Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.277 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.277 Généré par l'IA

Court dismisses appeal for lack of means, ruling the Council of State cannot re-evaluate professional reliability facts.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.277
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's appeal against the FSMA's refusal to register him as an insurance broker. The applicant submitted vague arguments claiming a lack of professional reliability without specifying which legal rule was violated or how it was breached. The court held that the Council of State lacks the authority to re-examine factual dossiers or substitute the government's decision on professional suitability.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 122, 19° of the Law of 2 August 2002; The Council of State cannot substitute the government to assess factual data or decide on registration refusal, limiting its power to annul only illegal administrative acts.

Mots-clés

Généré par l'IA
Council of State jurisdiction professional reliability assessment lack of means administrative registration refusal inadmissible appeal soumissionnaire évincé autorité investie du pouvoir de nomination procédure de récusation

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 122, 19° of the Law of 2 August 2002
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

nr. 239.277 van 3 oktober 2017

in de zaak A. 222.145/XIV-37.415

In zake : Joeri SERVRANCKX

wonend te 1742 Ternat Rodestraat 34a alwaar woonplaats wordt gekozen

tegen :

de AUTORITEIT VOOR FINANCIËLE DIENSTEN EN

MARKTEN (FSMA)

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Dorian Pycke kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 4 mei 2017, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing TI_TPC/KL41678/MEASURES 2017-002495 d.d. 19/04/2017 van de FSMA, Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, m.b.t. de maatregel waarbij [verzoeker] de inschrijving wordt geweigerd in het register van de verzekeringstussenpersonen in de categorie van verzekeringsmakelaar”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld.

XIV-36.927-1/7

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 september 2017.

Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Dirk Bourguignon, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Op 26 oktober 2010 wordt de inschrijving van verzoeker in het register van de verzekeringstussenpersonen als verzekeringsagent van KBC Verzekeringen nv geschrapt.

3.2. Bij brief van 4 april 2013 deelt de FSMA aan verzoeker mee dat zijn aanvraag tot inschrijving in het register van de verzekeringstussenpersonen in de categorie verzekeringsmakelaars, ingediend op 11 oktober 2012, wordt geweigerd. De FSMA oordeelt dat hij niet beschikt over de vereiste professionele betrouwbaarheid zoals bedoeld in artikel 10, 1e lid, 2bis van de op dat ogenblik vigerende wet van 27 maart 1995 „betreffende de verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen‟.

3.3. De bvba Assurcom wordt opgericht in 2011 en is sedert 11 maart 2014 ingeschreven in het register van de verzekeringstussenpersonen bij

XIV-36.927-2/7

de FSMA in de categorie van verzekeringsmakelaar onder het FSMA-nummer 109092 A. Ten tijde van het aanvraagdossier tot inschrijving worden volgende administratieve gegevens aan de FSMA meegedeeld: (1)

effectief leider (zaakvoerder): B.V., (2) verantwoordelijke voor de distributie:

B.V., (3) controle-uitoefenend aandeelhouder: B.V. (100 %), (4) persoon in contact met het publiek: verzoeker.

3.4. Op de buitengewone algemene vergadering van 25 januari 2017

wordt B.V. ontslagen als zaakvoerder van bvba Assurcom en wordt verzoeker tot zaakvoerder benoemd.

3.5. Op 10 februari 2017 dient verzoeker een nieuwe aanvraag in tot inschrijving als verzekeringsmakelaar bij de FSMA. Bij het aanvraagdossier wordt een klacht “Assurcom – [verzoeker] vs. [B.V].” gevoegd waarbij B.V. e.a.

wordt verweten te pogen “om zich onrechtmatig Assurcom toe te eigenen middels listen, leugens en diefstal.”

3.6. Gedurende de behandeling van de aanvraag door de FSMA

worden door verzoeker bijkomende stukken ingediend.

Verzoeker wordt tijdens de zitting van 17 maart 2017 gehoord.

3.7. Op 19 april 2017 beslist het directiecomité van de FSMA om de aanvraag van verzoeker tot inschrijving in het register van de verzekeringstussenpersonen te weigeren omdat hij niet over de vereiste geschiktheid en professionele betrouwbaarheid beschikt, zoals opgelegd bij artikel 268, § 1, 2°, van de wet van 4 april 2014 „betreffende de verzekeringen‟.

Dit is de bestreden beslissing.

Naast verzoeker benaarstigt ook de bvba Assurcom de nietigverklaring van de bestreden beslissing, evenals de schorsing van de

XIV-36.927-3/7

onmiddellijke tenuitvoerlegging ervan. Die zaak is bij de Raad van State gekend onder het nummer G/A 222.141/XIV-37.413 waarin de Raad van State heden arrest nr. 239.276 heeft uitgesproken.

3.8. Nog op 19 april 2017, dit is op dezelfde dag als de bestreden beslissing, beslist het directiecomité van de FSMA eveneens om de inschrijving van de bvba Assurcom in het register van de verzekeringstussenpersonen te schorsen. Die schorsing houdt een tijdelijk verbod in om activiteiten van verzekeringsbemiddeling uit te oefenen. Deze schorsingsbeslissing van de FSMA

wordt niet bestreden.

3.9. Op de terechtzitting verklaart de raadsman van de verwerende partij dat de FSMA inmiddels op 18 juli 2017 heeft beslist de inschrijving van de bvba Assurcom te schrappen uit het register van de verzekeringstussenpersonen in toepassing van artikel 292, § 1, derde lid, van de wet van 4 april 2014 „betreffende de verzekeringen‟ aangezien zij nog steeds niet aan de inschrijvingsvoorwaarden voldoet. Die schrapping houdt het verbod in om activiteiten van verzekeringsbemiddeling uit te oefenen en de titel te voeren.

De bvba Assurcom vordert met een op 4 augustus 2017 bij de Raad van State ingediend enig verzoekschrift de schorsing en de nietigverklaring van de genoemde schrappingsbeslissing. Deze zaak, die nog hangende is, is bij de Raad van State gekend onder het nummer G/A 222.821/XIV-37.488.

IV. Ontvankelijkheid van het beroep

4. In haar nota merkt de verwerende partij op dat verzoeker geen enkele wetsbepaling, reglementaire bepaling noch algemeen rechtsbeginsel van behoorlijk bestuur aanhaalt welke naar zijn inzichten zou zijn geschonden. Het verzoekschrift komt in wezen neer op een feitelijk betoog dat de Raad van State uitnodigt tot een beoordeling in de feiten. Het komt de Raad van State niet toe om

XIV-36.927-4/7

een nieuwe beslissing te nemen maar wel om een wettigheidskritiek te beoordelen die te dezen niet wordt aangevoerd.

Beoordeling

5. Te dezen betreft het ingediende verzoekschrift een annulatieberoep in de zin van artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dat, volgens artikel 122, 19°, van de wet van 2 augustus 2002 bij de Raad van State wordt ingediend volgens een versnelde procedure zoals vastgesteld door de Koning.

De uiteenzetting van de middelen is een essentieel onderdeel van het verzoekschrift niet alleen omdat het aan de verwerende partij toelaat zich te verdedigen tegen de geformuleerde grieven of wettigheidskritiek maar evenzeer omdat het de Raad van State in staat stelt de gegrondheid van de aldus aangevoerde grieven te onderzoeken. De Raad van State doet immers luidens artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State uitspraak over beroepen tot nietigverklaring, wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht. Het middel moet dan ook op zodanige wijze onder woorden worden gebracht dat de verwerende partij, het bevoegde lid van het auditoraat en de Raad van State aan de hand van wat dat verzoekschrift bevat, moet kunnen bepalen wat de grondslag is van het beroep, zonder dat de interpretatie van wat verzoeker wil, uitloopt op het maken van veronderstellingen.

De uiteenzetting van verzoeker is te dezen vaag en algemeen zonder aanduiding of omschrijving van de geschonden geachte rechtsregel of het geschonden geachte rechtsbeginsel noch van de wijze waarop deze naar het oordeel van verzoeker werd geschonden bij het nemen van de bestreden beslissing.

6. Bij de inleiding van de beoordeling stelt verzoeker “dat de zeer concrete weergave van het gebeurde, zoals hierboven onder de feiten beschreven,

XIV-36.927-5/7

wel degelijk afdoende elementen inhouden dewelke de herziening van de beslissing van 2 april 2013 kunnen rechtvaardigen”. Verzoeker beperkt zich tot het aanbrengen van feitelijke gegevens en stelt als algemene conclusie dat hij: “[…]

wel degelijk [meent] te beschikken over de vereiste professionele betrouwbaarheid teneinde te kunnen worden ingeschreven in het register van de verzekeringstussenpersonen”.

Het is duidelijk dat verzoeker van de Raad van State een nieuwe beoordeling verwacht over zijn voldoende geschiktheid en professionele betrouwbaarheid.

Nochtans is de Raad van State ook in het in artikel 122, 19°, van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde geval enkel bevoegd om de nietigverklaring uit te spreken van onwettige bestuurshandelingen. De Raad van State kan zich bijgevolg niet in de plaats stellen van de overheid om de feitelijke gegevens van een dossier te beoordelen of te beslissen een inschrijving al dan niet te weigeren.

7. Het verzoekschrift is niet-ontvankelijk bij gebrek aan enig middel.

V. Toepassing van de korte debattenprocedure

8. Deze zaak vereist slechts korte debatten zodat er reden is om toepassing te maken van artikel 93 van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟, samen gelezen met artikel 3, § 7, van het koninklijk besluit van 15 mei 2003 „tot regeling van de versnelde procedure in geval van beroep bij de Raad van State tegen sommige beslissingen van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten en de Nationale Bank van België‟.

XIV-36.927-6/7

De nietigverklaring van de bestreden beslissing heeft tot gevolg dat de door verzoeker ingediende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing geen voorwerp meer heeft.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.

2. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.

3. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Kaat Leus, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Kaat Leus

XIV-36.927-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.277