Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.180 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.180 Généré par l'IA

Court lifts urgent stay order and dismisses architect's appeal after local police zone withdrew the contested decision.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.180
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State lifted the urgent stay order previously granted by a prior ruling. The local police zone had withdrawn the decision rejecting the architect firm's participation in the tender. Consequently, the court dismissed the request for suspension and ordered the opposing party to bear the legal costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 17, § 4, third paragraph of the Council of State Act; Where a party fails to file a request for annulment after an urgent stay order is granted, the Council is obliged to lift that order, especially if the contested decision is subsequently withdrawn.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent stay order lifting of suspension withdrawal of decision Council of State Act legal costs allocation procedural requirement administrative appeal clause d'architecte

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 4, third paragraph of the Council of State Act
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 239.180 van 21 september 2017

in de zaak A. 222.161/XII-8375

In zake: de BVBA ARQ ARCHITECTENSTUDIO

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de LOKALE POLITIEZONE HOVE-EDEGEM

KONTICH-LINT-AARTSELAAR (HEKLA)

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gitte Laenen en Frederick Ongena kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 9 mei 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de Lokale Politie HEKLA sine dato, genotificeerd met een aangetekend schrijven van 25 april 2017, waarbij de bvba arQ_Architectenstudio niet werd geselecteerd en haar aanvraag tot deelneming bijgevolg werd geweerd op grond van de selectieleidraad voor de overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp:

ontwerpopdracht Nieuw politiekantoor te Kontich volgens een onderhandelings-

procedure met voorafgaande bekendmaking”.

XII-8375-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 238.360 van 30 mei 2017 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 16 mei 2017 van het politiecollege van de Lokale Politiezone HEKLA waarbij het selectieverslag van 18 april 2017 wordt goedgekeurd en onder meer de bvba arQ ArchitectenStudio niet wordt geselecteerd voor de “ontwerpopdracht Nieuw Politiekantoor te Kontich”.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 september 2017.

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Glenn Declercq, die loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Fabian Swennen, die loco advocaten Gitte Laenen en Frederick Ongena verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973

3. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.

XII-8375-2/3

IV. Intrekking

4.1. Bij besluit van het politiecollege van de lokale politiezone HEKLA van 23 juni 2017 werd de bestreden beslissing ingetrokken.

4.2. In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de door de verzoekende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij.

BESLISSING

1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 238.360 van 30 mei 2017 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 september 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Johan Bovin

XII-8375-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.180