Court dismisses urgent suspension request against royal appointment of court president due to lack of urgency.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to suspend the execution of the royal decree appointing Pol Van Iseghem as president of the Commercial Court of Ghent. Although the applicant argued that her personal conflict with the appointee created an urgent need to prevent irreparable damage to her reputation and judicial independence, the court found no such urgency. The court reasoned that the normal annulment procedure would adequately address the alleged illegality and that the applicant's grievances stemmed from the underlying work relationship rather than the appointment itself.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 10 and 11 of the Code of Administrative Justice; The requirement of urgency for suspending the execution of an administrative act is not met when the applicant can seek adequate redress through the ordinary annulment procedure and the alleged harm is not irreparable or exceptional.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 239.200 van 26 september 2017
in de zaak A. 221.692/IX-9027
In zake: Marleen NUYTINCK
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Lize Vandersteegen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 13 maart 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 22 december 2016 waarbij Pol Van Iseghem wordt aangewezen tot het mandaat van voorzitter van de recht-
bank van koophandel te Gent voor een termijn van vijf jaar.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld.
IX-9027-1/7
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 september 2017.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
Advocaat Pieter Thomaes, die loco advocaten Stijn Verbist en Lize Vandersteegen verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Anthony Poppe, die tevens loco advocaat Emmanuel Jacubowitz verschijnt voor de ver-
werende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Bij koninklijk besluit van 25 april 2014 wordt Pol Van Iseghem op voordracht van de Nederlandstalige benoemings- en aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie (hierna ook: de benoemingscommissie) aangewezen tot het mandaat van voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent voor een termijn van vijf jaar.
Dat koninklijk besluit wordt door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. é.077 van 30 november 2015.
3.2. Op 8 december 2015 verzoekt de minister van Justitie de Ne-
derlandstalige benoemingscommissie om een nieuwe voordracht.
IX-9027-2/7
Op 18 december 2015 draagt deze commissie Pol Van Iseghem voor een tweede maal voor.
Op 1 februari 2016 weigert de Koning deze voordracht.
3.3. Op 4 februari 2016 verzoekt de minister van Justitie de benoe-
mingscommissie opnieuw om een voordracht.
Op 17 februari 2016 draagt deze commissie Pol Van Iseghem voor een derde maal voor en opnieuw weigert de Koning deze voordracht.
3.4. In het Belgisch Staatsblad van 13 juni 2016 wordt het mandaat van voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent opnieuw vacant verklaard.
Drie magistraten, onder wie verzoekster en Pol Van Iseghem, kandideren.
3.5. Op voordracht van de benoemingscommissie wordt Pol Van Iseghem met het thans bestreden koninklijk besluit van 22 december 2016 aan-
gewezen tot het mandaat van voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent voor een termijn van vijf jaar.
IV. Schorsingsvoorwaarden
4. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
IX-9027-3/7
V. Spoedeisendheid
Uiteenzetting
5. Verzoekster betoogt de schorsingsprocedure te voeren “teneinde gewetensnood en morele, emotionele en mentale schade in hoofde van verzoe-
kende partij te voorkomen […] nu het voor haar onbegrijpelijk is en dus ook niet te vatten en te verwerken valt dat iemand met het profiel van de benoemde, t.a.v.
welke persoon twee duidelijke inhoudelijk zeer negatieve adviezen worden uit-
gebracht, toch kan worden aangewezen als korpschef”. Het bestreden besluit strookt niet met wat zij verwacht van “een rationele benoemende overheid die ter goeder trouw in het algemeen belang […] een korpschef aanwijst”.
Haar gewetensnood is des te groter, omdat zij “uiterst waar-
dengedreven is en ethiek hoog in het vaandel draagt”. Ter ondersteuning hiervan legt zij een verklaring voor van haar Medical en Executive coach dat zij “in on-
dragelijke gewetensnood is komen te verkeren” omdat zij deze benoeming “in het geheel niet kan rijmen met haar opvatting van een correct werkende Justitie”.
Verzoekster dient zich ingevolge het bestreden besluit “te on-
derwerpen aan het hiërarchisch gezag van een korpschef die meermaals en on-
dubbelzinnig, zo valt te lezen in de adviezen van de verenigde stafhouders en de waarnemend voorzitter […], blijk heeft gegeven van een gebrek aan „betrouw-
baarheid‟”.
Verzoekster beroept zich op de “onmogelijkheid […] om zich te onderwerpen aan, en dwingende instructies en beslissingen te ondergaan van een korpschef die zonder meer blijk geeft van een minachting voor zijn collega‟s en zijn wettelijke taken als rechter enerzijds, en die zich manifest zelf niet houdt aan regels en procedures waaraan een rechter zich behoort te houden anderzijds”.
IX-9027-4/7
De morele schade die verzoekster ondervindt door het bestreden besluit bestaat erin dat zij ondergeschikte is geworden van de benoemde terwijl zij door deze laatste wordt vernederd, “gaande van de eenzijdige overplaatsing naar de afdeling Dendermonde tot het hebben van voortdurende, gerechtvaardigde […]
angst dat beloftes niet worden nagekomen en dat bijvoorbeeld verlofaanvragen of verzoeken tot overleg zonder meer zouden worden geweigerd”. Zij wordt als on-
dergeschikte “voortdurend blootgesteld […] aan de machtswillekeur en eigenge-
reidheid van de [benoemde]”.
Het tijdsverloop van de gewone annulatieprocedure is voor verzoekster “te lang om te overbruggen aangezien de gewetensnood en de morele, mentale en emotionele schade zich dan zullen hebben voorgedaan en van dien aard zullen zijn dat ze een ernstige en onherroepelijke impact zullen hebben op het functioneren van verzoekende partij als magistrate”.
De spoedeisendheid is volgens verzoekster voorts aanwezig ingevolge “[d]e nakende aanwijzing van de afdelingsvoorzitters en de machts-
overschrijding in dat verband”. Verzoekster zet vervolgens uiteen welke onwet-
tigheden volgens haar worden begaan door de benoemde in verband met de pro-
cedure tot aanwijzing van de afdelingsvoorzitters. Zij laakt dat de benoemde hierbij bovendien zijn “eigengereide, autoritaire gedrag en gebrek aan overleg”
bestendigt.
Beoordeling
6. De bestreden beslissing wijzigt de rechtspositie van verzoekster niet: zij was rechter in de rechtbank van koophandel en kan in de toekomst haar ambt blijven uitoefenen. Bij het bekleden van dit ambt mag zij de onafhankelijk-
heid in de uitoefening van haar rechtsprekende bevoegdheden claimen die de Grondwet waarborgt.
IX-9027-5/7
De bestreden beslissing brengt wel in de eerste plaats met zich mee, dat de door verzoekster beoogde wijziging in haar rechtstoestand niet wordt gerealiseerd. Aan de vaststelling dat verzoekster naast de aanwijzing grijpt, ont-
leent zij evenwel geen enkel argument om de spoedeisendheid te onderbouwen. Zo bijvoorbeeld voert zij niet aan dat over haar persoon uitzonderlijk vernederende uitspraken zijn gedaan die haar reputatie onherroepelijk zouden aantasten of dat, gelet op haar leeftijd, het tijdsverloop van de gewone procedure haar geen reële kans meer biedt om zelf nog het ambt te kunnen bekleden.
Wat haar in wezen grieft is te moeten vaststellen dat zij voortaan ondergeschikt is aan een collega waarin zij geen vertrouwen blijkt te hebben.
Dat het niet botert tussen verzoekster en de benoemde en dat zij het moeilijk heeft om “ondergeschikt” aan hem te moeten werken, is geen gevolg van het bestreden besluit per se maar vindt zijn oorzaak in de werkverhouding tussen beiden. Dit ongemak is niet uitzonderlijk en moet worden verdragen voor de tijd van de gewone annulatieprocedure – al is dat procedureverloop langer ge-
worden omdat de Raad van State zich eerst over het gebrek aan spoedeisendheid heeft moeten uitspreken en voor het onderzoek ten gronde vervolgens moet wachten tot de voortzetting van de procedure wordt gevraagd.
Voor zover zij hierbij refereert aan een bijzondere “gewetens-
nood” die haar geloof in de rechtstaat op de helling zet, alludeert zij in wezen op de onwettigheden die de benoemende overheid heeft begaan en verwart zij de schor-
singsvoorwaarde van de spoedeisendheid met de gegrondheid van de middelen.
Het normale verloop van de annulatieprocedure waarin door de wetgever is voor-
zien als rechtsbescherming tegen onwettig overheidsoptreden zal resulteren in een beoordeling van de door verzoekster aangevoerde onwettigheden. De eventueel uit te spreken nietigverklaring levert dan een adequate morele genoegdoening op. De verklaring van verzoeksters Medical en Executive coach doet niet anders besluiten.
IX-9027-6/7
Voor zover verzoekster ten slotte alludeert op handelingen die de benoemde heeft gesteld sinds zijn aanstelling, benoemt zij handelingen die niet het voorwerp van de huidige zaak zijn. Die handelingen kaderen in de procedure tot aanwijzing van afdelingsvoorzitters; ze treffen verzoekster hoogstens onrecht-
streeks en vermogen bijgevolg ook niet de spoedeisendheid van de huidige vor-
dering aan te tonen.
7. De spoedeisendheid is niet aangetoond.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 26 september 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren
IX-9027-7/7
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.200