Court dismisses appeal due to failure to request continuation of proceedings within statutory deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's abandonment of proceedings after rejecting a request to suspend enforcement. The applicant had previously sought suspension but failed to file a request to continue the case within thirty days of the rejection notice. Consequently, the court ruled that the applicant was barred from pursuing the annulment of the police decision.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 7 of the Council of State Rules; Upon rejection of a suspension request, failure to file a continuation request within thirty days constitutes a presumption of abandonment of proceedings.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 239.287 van 5 oktober 2017
in de zaak A. 220.812/XII-8265
In zake: de BVBA SPORTA DE WAELE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Verdoodt kantoor houdend te 9240 Zele Dr. A. Rubbensstraat 60
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken woonplaats kiezend bij de Federale Politie GDR/JUR
gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145 A
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 24 november 2016, strekt tot de nie-
tigverklaring van “[d]e beslissing genomen door de Federale Politie van 9 no-
vember 2016, waarbij de offerte van [de bvba Sporta De Waele] als formeel on-
regelmatig en bijgevolg absoluut nietig wordt beoordeeld, en deze bijgevolg wordt geweerd door de aanbestedende overheid”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 238.565 van 20 juni 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
Het voormelde arrest is op 27 juni 2017 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.
XII-8265-1/3
Op 21 augustus 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State‟.
De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden ge-
hoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco-
ördineerd op 12 januari 1973.
III. Toepassing van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoör-
dineerd op 12 januari 1973
3.1. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de ken-
nisgeving van het arrest.
3.2. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
3.3. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toe-
passing.
XII-8265-2/3
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 5 oktober 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Johan Bovin
XII-8265-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.287