Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.319 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.319 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to deemed withdrawal after 30 days without requesting hearing continuation.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.319
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State declared the applicant's withdrawal from the proceedings effective after failing to request a hearing continuation within 30 days of receiving the auditor's report. The applicant had filed an appeal against a government decision refusing to approve a non-recurring results-based benefit, but submitted no further request after the report was served. Consequently, the court ruled that the procedural presumption of withdrawal applied, leading to the dismissal of the appeal and an order for the applicant to bear the costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21, paragraph 7, and 14quater of the Rules of Procedure of the Council of State; A party is deemed to have withdrawn from proceedings if, after being notified of an auditor's report recommending dismissal, they fail to request a hearing continuation within thirty days.

Mots-clés

Généré par l'IA
deemed withdrawal auditor report hearing continuation procedural presumption Council of State administrative appeal costs allocation non-cumul des prestations

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, paragraph 7 of the Rules of Procedure of the Council of State
Article 14quater of the Decision of the Regent of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

nr. 239.319 van 6 oktober 2017

in de zaak A. 215.183/XIV-36.270

In zake: de CVOA INTUI

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Coralie Mattelaer en Naomi Glibert kantoor houdend te 3000 Leuven Tiensevest 104

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Werk bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gilbert Demez en Ivan Ficher kantoor houdend te 1030 Brussel Wijnheuvelenstraat 227

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 19 februari 2015, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Directeur-generaal van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg van 18 december 2014 waarbij haar toetredingsakte tot invoering van niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen niet wordt goedgekeurd.”

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

XIV-36.270-1/3

Auditeur Inge Vos heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 31 mei 2017.

Op 8 augustus 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.

De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.

Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.

De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.

XIV-36.270-2/3

4. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Kaat Leus, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Kaat Leus

XIV-36.270-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.319