Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.234 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.234 Généré par l'IA

Court dismisses urgent suspension request after administrative authority voluntarily withdraws the contested contract award decision.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.234
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's urgent request to suspend the execution of a public procurement contract award decision. The Brussels Institute for Environmental Management had withdrawn the contested decision on July 19, 2017, rendering the applicant's claim without subject matter. Consequently, the court ruled that the applicant had lost their interest in the proceedings and ordered the respondent to bear the associated legal costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 30/1 of the coordinated Council of State laws and Article 67 of the Regent's decree of 23 August 1948; If an administrative authority voluntarily withdraws the contested decision, the applicant loses their interest in the proceedings, and the court may dismiss the request while awarding costs to the withdrawing authority.

Mots-clés

Généré par l'IA
administrative withdrawal loss of interest urgent suspension public procurement costs allocation subject matter voluntary revocation droit de traduction

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 30/1 of the coordinated Council of State laws
Article 67 of the Regent's decree of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 239.234 van 28 september 2017

in de zaak A. 222.486/XII-8395

In zake: de BV TRANSLAVIC

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D‟Hooghe, Leen De Vuyst en Alexandre Peytchev kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het BRUSSELS INSTITUUT VOOR MILIEUBEHEER

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marie Vastmans en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 23 juni 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de integrale gunningsbeslissing van het BIM d.d. 17 mei 2017 houdende de gunning van de overheidsopdracht voor diensten inzake de „vertaling van Nederlandse, Franse en Engelse teksten‟ aan IGTV (percelen 1 en 3) en Production (perceel 2)”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 238.792 van 7 juli 2017 is het debat heropend.

XII-8395-1/3

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 september 2017, om 10.00 uur.

Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Alexandre Peytchev, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Anthony Poppe, die loco advocaat Marie Vastmans verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Inge Vos heeft een eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Intrekking van de bestreden beslissing

3. 1. Met een beslissing van 19 juli 2017 van de Brusselse minister van Leefmilieu is de bestreden beslissing ingetrokken.

3.2. De vordering is bijgevolg zonder voorwerp, minstens heeft de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren.

IV. Kosten

4.1. In de gegeven omstandigheden past het de kosten inzake het rolrecht ten laste van de verwerende partij te leggen.

4.2. Er is te dezen tevens grond om met toepassing van artikel 30/1

van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 67 van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe te kennen, nu zij door de intrekking van de betreden beslissing als de in het gelijk gestelde partij

XII-8395-2/3

dient te worden beschouwd.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel in openbare terechtzitting van 28 september 2007, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Dierk Verbiest

XII-8395-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.234