Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.276 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.276 Généré par l'IA

Court dismisses appeal as inadmissible for requesting a new factual assessment of professional reliability.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.276
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request to annul the FSMA's refusal to register a new insurance intermediary firm. The applicant argued that the previous rejection of a key individual was unjustified, but the court found the arguments vague and lacking specific legal grounds. Consequently, the court ruled that it lacks jurisdiction to re-evaluate the factual dossier or substitute the administrative authority's decision on professional reliability.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 122, 19° of the Law of 2 August 2002; The Council of State cannot substitute the administrative authority to re-evaluate factual data or decide on registration refusals, rendering appeals seeking a new factual assessment inadmissible.

Mots-clés

Généré par l'IA
administrative jurisdiction professional reliability registration refusal inadmissible appeal factual re-evaluation insurance intermediary Council of State profession de la banque

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 122, 19° of the Law of 2 August 2002
Article 10, 1er paragraph, 2bis of the Insurance Intermediation and Distribution Law of 27 March 1995
Article 93 of the Decree of the Governor of 23 August 1948
Article 3, § 7 of the Royal Decree of 15 May 2003
article3
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

nr. 239.276 van 3 oktober 2017

in de zaak A. 222.141/XIV-37.413

In zake : de BVBA ASSURCOM

Woonplaats kiezend te 9400 Ninove Abdijstraat 8

tegen :

de AUTORITEIT VOOR FINANCIËLE DIENSTEN EN

MARKTEN (FSMA)

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Dorian Pycke kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 4 mei 2017, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing TI_TPC/KL41678/MEASURES 2017-002495 d.d. 19/04/2017 van de FSMA, Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, m.b.t. de maatregel waarbij [verzoeker] de inschrijving wordt geweigerd in het register van de verzekeringstussenpersonen in de categorie van verzekeringsmakelaar”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld.

XIV-37.413-1/7

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 september 2017.

Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Dirk Bourguignon, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Op 26 oktober 2010 wordt de inschrijving van Joeri Servranckx, die later bij de verzoekende partij wordt aangeduid als “Persoon in Contact met het Publiek” (PCP) (zie infra punt 3.3.), in het register van de verzekeringstussenpersonen als verzekeringsagent van KBC Verzekeringen nv geschrapt.

3.2. Bij brief van 4 april 2013 deelt de FSMA aan Joeri Servranckx mee dat zijn aanvraag tot inschrijving in het register van de verzekeringstussenpersonen in de categorie verzekeringsmakelaars, ingediend op 11 oktober 2012, wordt geweigerd. De FSMA oordeelt dat hij niet beschikt over de vereiste professionele betrouwbaarheid zoals bedoeld in artikel 10, 1e lid, 2bis van de op dat ogenblik vigerende wet van 27 maart 1995 „betreffende de verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen‟.

XIV-37.413-2/7

3.3. De verzoekende partij wordt opgericht in 2011 en is sedert 11 maart 2014 ingeschreven in het register van de verzekeringstussenpersonen bij de FSMA in de categorie van verzekeringsmakelaar onder het FSMA-nummer 109092 A. Ten tijde van het aanvraagdossier tot inschrijving worden volgende administratieve gegevens aan de FSMA meegedeeld: (1)

effectief leider (zaakvoerder): B.V., (2) verantwoordelijke voor de distributie:

B.V., (3) controle-uitoefenend aandeelhouder: B.V. (100 %), (4) persoon in contact met het publiek: Joeri Servranckx.

3.4. Op de buitengewone algemene vergadering van 25 januari 2017

wordt B.V. ontslagen als zaakvoerder van de verzoekende partij en Joeri Servranckx wordt tot zaakvoerder benoemd.

3.5. Op 10 februari 2017 dient Joeri Servranckx een nieuwe aanvraag in tot inschrijving als verzekeringsmakelaar bij de FSMA. Bij het aanvraagdossier wordt een klacht “Assurcom – Joeri Servranckx vs. [B.V].”

gevoegd waarbij B.V. e.a. wordt verweten te pogen “om zich onrechtmatig Assurcom toe te eigenen middels listen, leugens en diefstal.”

3.6. Gedurende de behandeling van zijn aanvraag door de FSMA

worden door Joeri Servranckx bijkomende stukken ingediend.

Tijdens de zitting van de FSMA van 17 maart 2017 wordt Joeri Servranckx gehoord.

3.7. Op 19 april 2017 beslist het directiecomité van de FSMA om de aanvraag van Joeri Servranckx tot inschrijving in het register van de verzekeringstussenpersonen te weigeren omdat hij niet over de vereiste geschiktheid en professionele betrouwbaarheid beschikt, zoals opgelegd bij artikel 268, § 1, 2°, van de wet van 4 april 2014 „betreffende de verzekeringen‟.

Dit is de bestreden beslissing.

XIV-37.413-3/7

Naast de verzoekende partij benaarstigt ook Joeri Servranckx de nietigverklaring van de bestreden beslissing, evenals de schorsing van de onmiddellijke tenuitvoerlegging ervan. Die zaak is bij de Raad van State gekend onder het nummer G/A 222.145/XIV-37.415 waarin de Raad van State heden arrest nr. 239.277 heeft uitgesproken.

3.8. Nog op 19 april 2017, dit is op dezelfde dag als de bestreden beslissing, beslist het directiecomité van de FSMA eveneens om de inschrijving van de verzoekende partij in het register van de verzekeringstussenpersonen te schorsen. Die schorsing houdt een tijdelijk verbod in om activiteiten van verzekeringsbemiddeling uit te oefenen. Deze schorsingsbeslissing van de FSMA

wordt niet bestreden.

3.9. Op de terechtzitting verklaart de raadsman van de verwerende partij dat de FSMA inmiddels op 18 juli 2017 heeft beslist de inschrijving van de verzoekende partij te schrappen uit het register van de verzekeringstussenpersonen in toepassing van artikel 292, § 1, derde lid, van de wet van 4 april 2014 „betreffende de verzekeringen‟ aangezien zij nog steeds niet aan de inschrijvingsvoorwaarden voldoet. Die schrapping houdt het verbod in om activiteiten van verzekeringsbemiddeling uit te oefenen en de titel te voeren.

De verzoekende partij vordert met een op 4 augustus 2017 bij de Raad van State ingediend enig verzoekschrift de schorsing en de nietigverklaring van de genoemde schrappingsbeslissing. Deze zaak, die nog hangende is, is bij de Raad van State gekend onder het nummer G/A 222.821/XIV-37.488.

IV. Ontvankelijkheid van het beroep

4. In haar nota merkt de verwerende partij op dat de verzoekende partij geen enkele wetsbepaling, reglementaire bepaling noch algemeen rechtsbeginsel van behoorlijk bestuur aanhaalt welke naar haar inzichten zou zijn

XIV-37.413-4/7

geschonden. Het verzoekschrift komt in wezen neer op een feitelijk betoog dat de Raad van State uitnodigt tot een beoordeling in de feiten. Het komt de Raad van State niet toe om een nieuwe beslissing te nemen maar wel om een wettigheidskritiek te beoordelen die te dezen niet wordt aangevoerd.

Beoordeling

5. Te dezen betreft het ingediende verzoekschrift een annulatieberoep in de zin van artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dat, volgens artikel 122, 19°, van de wet van 2 augustus 2002 bij de Raad van State wordt ingediend volgens een versnelde procedure zoals vastgesteld door de Koning.

De uiteenzetting van de middelen is een essentieel onderdeel van het verzoekschrift niet alleen omdat het aan de verwerende partij toelaat zich te verdedigen tegen de geformuleerde grieven of wettigheidskritiek maar evenzeer omdat het de Raad van State in staat stelt de gegrondheid van de aldus aangevoerde grieven te onderzoeken. De Raad van State doet immers luidens artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State uitspraak over beroepen tot nietigverklaring, wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht. Het middel moet dan ook op zodanige wijze onder woorden worden gebracht dat de verwerende partij, het bevoegde lid van het auditoraat en de Raad van State aan de hand van wat dat verzoekschrift bevat, moet kunnen bepalen wat de grondslag is van het beroep, zonder dat de interpretatie van wat verzoeker wil, uitloopt op het maken van veronderstellingen.

De uiteenzetting van de verzoekende partij is te dezen vaag en algemeen zonder aanduiding of omschrijving van de geschonden geachte rechtsregel of het geschonden geachte rechtsbeginsel noch van de wijze waarop deze naar het oordeel van de verzoekende partij werd geschonden bij het nemen van de bestreden beslissing.

XIV-37.413-5/7

6. Bij de inleiding van de beoordeling stelt de verzoekende partij “dat de zeer concrete weergave van het gebeurde, zoals hierboven onder de feiten beschreven, wel degelijk afdoende elementen inhouden dewelke de herziening van de beslissing van 2 april 2013 kunnen rechtvaardigen”. De verzoekende partij beperkt zich tot het aanbrengen van feitelijke gegevens en stelt als algemene conclusie dat: “verzoeker [lees: Joeri Servranckx] […] wel degelijk [meent] te beschikken over de vereiste professionele betrouwbaarheid teneinde te kunnen worden ingeschreven in het register van de verzekeringstussenpersonen”.

Het is duidelijk dat de verzoekende partij van de Raad van State een nieuwe beoordeling verwacht over de voldoende geschiktheid en professionele betrouwbaarheid van Joeri Servranckx.

Nochtans is de Raad van State ook in het in artikel 122, 19°, van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde geval enkel bevoegd om de nietigverklaring uit te spreken van onwettige bestuurshandelingen. De Raad van State kan zich bijgevolg niet in de plaats stellen van de overheid om de feitelijke gegevens van een dossier te beoordelen of te beslissen een inschrijving in het register van de verzekeringstussenpersonen al dan niet te weigeren.

7. Het verzoekschrift is niet-ontvankelijk bij gebrek aan enig middel.

V. Toepassing van de korte debattenprocedure

8. Deze zaak vereist slechts korte debatten zodat er reden is om toepassing te maken van artikel 93 van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟, samen gelezen met artikel 3, § 7, van het koninklijk besluit van 15 mei 2003 „tot regeling van de versnelde procedure in geval van beroep bij de Raad van State tegen sommige beslissingen van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten en de Nationale Bank van België‟.

XIV-37.413-6/7

De nietigverklaring van de bestreden beslissing heeft tot gevolg dat de door de verzoekende partij ingediende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing geen voorwerp meer heeft.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.

2. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.

3. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie oktober tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Kaat Leus, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Kaat Leus

XIV-37.413-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.276