Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.206 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.206 Généré par l'IA

ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.206 · Conseil d'État

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.206
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

Het beroep, ingesteld op 22 april 2016, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van verwerende partij d.d. 22 februari 2016 waarbij geen afwijkende openingsuren voor de nachtwinkel van verzoekende partij worden toegekend”.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.206 · Conseil d'État: goedgekeurde artikel 89quater van de politieverordening alleen maar de loutere bevestiging is van het op 6 oktober 2014 aangenomen artikel 85quater én uit de onwettigheid van dat artikel 85quater, zoals die door de Raad van State werd vastgesteld in zijn arrest tot schorsing van de weigering van het college van burgemeester en schepenen van 6 november 2014 om ruimere openingsuren toe te staan.

Mots-clés

Généré par l'IA
prolongation des heures d'ouverture travail de nuit autorisation de travail dominical période de présence obligatoire suspension du droit de visite interdiction des débits de boisson
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Xe KAMER

nr. 239.206 van 26 september 2017

in de zaak A. 219.142/X-16.610.

In zake : de BVBA TAHA ALIMENTATION

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-Marie Mommens kantoor houdend te 1050 Brussel Waterloosesteenweg 612

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de GEMEENTE SINT-GENESIUS-RODE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Lindemans kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 22 april 2016, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van verwerende partij d.d. 22 februari 2016

waarbij geen afwijkende openingsuren voor de nachtwinkel van verzoekende partij worden toegekend”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld.

X-16.610-1/6

De verwerende partij en verzoekster hebben een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 september 2017.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Joy Moens, die loco advocaat Jean-Marie Mommens verschijnt voor verzoekster, en advocaat Kurt Stas, die loco advocaat Dirk Lindemans verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Op 6 oktober 2014 beslist de gemeenteraad van Sint-Genesius-

Rode de algemene politieveordening van 23 oktober 2007 aan te passen en aan te vullen met een nieuw artikel 85quater. Het artikel verbiedt de toegang van de consument tot nachtwinkels vóór 18.00 u en na 22.00 u; ten uitzonderlijken titel kan het schepencollege ruimere openingsuren voor een nachtwinkel toestaan.

Het college van burgemeester en schepenen beslist op 6 november 2014 geen afwijking toe te staan wat de openingsuren betreft van verzoeksters nachtwinkel, Trilpopulierenlaan 2 te Sint-Genesius-Rode.

Die beslissing wordt op vraag van verzoekster door de Raad van State in haar tenuitvoerlegging geschorst op 9 december 2014, bij arrest

X-16.610-2/6

nr. 229.493, om reden, onder meer, dat de beslissing “lijkt te berusten op een onwettige aanvulling van het politiereglement”.

4. De gemeenteraad keurt op 15 december 2015 een “nieuwe gecoördineerde politieverordening” goed. Artikel 89quater ervan is, naar de woorden van de verwerende partij, “enkel een hernummering van het voormalige artikel 85quater”.

In een schrijven van 1 februari 2016 aan het college van burgemeester en schepenen van de verwerende partij deelt verzoekster mee dat zij in een dagblad las dat de gemeente “een nieuw politiereglement” heeft aangenomen waarin de bestaande sluitingsuren worden behouden, maar niet voor verzoeksters nachtwinkel die langer zou mogen openblijven. Verzoekster vraagt om te willen bevestigen dat het artikel 89quater niet op haar nachtwinkel van toepassing is, en indien wel om dan ruimere openingsuren toe te staan.

De verwerende partij antwoordt op 22 februari 2016 wat volgt:

“De gemeenteraad keurde effectief een nieuwe gecoördineerde politieverordening goed op 15 december 2015 welke inmiddels in werking is getreden. De bepaling betreffende de openingsuren van een nachtwinkel (huidig artikel 89quater) is ongewijzigd gebleven.

Wat het standpunt van de gemeente betreft in uw dossier verwijzen we naar de huidige stand van zaken in de procedure hangende voor de Raad van State. Wij zullen ons schikken naar de uitspraak.”

5. Bij arrest nr. 235.053 van 14 juni 2016 vernietigt de Raad van State het gemeenteraadsbesluit van 6 oktober 2014 tot aanvulling van het politiereglement met een artikel 85quater.

Op 20 juni 2017 vernietigt de Raad van State, bij arrest nr. 238.582, de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 6 november 2014 om verzoekster geen afwijking toe te staan met betrekking tot de openingsuren van haar nachtwinkel aan de Trilpopulierenlaan 2.

X-16.610-3/6

IV. Ontvankelijkheid

Standpunt van de partijen

6. De verwerende partij betwist dat de bestreden beslissing een aanvechtbare rechtshandeling is. De brief van 22 februari 2016 bevat “enkel een standpuntbepaling”. Er blijkt volgens de verwerende partij uit “dat de verwerende partij omtrent deze aangelegenheid geen nieuwe beslissing wenste te nemen en heeft genomen na een nieuw onderzoek van de zaak”. Er zou ten andere op 22 februari 2016 geen vergadering van het schepencollege geweest zijn.

7. Verzoekster dupliceert dat, gelet op de vermeldingen van de brief, de aangevraagde afwijkende openingsuren “dus niet toegekend worden”.

Dit is een aanvechtbare weigeringsbeslissing, net zoals de eerdere beslissing van het schepencollege van 6 november 2014.

Beoordeling

8. Naar de verwerende partij ter terechtzitting uitlegt, is de strekking van haar brief van 22 februari 2016 dat verzoekster zich niet meer aan de gemeentelijke sluitingsuren diende te houden. Dat volgde, volgens de verwerende partij, uit de omstandigheid dat het op 15 december 2015

goedgekeurde artikel 89quater van de politieverordening alleen maar de loutere bevestiging is van het op 6 oktober 2014 aangenomen artikel 85quater én uit de onwettigheid van dat artikel 85quater, zoals die door de Raad van State werd vastgesteld in zijn arrest tot schorsing van de weigering van het college van burgemeester en schepenen van 6 november 2014 om ruimere openingsuren toe te staan.

9. De Raad van State neemt akte van die uitleg, maar moet wel vaststellen dat hij niet met een minimum aan zekerheid uit de brief van 22 februari 2016 kon worden afgeleid. Op het eerste gezicht wordt in de brief beaamd dat er (“effectief”) een nieuw politiereglement is, zonder dat wordt

X-16.610-4/6

aangegeven dat dit voor verzoekster zonder belang zou zijn. Ook worden verzoekster geen ruimere openingsuren toegestaan. Er wordt alleen verwezen naar een eerdere weigering, die weliswaar door de Raad van State geschorst is, maar op dat moment nog altijd bestaat.

In die omstandigheden is de brief bepaald misleidend en treft verzoekster geen verwijt dat zij er niet in gelezen heeft wat de verwerende partij er blijkens haar verklaring ter zitting mee bedoelde.

De verwerende partij mag dan wel gewild hebben met haar brief alleen een mededeling zonder rechtsgevolgen te doen, vanuit het oogpunt van verzoekster gaf de brief minstens de schijn een nieuwe weigering van ruimere openinguren in te houden.

10. Het is in het belang van de rechtszekerheid die schijn door een vernietiging uit de wereld te helpen.

Het onderzoek van de exceptie leidt bijgevolg tot de conclusie dat er reden is om de bestreden bepaling te vernietigen ten behoeve van de duidelijkheid in het rechtsverkeer.

BESLISSING

1. De Raad van State vernietigt het antwoord in de brief namens het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Genesius-Rode van 22 februari 2016 op de vraag van de bvba Taha Alimentation om haar ruimere openingsuren voor haar nachtwinkel te verlenen.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten, begroot op een rolrecht van 200 euro en een aan verzoekster verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.

X-16.610-5/6

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig september 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.

De griffier De voorzitter

Frank Bontinck Johan Lust

X-16.610-6/6

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.206