Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.338 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.338 Généré par l'IA

Belgian State withdrew contested promotion decision, rendering administrative appeal and suspension request without subject matter.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.338
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's appeal against the Belgian State's decision finding him unfit for a police promotion. The State subsequently withdrew the contested decision, which rendered both the appeal and the request for suspension of execution without any subject matter. Consequently, the court declared the proceedings moot and ordered the State to bear the legal costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 93(1) of the 1948 Regent's Decision and Article 12 of the 1991 Royal Decree; If the contested administrative decision is withdrawn by the opposing party before the judgment, the appeal and suspension request lose their subject matter and are dismissed.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of contested decision loss of subject matter administrative appeal dismissal suspension of execution mootness in administrative law évaluation des aptitudes des candidats accès aux concours internes évaluation de la réinsertion

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 93(1) of the Regent's Decision of 23 August 1948
Article 12 of the Royal Decree of 5 December 1991
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

nr. 239.338 van 9 oktober 2017

in de zaak A. 222.312/XIV-37.435

In zake: Bruno DE WACHTER

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te 9030 Mariakerke Mazestraat 16

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/JUR/CTX

gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145/A

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 30 mei 2017, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van “het besluit van de selectiecommissie dd. 01-03-2017 waarbij verzoeker ongeschikt is bevonden in het kader van zijn interne kandidatuur voor de wedstrijd (vergelijkend examen) voor bevordering door overgang naar een hoger niveau (niveau A) van het administratief en logistiek personeel van de geïntegreerde politie, sessie 2011

[…].”

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

XIV-37.435-1/3

Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 oktober 2017.

Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Flore Aerens, die loco advocaat Peter Crispyn verschijnt voor verzoeker, en adviseur Ruben Goosens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Toepassing korte debattenprocedure

De bestreden beslissing is bij beslissing van 26 juni 2017 door de verwerende partij ingetrokken. Het voorliggende beroep is derhalve zonder voorwerp geworden. De intrekking van de bestreden beslissing heeft eveneens tot gevolg dat de vordering tot schorsing van de bestreden beslissing geen voorwerp meer heeft. In de gegeven omstandigheden past het de kosten met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding ten laste van de verwerende partij te leggen.

XIV-37.435-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.

3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings-

vergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Patricia De Somere, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier.

De griffier De voorzitter

Johan Pas Patricia De Somere

XIV-37.435-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.338