Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.271 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.271 Généré par l'IA

Belgian court dismisses urgent suspension request against school's orientation certificate for student with autism.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.271
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request for an urgent suspension of the orientation certificate C issued to a student with autism spectrum disorder. The school argued that the student's poor grades resulted from a lack of appropriate guidance rather than the school's fault, noting no evidence of timely intervention. The court dismissed the claim because the applicant failed to meet the cumulative conditions required under Article 17 of the Council of State laws to obtain such a suspension.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 17, §§ 1 and 4 of the coordinated Council of State laws; A suspension of execution by urgent necessity requires the simultaneous fulfillment of specific statutory conditions, which were not met in this case.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent suspension orientation certificate autism spectrum disorder educational guidance Council of State laws besoin d'une formation scolaire spéciale entraînement à l'emploi aptitude à la réadaptation

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, §§ 1 and 4 of the coordinated Council of State laws
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 239.271 van 2 oktober 2017

in de zaak A. 223.159/IX-9137

In zake: Souhaib ELOUARGAHI

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cristophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het AUTONOOM PROVINCIEBEDRIJF PROVINCIAAL

ONDERWIJS ANTWERPEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 19 september 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 30 augustus 2017 waarbij door de beroepscommissie van het au-

tonoom provinciebedrijf Provinciaal Onderwijs Antwerpen aan Souhaib Elou-

argahi een oriënteringsattest C wordt toegekend.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

IX-9137-1/12

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 september 2017, om 10.30 uur.

Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Cristophe Vangeel, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jim Deridder, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-

coördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2016-2017 ingeschreven in het eerste jaar van de derde graad, studierichting „elektrische installaties‟, be-

roepssecundair onderwijs aan de Provinciale Scholen voor Tuinbouw en Techniek, campus Boom.

Volgens verzoeker lijdt hij aan autismespectrumstoornis (hierna:

ASS), dyslexie en dysorthografie.

3.2. Verzoeker behaalt 59% op jaarbasis met volgende jaartekorten:

- technologie elektriciteit: 45%

- praktijk elektriciteit: 40%

IX-9137-2/12

3.3. Op 30 juni 2017 kent de delibererende klassenraad verzoeker een oriënteringsattest C toe. Deze beslissing luidt als volgt:

“Advies: we raden aan om over te stappen naar het deeltijds onderwijs.

Motivering: je beschikt in de huidige omstandigheden over onvoldoende basiskennis en/of maturiteit om met een behoorlijke kans op slagen een volgend leerjaar aan te vatten. Je hebt de leerplandoelstellingen niet bereikt.

[…]

- Praktijk elektriciteit en technologie elektriciteit ook niet goed.

- Twee zware onvoldoendes op examen.

- c5: denk na over jouw studiekeuze (CLW)”

3.4. Een overleg met de directie op 30 juni 2017 leidt niet tot een opnieuw samenroepen van de delibererende klassenraad.

3.5. Met een ter post aangetekende brief van 3 juli 2017 stelt de toenmalige raadsman van verzoeker beroep in bij de beroepscommissie. Hij voert het volgende aan:

“- [Verzoeker] lijdt aan een autismespectrumstoornis (ASS).

- Naar aanleiding van de oudercontacten werd aan de ouders alleen meegedeeld dat er een lichte leerachterstand was, juist als gevolg van ASS, maar dat deze zich vanzelf zou oplossen en dat bijkomende remediëring niet nodig was.

- Er is dus nooit extra zorg besteed aan [verzoeker] via de zorgleer-

krachten of begeleiders van jongeren met leerproblemen.

- Evenmin werd het CLB ingeschakeld.

- Alle problemen die hebben geleid tot de beslissing van de delibererende klassenraad zijn nu juist het gevolg van de ASS-problematiek. Maar daaraan werd door de school in het voorbije studiejaar geen aandacht besteed. Dat de school en de desbetreffende leerkrachten aan dit ASS-probleem hadden moeten trachten te remediëren wordt in de motivering van de aangevochten beslissing nergens meegenomen.

- In het verleden (2e en 3e jaar) werd GON-begeleiding gegeven en toen slaagde [verzoeker] wel. Waarom werd deze begeleiding dan niet verdergezet?

- [Verzoeker] wordt trouwens gesanctioneerd op basis van „zijn attitude‟.

Dit is onbillijk. Men straft een visueel gehandicapte toch ook niet op grond van de motivering „dat hij nog altijd slecht ziet‟…?

- En wat te denken van een leerkracht die zegt tot een leerling: „Vandaag ben ik gynaecoloog‟? Toelichting: [verzoeker] ging bijkomende uitleg vragen in verband met de leerstof elektriciteit maar de leerkracht stelde dat hij alles reeds voldoende had toegelicht en dat hij die dag geen elektriciteit gaf (maar bij wijze van boutade die dag „gynaecoloog‟ was …).”

IX-9137-3/12

3.6. Op 30 augustus 2017 heeft de zitting van de beroepscommissie plaats en worden verzoeker en zijn ouders en hun raadsman gehoord.

3.7. Met een aangetekende brief van 6 september 2017 wordt zowel verzoeker als zijn raadsman ervan in kennis gesteld dat de beroepscommissie heeft beslist het oriënteringsattest C te bevestigen. Deze beslissing luidt als volgt:

“De beroepscommissie stelt vast dat de klassenraad aan [verzoeker] het oriënteringsattest C toekende vanwege de vele, door hem behaalde tekorten. Zo heeft hij twee jaartekorten behaald op richtingspecifieke vakken, meer bepaald een jaartekort van 45% voor het vak Technologie elektriciteit en een jaartekort van 40% voor het vak Praktijk elektriciteit. Ook heeft [verzoeker] op de eerste examens voor de vakken Technologie elektriciteit en Praktijk elektriciteit res-

pectievelijk 48% en 35% behaald en op de tweede examens voor de vakken Technologie elektriciteit en Elektriciteit respectievelijk 41% en 13%. Tenslotte heeft [verzoeker] tekorten behaald op dagelijks werk voor Elektriciteit (41%

DW3), Schematekenen (47% DW4), Technologie elektriciteit (16% DW3 en 44% DW4), Praktijk elektriciteit (42% DW2, 27% DW3 en 22% DW4).

De beroepscommissie meent dat er gespreid over het schooljaar voldoende evaluatiemomenten zijn geweest.

Uit de behaalde resultaten blijkt dat [verzoeker] onvoldoende kennis en vaardigheden heeft verworven voor de richtingspecifieke vakken om met suc-

ces het volgende schooljaar aan te vangen.

De beroepscommissie treedt het argument van de ouders van [verzoeker]

niet bij dat er tijdens het schooljaar te weinig ondersteuning en begeleiding is geweest. In het eerste trimester van het schooljaar duidden de door [verzoeker]

behaalde resultaten allerminst op een probleem. Pas bij de resultaten voor DW3

is er een aanwijzing ter zake.

Met toepassing van artikel 123/15 §3, 2° van de Codex Secundair Onder-

wijs besluit de beroepscommissie, in voltallige samenstelling en bij unanimiteit, dan ook om op grond van voormelde feiten en overwegingen, het oorspronke-

lijk evaluatieresultaat te bevestigen.”

IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden

4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat min-

stens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende nood-

IX-9137-4/12

zakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.

V. Uiterst dringende noodzakelijkheid

5. De verwerende partij stelt dat zij zich “[i]nzake de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid gedraagt […] naar de wijsheid van de Raad”.

6. Wanneer een partij betreffende een bepaald punt zich gedraagt naar de wijsheid van de rechter, dan laat zij de beslissing hierover aan de rechter over.

Het is de vaste rechtspraak van de Raad van State, teneinde het dreigend verlies van een schooljaar te keren, dat de procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid het rechtsmiddel bij uitstek hiertegen is en een tijdige en afdoende bescherming kan bieden.

VI. Ernst van de middelen

A. Eerste middel

Uiteenzetting

7.1. In het eerste middel voert verzoeker de schending aan van de materiëlemotiveringsplicht en het redelijkheidsbeginsel.

7.2. Verzoeker stelt dat het argument dat er sprake zou zijn van twee jaartekorten niet door de klassenraad werd aangehaald en zijn ouders hiervan niet op de hoogte waren.

IX-9137-5/12

Tijdens dagelijks werk 3 (hierna: DW3) zijn er geen toetsen afgenomen voor „technologie elektriciteit‟ aangezien de leerkracht drie maanden afwezig was. Plots wordt op DW4 voor DW3 16/100 ingevuld voor dit vak. De ouders van verzoeker hadden hiervan geen kennis wat blijkt uit het feit dat dit rapport door hen niet ondertekend werd.

De beroepscommissie steunt haar beslissing bijgevolg op een tekort dat foutief en zonder medeweten van de ouders van verzoeker tot stand is gekomen. Zonder het betwistbaar punt voor DW3 ligt er slechts één tekort voor.

7.3. Tevens is de bestreden beslissing volgens verzoeker gesteund op tekorten op dagelijks werk voor „elektriciteit‟ en „schematekenen‟. Voor deze vakken liggen geen jaartekorten voor. Er kan dan ook niet worden opgemaakt waarom deze tekorten op dagelijks werk een impact dienen te hebben op de be-

slissing tot het toekennen van een oriënteringsattest C. Verzoeker vindt dit ken-

nelijk onredelijk.

Beoordeling

8.1. Met de verwerende partij wordt aangenomen dat verzoeker ge-

acht moet worden op de hoogte te zijn geweest van de twee tekorten via zijn rap-

port waarop alle resultaten staan vermeld.

Zelfs indien dit niet zo zou zijn, verandert het niets aan het ma-

teriële gegeven dat de tekorten er zijn en de beroepscommissie derhalve niet op foutieve gegevens steunt.

Het heeft daarbij geen belang of de klassenraad deze twee jaar-

tekorten al dan niet in zijn motivering voor het oriënteringsattest C heeft vermeld, aangezien ingevolge de zogenaamde devolutieve werking van het georganiseerd administratief beroep de beslissing van de klassenraad uit het rechtsverkeer is

IX-9137-6/12

verdwenen en de beslissing van de beroepscommissie in de plaats ervan is geko-

men.

8.2. Voor zover verzoeker aanvoert dat er geen resultaten zouden mogen worden vermeld voor DW3 voor het vak „technologie elektriciteit‟ en er bijgevolg slechts één tekort zou voorliggen, moet worden vastgesteld dat verzoe-

ker dit middel niet lijkt te hebben opgeworpen voor de beroepscommissie zodat het in de voorliggende procedure niet op ontvankelijke wijze voor het eerst kan wor-

den aangevoerd.

8.3. In de mate dat verzoeker aanvoert dat de bestreden beslissing mede gesteund is op tekorten op dagelijks werk voor „elektriciteit‟ en „schemate-

kenen‟ terwijl er geen jaartekorten voor die vakken voorliggen, zodat het onrede-

lijk is deze mede in ogenschouw te nemen voor het toekennen van een oriënte-

ringsattest C, moet worden gesteld dat de beroepscommissie prima facie deze resultaten wel bij haar beoordeling mag betrekken.

De beroepscommissie heeft immers in de eerste plaats vastge-

steld dat voor twee richtingspecifieke vakken een jaartekort is behaald, namelijk 45% voor het vak „technologie elektriciteit‟ en 40% voor het vak „praktijk elek-

triciteit‟. Het is haar verder niet verboden om ook oog te hebben voor het gedu-

rende het schooljaar afgelegde parcours met tekorten op DW en examens die haar beeld en voornemen kunnen versterken om op basis van voormelde jaartekorten, te oordelen dat verzoeker de leerplandoelstellingen in onvoldoende mate heeft be-

reikt en haar ertoe te brengen een oriënteringsattest C toe te kennen.

9. Uit wat voorafgaat volgt dat het eerste middel niet ernstig is.

IX-9137-7/12

B. Tweede middel

Uiteenzetting

10.1. In het tweede middel voert verzoeker de schending aan van de formele- en de materiëlemotiveringsplicht.

10.2. Volgens verzoeker geeft de bestreden beslissing geen “globale”

beoordeling zoals nochtans vereist is om een oriënteringsattest C te rechtvaardigen en is geen rekening gehouden met de ingeroepen elementen om alsnog een oriën-

teringsattest A toe te kennen. Er is nochtans duidelijk en uitgebreid aangekaart dat het ontbreken van een gepaste begeleiding via GON, CLB, alsook van de normale ondersteuning die van leerkrachten kan worden verwacht ten aanzien van leer-

lingen met een beperking, onmiskenbaar invloed heeft gehad op de punten van verzoeker.

Ook voor de klassenraad (lees: de directeur) is aangevoerd dat de punten gesteund zijn op attitude en daarbij geen rekening is gehouden met de problematiek van verzoeker, namelijk de “kenmerken van ASS”. Het wegvallen van de begeleiding die er de voorgaande jaren wel was, staat volgens verzoeker “in oorzakelijk verband […] met de plotse lagere scores”.

Voorts stelt verzoeker dat in het verzoekschrift voor de be-

roepscommissie is aangevoerd dat in het verleden, namelijk in het tweede en het derde jaar, GON-begeleiding werd gegeven en dat verzoeker toen wel slaagde en dat hij nu is “gesanctioneerd op basis van „zijn attitude‟”, wat onbillijk is.

Daarnaast benadrukt verzoeker dat in een stuk neergelegd door zijn raadsman op de zitting van de beroepscommissie, met betrekking tot de vak-

commentaar “Aandachtiger zijn […] zal je betere punten opleveren” erop gewezen is dat verzoeker dat niet eigenhandig kan verhelpen. Volgens verzoeker geeft dit aan dat in de eigen vakcommentaar zelf duidelijk de koppeling is gemaakt tussen

IX-9137-8/12

kenmerken van ASS en de lagere punten. In de bestreden beslissing is hierover enkel gesteld:

“De beroepscommissie treedt het argument van de ouders van [verzoeker]

niet bij dat er tijdens het schooljaar te weinig ondersteuning en begeleiding is geweest.”

Volgens verzoeker is er dan ook niet geantwoord op de bezwaren in verband met de correlatie tussen symptomen van ASS en het verlies van punten, evenmin op het verband tussen de terugval in de punten en het wegvallen van begeleiding door de zorgleerkracht en het CLB en evenmin op het gegeven dat verzoeker zonder problemen slaagde de afgelopen jaren toen hij de correcte be-

geleiding kreeg. De school had bijgevolg “remediëring” moeten aanbieden.

Beoordeling

11. Volgens verzoeker schendt de bestreden beslissing de formele-

en de materiëlemotiveringsplicht omdat geen beoordeling in globo is gemaakt zoals nochtans vereist om een oriënteringsattest C te rechtvaardigen en evenmin is rekening gehouden met de ingeroepen elementen om alsnog een oriënteringsattest A toe te kennen, zijnde de door verzoeker aangebrachte argumenten welke allen verband houdend met ASS en met de nood aan begeleiding. Hij stelt in essentie dat het ontbreken van de gepaste begeleiding een onmiskenbare invloed heeft gehad op de punten.

12.1. De formelemotiveringsplicht legt aan de beroepscommissie niet de verplichting op om alle grieven opgeworpen door de leerling afzonderlijk te beantwoorden. Het volstaat daarentegen indien in de beslissing zelf de motieven worden opgenomen die de beslissing kunnen dragen.

12.2. De beroepscommissie heeft in verband met het ontbreken van de gepaste begeleiding en de weerslag daarvan op de punten van verzoeker als volgt geantwoord:

IX-9137-9/12

“De beroepscommissie treedt het argument van de ouders van [verzoeker]

niet bij dat er tijdens het schooljaar te weinig ondersteuning en begeleiding is geweest. In het eerste trimester van het schooljaar duidden de door [verzoeker]

behaalde resultaten allerminst op een probleem. Pas bij de resultaten voor DW3

is er een aanwijzing ter zake.”

Dat motief op zich volstaat om de beslissing op dat punt te kunnen dragen.

13.1. Verzoeker klaagt uitgebreid het ontbreken van de gepaste bege-

leiding aan en stelt dat het ontbreken ervan een onmiskenbare invloed heeft gehad op de punten.

Zoals de Raad van State al in tal van arresten heeft overwogen, is het, in beginsel, één zaak of een leerling bewezen heeft de van hem verlangde kennis en kunde te bezitten, een andere, als hij die kennis en kunde niet blijkt te bezitten, wie daarvoor de schuld draagt. Deze laatste kan diegene zijn die hem op het examen heeft voorbereid door bij die voorbereiding in gebreke te blijven.

Zelfs indien een leerling de school terecht zou verwijten niet tijdig over problemen te hebben gecommuniceerd en geïnformeerd, niet in de passende begeleidingsmaatregelen te hebben voorzien of ze niet te hebben toe-

gepast of aangepast, dan kan dat hoogstens betekenen dat de school schuld of mede schuld draagt aan het minder gunstige eindresultaat van die leerling, maar kan zulks dit eindresultaat niet meer zo beïnvloeden dat het gunstiger wordt. Met an-

dere woorden wordt niet dadelijk gezien hoe een eventuele tekortkoming in de begeleiding tijdens het schooljaar ertoe moet leiden het uiteindelijke resultaat als beter te evalueren dan wat er is geleverd.

13.2. Uit het dossier komt niet naar voren dat tegen het ontbreken van de gepaste begeleiding tijdig werd gereageerd of hoe, in voorkomend geval, dit concreet geschiedde. Het pas aanhalen hiervan voor de beroepscommissie en voor de Raad van State, voor zover dit nog op ontvankelijke wijze zou kunnen zijn

IX-9137-10/12

aangevoerd, laat niet toe een ander licht op de geleverde studieresultaten te kunnen werpen.

Bovendien kan met de verwerende partij worden meegegaan dat het aanspreken van het CLB, wat verzoeker preciseerde voor de beroepscommis-

sie, ook door verzoeker kon gebeuren terwijl voor het overige niet wordt ingezien hoe de leerkrachten verzoeker anders en beter konden begeleiden, alleszins wordt door verzoeker niet geconcretiseerd wat hem voor ogen staat dat niet zou zijn nagekomen bij wat hij noemt een “normale ondersteuning […] van leerkrachten”.

Ten overvloede wordt alleszins niet aangetoond dat het ver-

meende falen van de school in een rechtstreeks verband te brengen zou zijn met de onwettigheid van de bestreden beslissing.

13.3. Waar verzoeker nog stelt gesanctioneerd te worden op basis van zijn “attitude”, terwijl het om ASS gaat, maakt inderdaad het feit dat de attitude voor een deel zou zijn verwerkt in de cijfers voor dagelijks werk, geen onregel-

matigheid uit, aangezien bij de aanvang van het schooljaar wel betere rapportcij-

fers voorliggen, zodat de link met ASS niet direct aantoonbaar is.

14. Uit wat voorafgaat volgt dat het tweede middel niet ernstig is.

15. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst drin-

gende noodzakelijkheid worden toegewezen.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

IX-9137-11/12

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 2 oktober 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.

De griffier De voorzitter

Tiny Temmerman Bruno Seutin

IX-9137-12/12

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.271