losactiviteiten […] aanleiding [geven] tot significante overschrijdingen van de grenswaarde (nacht)”.

3.4. Vanaf oktober 2015 worden processen-verbaal opgemaakt lastens de NV ISI wegens geluidshinder en wordt zij door de verwerende partij aangemaand om een geluidssaneringsplan op te maken.

3.5. Bij besluit van 23 februari 2016 legt de burgemeester van de stad Mechelen op grond van artikel 16.4.7, § 1, 2°, van het decreet van 5 april 1995

houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid aan de NV ISI een bestuurlijke maatregel op waarbij “het […] met onmiddellijke ingang verboden [is] te laden en te lossen op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen”.

3.6. In opdracht van de NV ISI voert de NV Acoustical Engineering, erkend geluidsdeskundige, in maart 2016 een volledig akoestisch onderzoek uit. In het besluit van het rapport over dit onderzoek wordt onder meer gesteld dat “[o]p het terras van het appartement op de 3de verdieping aan de Schoonjansstraat (gebouwd 10 jaar na de vergunningsverlening) […] overschrijdingen van de norm [worden] vastgesteld”, “[d]e overschrijdingen worden veroorzaakt door vrachtwagens (stationair draaiende motoren) en eventueel koelgroep, roepende chauffeurs, laad- en losactiviteiten”, dat “[h]et ontbreken van een buffer tussen de industrie en de woningen […] niet bevorderlijk [is]” en dat “[o]ok de constructie

VII-40.098-3/16

van het appartementsgebouw […] aanleiding [geeft] tot reflecties waardoor sterk verhoogde waarden worden gemeten […]”.

3.7. In de nacht van 17 op 18 oktober 2016 wordt opnieuw een geluidsmeting uitgevoerd. Uit de resultaten van die meting zou blijken dat de toepasselijke grenswaarden inzake geluid niet worden overschreden ter hoogte van de gekozen meetpunten.

3.8. Intussen heeft een aantal omwonenden, waaronder verzoeker, op grond van de wet van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu, juncto artikel 194 van het gemeentedecreet een milieustakingsvordering ingesteld. In eerste aanleg wordt (deels) ingegaan op de stakingsvordering en wordt het laden en lossen op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen verboden ingaande vanaf 4 maanden na de betekening van de beschikking en onder verbeurte van een dwangsom van 10.000 euro per vastgestelde overtreding en per nacht dat deze overtreding wordt vastgesteld. Bij arrest van 28 juni 2017 verklaart het hof van beroep te Antwerpen de vordering ontvankelijk maar ongegrond.

3.9. Op 17 maart 2017 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen om “in te gaan op de afwijkingsaanvraag van de firma Isotopes Services International, Maanstraat 17-19 te 2800 Mechelen om in afwijking van artikel 5.15.0.6 Vlarem II de volgende activiteiten toe te staan, mits een termijn verstrijkend op 1 oktober 2017 (herlocalisatie naar Nossegem):

- Het aan- en afrijden van maximum 14 vrachtwagens tussen 21.00 en 2.30, en het laden en lossen van deze vrachtwagens - Het aan- en afrijden van maximum 30 bestelwagens tussen 2.00 en 6.00, en het laden en lossen van deze bestelwagens binnen in de inrichting - Het aan- en afrijden van maximum 3 vrachtwagens tussen 5.00 en 7.00 en het laden en lossen van deze vrachtwagens”.

VII-40.098-4/16

Aan deze “afwijking” worden bijzondere voorwaarden verbonden.

Tegen voormeld besluit van 17 maart 2017 heeft verzoeker een beroep tot nietigverklaring ingediend (zaak A. 221.769/VII-39.942).

3.10. Met het thans bestreden besluit van 29 september 2017 verlengt het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen de op 17 maart 2017 verleende “afwijking” tot “uiterlijk 1 januari 2018”.

De in het verlengde besluit opgelegde bijzondere voorwaarden blijven van kracht en deze worden aangevuld met twee bijkomende bijzondere voorwaarden:

“- NV Isotopes dient met ingang van 1 oktober 2017 permanent geluidsmetingen uit te voeren. Bij klachten dient steeds een analyse gemaakt te worden van de geluidsmetingen. Deze analyse wordt steeds zonder verwijl overgemaakt aan de dienst Milieu en landbouw.

- Binnen één maand na de ontvangst van het collegebesluit dient NV Isotopes een gedetailleerd en uitgebreid tijdspad over de herlokalisatie naar Nossegem over te maken aan de dienst Milieu en landbouw”.

IV. Tussenkomst

4. Met een ter zitting neergelegd verzoekschrift vraagt de NV Isotopes Services International om in het geding te mogen tussenkomen.

Er is grond om dat verzoek in te willigen.

V. Regelmatigheid van de rechtspleging

5. De verwerende partij en de tussenkomende partij verzetten zich tegen de neerlegging ter terechtzitting van een aantal e-mailberichten waarvan zij geen kennis hebben.

VII-40.098-5/16

6. De inhoud van deze e-mailberichten is van geen enkel belang voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en gegrondheid van de vordering.

Het recht van verdediging wordt niet geschonden door ze te ontvangen als een loutere inlichting.

VI. Onderzoek van de vordering

7. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.

A. Ernstig middel

Standpunt van de partijen

8. Verzoeker voert in een enig middel de schending aan van de artikelen 1.2.2.1, 3.3.0.2 en 5.15.0.6, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (hierna: Vlarem II):

“doordat het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen, buiten elke milieuvergunningsprocedure om, aan de nv ISI een (verlenging van)

afwijking toestaat op artikel 5.15.0.6., § 1 Vlarem II, en in samenhang met deze afwijking, overeenkomstig artikel 3.3.0.2. Vlarem II bijzondere milieuvoorwaarden oplegt aan de door de nv ISI uitgebate klasse 3-inrichting, terwijl artikel 5.15.0.6., § 1 Vlarem II letterlijk bepaalt dat enkel via een milieuvergunning van de in deze Vlarem II-voorwaarde opgenomen verbodsbepaling kan worden afgeweken, en terwijl niet het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen, maar wel de Vlaamse omgevingsminister de bevoegde overheid is om, overeenkomstig artikel 1.2.2.1. Vlarem II, een individuele afwijking toe te

VII-40.098-6/16

staan op de inhoud van artikel 5.15.0.6., § 1 Vlarem II en met name op de krachtens artikel 5.15.0.6., § 1 Vlarem II verplicht te volgen milieuvergunningsprocedure, en terwijl de in het bestreden besluit opgelegde bijzondere milieuvoorwaarden, die elke nacht het aan- en afrijden van 47 vrachtwagens/bestelwagens toelaten, geenszins zijn opgelegd met het door artikel 3.3.0.2. Vlarem II verplicht gestelde oogmerk van „de bescherming van de mens en het leefmilieu in de directe omgeving‟, wel integendeel (zie het contrast met het stakingsvonnis van 23 december 2016, […])”.

9. De verwerende partij stelt dat de mogelijkheid om van het exploitatieverbod van artikel 5.15.0.6, § 1, van Vlarem II af te wijken ook geldt voor klasse 3-inrichtingen, dat artikel 3.3.0.2 van Vlarem II aan het college van burgemeester en schepenen de mogelijkheid geeft om bijzondere voorwaarden op te leggen aan meldingsplichtige inrichtingen “die deze inrichtingen toelaten om af te wijken van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden uit Vlarem II”, dat uit artikel 1.2.2.3 van Vlarem II expliciet volgt dat “in de gevallen waarin een vergunningverlenende overheid […] een individuele afwijking mag toestaan, de aktenemende overheid […] dit ook mag”, dat de artikelen 1.2.2.3, 3.3.0.2 en 5.15.0.6, § 1, van Vlarem II hoe dan ook conform de artikelen 10 en 11 van de Grondwet moeten worden geïnterpreteerd, dat de bevoegdheid van de Vlaamse minister om op grond van artikel 1.2.2.1, § 1, van Vlarem II bij gemotiveerd besluit individuele afwijkingen toe te staan op de milieuvoorwaarden van Vlarem II geen afbreuk doet aan de parallelle bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen om als aktenemende overheid individuele afwijkingen toe te staan aan meldingsplichtige inrichtingen, dat het middel bij gebrek aan duidelijkheid en nadere toelichting niet ontvankelijk is in zoverre de schending van artikel 3.3.0.2 van Vlarem II wordt aangevoerd, dat verzoeker daarenboven een verkeerde lezing geeft aan voormelde bepaling, dat het standpunt dat een versoepeling van de milieuvoorwaarden van Vlarem II enkel zou kunnen worden toegestaan met het oog op de bescherming van de mens en het leefmilieu in de directe omgeving een “contradictio in terminis” is, dat de in artikel 3.3.0.2 van Vlarem II gestelde voorwaarde dat de afwijking geen bijkomende hinder tot gevolg mag hebben enkel betekent dat “de overheid concreet moet onderzoeken wat de effecten zijn van de beoogde nachtelijke exploitatie op de mens en het

VII-40.098-7/16

leefmilieu en of de opgelegde maatregelen voldoende zijn om de hinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken” en dat de bestreden beslissing het gevolg is van een zorgvuldige afweging waarbij “in concreto [werd onderzocht] wat de effecten waren van de verlenging van de nachtelijke exploitatie […] op de mens en het leefmilieu in de directe omgeving”.

10. De tussenkomende partij laat gelden dat artikel 3.3.0.2 van Vlarem II uitdrukkelijk bepaalt dat via bijzondere voorwaarden in minder strenge zin mag worden afgeweken van dit besluit wanneer deze bevoegdheid aan de vergunningverlenende overheid is toegekend en dat artikel 1.2.2.1 van hetzelfde besluit “geen afbreuk [doet] aan de mogelijkheid die artikel 3.3.0.2 Vlarem II aan de aktenemende overheid biedt om eveneens een afwijking toe te kennen”, dat het niet opgaat artikel 3.3.0.2 van Vlarem II “zo te lezen dat de versoepeling enkel mag toegekend worden indien dit „de bescherming van de mens en het leefmilieu in de directe omgeving‟ verbetert”, dat de bestreden beslissing omstandig is gemotiveerd waarbij kennis wordt genomen van de diverse klachten en voorgaande juridische procedures, de tweede geluidsstudie van het PIH, de ruimtelijke ligging van het bedrijf in een industriezone, de afstand tot de omliggende woningen, de geplande verhuis en de procedure die momenteel loopt bij het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) om te kunnen overgaan tot verhuis. Daarenboven werden twee bijkomende bijzondere voorwaarden opgelegd, zodat vastgesteld moet worden dat “met het oog op de bescherming van het leefmilieu in de directe omgeving, een reeks maatregelen [werd] uitgevaardigd om de nachtelijke activiteiten op een aanvaardbare wijze te laten verlopen”.

Beoordeling

11. Het middel is voldoende duidelijk geformuleerd om uit te maken welke onwettigheden tegen de bestreden beslissing worden aangevoerd.

VII-40.098-8/16

12. Het bestreden besluit strekt in hoofdzaak tot opheffing van het door artikel 5.15.0.6, § 1, van Vlarem II ingestelde verbod om op parkeerplaatsen “rustverstorende werkzaamheden” uit te voeren “op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen” (artikel 1 van het bestreden besluit). Het bestreden besluit verbindt aan die opheffing een aantal bijzondere voorwaarden, namelijk deze die reeds opgelegd waren in het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 17 maart 2017 en twee bijkomende voorwaarden met betrekking tot het uitvoeren van permanente geluidsmetingen en het voorleggen van een “uitgebreid tijdspad over de herlokalisatie naar Nossegem”.

Als “juridische grond” vermeldt de bestreden beslissing artikel 3.3.0.2 van Vlarem II.

Deze bepaling, in de op het geding toepasselijke versie, luidt:

“Onverminderd de milieuvoorwaarden vastgesteld door dit besluit, kan de overheid, bevoegd voor de akteneming van de melding van een in de derde klasse ingedeelde inrichting, mits motivering, bijzondere milieuvoorwaarden aan een in de derde klasse ingedeelde inrichting opleggen, met het oog op de bescherming van de mens en het leefmilieu in de directe omgeving, in zoverre deze geen emissiegrenswaarden betreffen en niet afwijken van de beste beschikbare technieken zoals beschreven in dit besluit.

De bijzondere voorwaarden vullen de in dit besluit vastgestelde voorwaarden aan, of stellen bijkomende eisen. Ze kunnen slechts in minder strenge zin van dit besluit afwijken wanneer deze bevoegdheid uitdrukkelijk in dit reglement aan de vergunningverlenende overheid is toegekend en voor zover deze afwijking geen aanleiding geeft tot bijkomende milieuhinder”.

13. Het bestreden besluit werd genomen op vraag van de exploitant, klaarblijkelijk teneinde de activiteiten ter plaatse te bestendigen in afwachting van de realisatie van een aangekondigde herlokalisatie. Aan de basis van het besluit ligt dus niet de bescherming van de mens en het leefmilieu in de directe omgeving, zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 3.3.0.2 van Vlarem II.

VII-40.098-9/16

Blijkens de duidelijke tekst van het tweede lid van artikel 3.3.0.2

van Vlarem II kan slechts in minder strenge zin van de milieuvoorwaarden van dit besluit worden afgeweken op voorwaarde dat “deze afwijking geen aanleiding geeft tot bijkomende milieuhinder”. Het toelaten van het aan- en afrijden van vracht- en bestelwagens met de bijhorende laad- en losactiviteiten tijdens de nacht, doet evident afbreuk aan die voorwaarde, ook al gaat de afwijking gepaard met de in artikel 2 van het bestreden besluit opgesomde hinderbeperkende maatregelen.

De coherentie van de indeling van inrichtingen in klassen “naargelang van de graad waarin zij geacht worden belastend te zijn voor de mens en het leefmilieu” (bijlage I bij het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning), zou overigens in het gedrang komen indien de omgevingshinder van een louter meldingsplichtige inrichting die op grond van minder strenge milieuvoorwaarden mag worden geëxploiteerd de facto niet zou verschillen van een vergunningsplichtige inrichting van hetzelfde type.

De bestreden beslissing kan dan ook niet ingepast worden in artikel 3.3.0.2 van Vlarem II.

14. Het enige middel is ernstig.

B. Uiterst dringende noodzakelijkheid

Standpunt van de partijen

15. Het bestaan van een dringende noodzakelijkheid wordt door verzoeker als volgt gestaafd:

“Hoewel het Openbaar Ministerie aan de verzoekende partij heeft aangekondigd op/na 1 oktober 2017 tegen de nv ISI te zullen optreden wanneer het bedrijf op dat moment niet blijkt te zijn geherlocaliseerd, zal het voorliggend bestreden besluit rechtsonzekerheid doen ontstaan, waarvan de nv ISI, net als de afgelopen drie jaar, profiteert om gedurende de nacht verder

VII-40.098-10/16

ongestoord illegaal haar gang te gaan, daarin niet teruggefloten door de verwerende partij, die er klaarblijkelijk geen probleem mee heeft om op 17 maart 2017 en 29 september 2017 illegale besluiten te nemen om de illegale nachtelijke exploitatie van de nv ISI verder mogelijk te maken.

De maat van het verstoren van de nachtrust is reeds drie jaar vol. Een illegaal besluit van twee dagen vóór de verplichte herlocalisatie van het bedrijf op 1 oktober 2017 mag dan ook geen dag langer in het rechtsverkeer zijn.

Wanneer de Vlaamse milieuregelgever duidelijk heeft bepaald wat niet toelaatbaar is (zie het nachtelijk exploitatieverbod opgenomen in artikel 5.15.0.6., § 1 Vlarem II), en daarbij uitdrukkelijk in een afwijkingsmogelijkheid heeft voorzien (zie de bewoordingen: „tenzij anders vermeld in de milieuvergunning‟), maar de nv ISI het sinds jaar en dag vertikt om een (voor haar bedrijfsactiviteit nochtans noodzakelijke)

milieuvergunningsaanvraag ter beoordeling voor te leggen aan de bevoegde vergunningverlenende overheid (de Stad Mechelen in eerste administratieve aanleg, de deputatie van de provincie Antwerpen in tweede administratieve aanleg), valt moeilijk in te zien hoe een blijk van zoveel onwil in hoofde van de nv ISI, daarin illegaal bijgestaan door de verwerende partij, kan prevaleren op de reeds drie jaar lang verstoorde nachtrust van de verzoekende partij.

Deze zaak handelt over de grondwettelijk gewaarborgde gezondheid (artikel 23, lid 3, 4° Grondwet) van de verzoekende partij, die aan de reeds zo lang voortdurende verstoring van zijn nachtrust bezwijkt (en dramatisch genoeg vandaag zijn vorige week overleden vader begraaft).

De uiterst dringende noodzakelijkheid is overigens ook in het belang van de nv ISI, gelet op de door het Openbaar Ministerie te formuleren vordering tot bijzondere verbeurdverklaring van de door de nv ISI jarenlang illegaal gegenereerde omzet (art. 42, 3° en art. 43bis Sw.). Misdrijf (van de nv ISI als dader en de stad Mechelen als medeplichtige) loont niet en kan door uw Raad ook niet verder worden gefaciliteerd”.

16. Volgens de verwerende partij blijkt uit het verzoekschrift niet “waarom een gewone schorsingsprocedure te lang zou duren om de nadelen van verzoekende partij op te vangen”, dat verzoeker zich op dit vlak beperkt tot “een aantal algemene beweringen en stellingsnames, zonder deze in concreto aan te tonen”, dat niet wordt bewezen dat er sprake is van een nadeel of “dreigend gevaar” dat dermate ernstig is dat een uitspraak volgens de gewone schorsingsprocedure niet kan worden afgewacht en dat “de proceshouding van de verzoekende partij eveneens in tegenspraak is met de beweerde ernst van de verstoorde nachtrust” omdat zij het initiële besluit van 17 maart 2017 slechts heeft aangevochten middels een annulatieberoep zodat het niet overtuigend is dat thans wordt aangevoerd dat “de maat van het verstoren van de nachtrust […] reeds drie jaar vol is”.

VII-40.098-11/16

17. De tussenkomende partij merkt in eerste instantie op dat de bestreden beslissing neerkomt op een verlenging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen van 17 maart 2017 waarbij de toelating werd gegeven om ‟s nachts rustverstorende activiteiten uit te oefenen voor een periode van zes maanden en dat tegen de oorspronkelijke beslissing “geen spoedeisendheid [wordt] opgeworpen”. Voorts betoogt zij dat artikel 23 van de Grondwet niet van toepassing is op individuele bestuurshandelingen en dat de bestreden beslissing bovendien geen inbreuk maakt op die bepaling omdat “het een loutere voortzetting van een vroegere beslissing betreft, zonder dat zij de impact op het leefmilieu verzwaart”. Ook ziet de tussenkomende partij niet in waarom uit de door verzoeker beweerde rechtsonzekerheid onherroepelijke schadelijke gevolgen zouden voortspruiten. Hetzelfde geldt voor een hypothetische vordering van het parket of het beweerdelijk niet aanvragen van een milieuvergunning. Tot slot wijst de tussenkomende partij erop dat uit de geluidsmeting van oktober 2016 blijkt dat het specifieke geluid van de inrichting ter hoogte van de woning van verzoeker beperkt was tot 36,8 dB(A). Uit niets zou blijken dat verzoeker dergelijke hinder onmogelijk kan verdragen gedurende een periode van drie maanden.

Beoordeling

18. Luidens artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”. Dit impliceert dat de verzoekende partij in het inleidend verzoekschrift aan de hand van precieze en concrete feitelijke gegevens onder meer aantoont dat de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone procedure onherroepelijk te laat zal komen om het nadeel op te vangen of de belangen van de verzoekende partij veilig te stellen.

VII-40.098-12/16

19. Verzoeker maakt met voldoende gegevens aannemelijk dat een permanente verstoring van zijn nachtrust gedurende de geldigheidsduur van de bestreden beslissing dermate ingrijpt op zijn levenskwaliteit en gezondheid, dat besloten moet worden tot het voorhanden zijn van een uiterst dringende noodzakelijkheid die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.

C. Conclusie

20. Uit wat voorafgaat volgt dat voldaan is aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid toe te wijzen.

VII. Voorlopige maatregel en dwangsom

Standpunt van de partijen

21. Verzoeker stelt geen enkele garantie noch er enig vertrouwen in te hebben dat het schorsingsarrest zal worden nageleefd en vraagt dat “een dwangsom wordt opgelegd van € 25.000 per dag dat er na de betekening van het tussen te komen schorsingsarrest […] in strijd met artikel 5.15.0.6., § 1 Vlarem II

gedurende de nacht wordt geëxploiteerd”.

22. De verwerende partij acht het niet aannemelijk dat een eventueel schorsingsarrest niet zou worden nageleefd.

23. De tussenkomende partij laat van haar kant gelden dat de gevorderde dwangsom niet proportioneel is omdat zij “reeds druk bezig is met de voorbereidingen om zo snel mogelijk te verhuizen”, zij “er alles aan zal doen om zo snel mogelijk aan de veroordeling te voldoen”, het momenteel “eenvoudigweg nog niet mogelijk en niet toegelaten [is] om de activiteiten elders uit te oefenen”,

VII-40.098-13/16

dat in België slechts twee bedrijven gespecialiseerd zijn in het vervoer en de distributie van laag radioactieve stoffen dienstig voor de medische industrie en diagnostische doeleinden en dat een “abrupte stopzetting van haar activiteiten, als gevolg van een hoge dwangsom, […] de medische sector in België in moeilijkheden [zou] brengen”.

Beoordeling

24. De schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing impliceert dat de tussenkomende partij ertoe gehouden is om het verbod op rustverstorende werkzaamheden “op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen” (artikel 5.15.0.6, § 1, van Vlarem II) met onmiddellijke ingang terug in acht te nemen. Deze verplichting vereist in beginsel geen specifieke aanmaning van de toezichthoudende overheid. De uiteenzetting van de tussenkomende partij, weergegeven in randnummer 23, laat evenwel vrezen dat zij haar activiteiten te Mechelen niet zal staken zolang de voorgenomen herlokalisatie naar de gemeente Nossegem niet volledig is afgerond.

25. Daarom is het, in de gegeven specifieke omstandigheden van de zaak, en teneinde het gezag van gewijsde van dit arrest zonder uitstel te doen eerbiedigen en de belangen van verzoeker op een adequate wijze veilig te stellen, aangewezen de verwerende partij, onder verbeurte van een gepaste dwangsom, te bevelen om onverwijld handhavend op te treden indien de tussenkomende partij, na de kennisgeving van het schorsingsarrest, het exploitatieverbod vastgesteld in artikel 5.15.0.6, § 1, van Vlarem II zou miskennen.

VII-40.098-14/16

BESLISSING

1. Het verzoek van de NV Isotopes Services International tot tussenkomst wordt ingewilligd.

2. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen van 29 september 2017

waarbij wordt ingegaan op “de aanvraag van de firma Isotopes Services International, Maanstraat 17-19 te 2800 Mechelen om de op 17 maart 2017

verleende afwijking op artikel 5.15.0.6 Vlarem II te verlengen van 1 oktober 2017 tot uiterlijk 1 januari 2018”.

3. De Raad van State beveelt de stad Mechelen, na de kennisgeving van dit arrest, om binnen 24 uren na elke vaststelling door een gerechtsdeurwaarder dat er op de inrichting van de NV Isotopes Services International aan de Maanstraat 17-19 te Mechelen, op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur of op zon- en feestdagen, rustverstorende werkzaamheden worden uitgevoerd, zoals onder meer het aan- en afrijden van vracht- en bestelwagens en/of het laden en lossen ervan, desnoods mondeling, de onmiddellijke stopzetting van deze werkzaamheden, handelingen of activiteiten te bevelen, onder verbeurte van een dwangsom ten bedrage van 12.500 euro per dag en per overtreding dat zij in gebreke blijft aan dit bevel te voldoen.

4. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de bij uiterst dringende noodzakelijkheid geschorste beslissing.

VII-40.098-15/16

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.

De griffier De voorzitter

Elisabeth Impens Peter Sourbron

VII-40.098-16/16

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.343