Court dismisses appeal due to withdrawal of action and failure to pay procedural fees.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the plaintiff's withdrawal of action valid regarding the first and fourth challenged decisions. The plaintiff failed to pay the required procedural fee for the second and third decisions, leading the court to treat those appeals as non-filed. Consequently, the entire appeal was dismissed, and the plaintiff was ordered to bear the costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 59 of the Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State; Article 71 of the General Rules of Procedure: A withdrawal of action is established if not contested, and appeals without payment of fees are deemed non-filed.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 239.192 van 22 september 2017
in de zaak A. 220.338/X-16.746.
In zake : de BVBA MONROE BEACH
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nathalie Brys kantoor houdend te 9031 Drongen Kroonprinsstraat 1
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de GEMEENTE KNOKKE-HEIST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Antoon Lust en Gilles Dewulf kantoor houdend te 8310 Assebroek (Brugge)
Baron Ruzettelaan 27
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 23 september 2016, strekt tot de nietigverklaring van:
“- BESLISSING 1 : De beslissing van gemachtigd schepen van de Gemeente Knokke-Heist de Heer Anthony Wittesaele dd. 25 juli 2016, aan verzoekster ter kennis gevracht bij mail van 25 juli 2016 en bij aangetekend schrijven gedateerd op 25 juli 2016, houdende het geven van een waarschuwing;
- BESLISSING 2 : De beslissing van het college van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Knokke-Heist dd 29 juli 2016 tot weigering van de aanvraag tot verlengde opening gedurende de „Nacht van het Zoute‟, zoals medegedeeld per mail van 1 augustus 2016;
- BESLISSING 3 : De beslissing van het college van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Knokke-Heist dd. 29 juli 2016 tot weigering van de aanvraag tot verlengde opening gedurende het „Internationaal Vuurwerkfestival‟, zoals medegedeeld per mail van 2 augustus 2016;
- BESLISSING 4 : De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 15 september 2016, aan verzoekster ter kennis gebracht op 15 september 2016 om 12.15 uur, waarbij aan verzoekster het verbod om
X-16.746-1/4
het raamverkooppunt te openen werd opgelegd gedurende het weekend van 17 en 18 september 2016”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 237.075 van 17 januari 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de eerste en de vierde bestreden beslissing en tot het opleggen van de gevraagde voorlopige maatregel verworpen.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend.
Auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 59 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948
„tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 september 2017.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Onderzoek wat de eerste en de vierde bestreden beslissing betreft
3. Verzoekster heeft de schorsing van (alleen) de eerste en de vierde bestreden beslissing gevorderd.
X-16.746-2/4
De schorsing is verworpen bij arrest nr. 237.075 van 17 januari 2017.
Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting zoals bedoeld in artikel 11/3 van het algemeen procedurereglement ingediend. Zij heeft integendeel expliciet afstand gedaan van haar beroep.
4. Er is bijgevolg reden de afstand van geding vast te stellen wat de eerste en de vierde bestreden beslissing betreft.
IV. Onderzoek wat de tweede en de derde bestreden beslissing betreft
5. Het beroep tegen de tweede en de derde bestreden beslissing geeft aanleiding tot de betaling van een recht van 200 euro. Dit recht moet overeenkomstig artikel 71 van het algemeen procedurereglement worden gekweten, vóór de sluiting van het debat.
Ofschoon daar uitdrukkelijk toe uitgenodigd, heeft verzoekster niet de vereiste betaling verricht. Daar is kennelijk niet vreemd aan dat zij zich, naar haar eigen verklaring van 1 juni 2016, zonder verder belang bij de nietigverklaring is gaan achten.
6. Krachtens artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement moet het beroep wat de tweede en de derde bestreden beslissing als niet ingesteld wordt beschouwd. Wat die beslissingen aangaat, dient de zaak van de rol te worden afgevoerd.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van geding vast wat de eerste en de vierde bestreden beslissing betreft.
X-16.746-3/4
2. De Raad van State voert de zaak van de rol af wat de tweede en de derde bestreden beslissing betreft.
3. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig september 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X-16.746-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.192