Court dismisses appeal due to withdrawal; parties failed to request hearing within deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the withdrawal of the proceedings established by the applicants. The applicants had filed an appeal against an OVAM decision applying environmental recognition regulations but failed to request a hearing within the statutory fifteen-day period. Consequently, the court ruled that the applicants had effectively abandoned the legal action and ordered them to bear the associated costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 21, paragraph 7 of the Council of State Rules of Procedure; Article 14quater of the 1948 Regent's Decree: Failure to request a hearing within the prescribed period constitutes a deemed withdrawal of the proceedings.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 239.303 van 5 oktober 2017
in de zaak A. 216.884/VII-39.468.
In zake : 1. Peter SMEETS
2. de BVBA PETER SMEETS MILIEUTECHNOLOGIE
& TECHNIEK (PSMT)
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Colin De Beir kantoor houdend te 9500 Geraardsbergen Pastorijstraat 19
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de OPENBARE VLAAMSE
AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ (OVAM)
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Floris Sebreghts en Christophe Smeyers kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 7 september 2015, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het afdelingshoofd van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij van 6 juli 2015 houdende toepassing van artikel 53/4, § 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 19 november 2010
tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu (Vlarel).
VII-39.468-1/3
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag opgesteld.
Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 22 juni 2017.
Op 30 augustus 2017 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te hunner aanzien een vermoeden van afstand van het geding.
VII-39.468-2/3
De hoofdgriffier heeft de verzoekende partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord.
Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Pierre Lefranc
VII-39.468-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.303