Court lifts urgent stay order and dismisses claim because defendant withdrew the contested decision.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State lifted the urgent stay order previously granted in a separate ruling. The defendant had withdrawn the contested decision regarding the contract award before this hearing. Consequently, the court dismissed the plaintiff's request for a stay of execution.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 4, third paragraph of the Laws of the Council of State; If a party requests an urgent stay of execution but fails to simultaneously request annulment of the decision, and the decision is subsequently withdrawn, the court must lift the stay order.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 239.179 van 21 september 2017
in de zaak A. 222.032/XII-8366
In zake: de NV MEYVAERT GLASS ENGENERING
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Elke Casteleyn kantoor houdend te 9160 Lokeren Antwerpse Steenweg 47
bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bettina Poelemans
tegen:
het AUTONOOM PROVINCIEBEDRIJF MUSEUM VOOR
EDELSMEEDKUNST, JUWELEN EN DIAMANT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Coen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A bus 10
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 24 april 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “1. [h]et besluit van het APB Museum voor Edelsmeedkunst, Juwelen en Diamant van 6 april 2017 houdende de beslissing tot gunning van de opdracht voor de total fit out voor de permanente collectiepresentatie DIVA aan Bruns BV te Bergeijk, Nederland en niet aan [de nv Meyvaert Glass Engineering]; alsook 2. de beslissing van 12 januari 2017 van de raad van bestuur van [het Autonoom Provinciebedrijf Museum voor Edelsmeedkunst, Juwelen en Diamant] tot goedkeuring van het bestek”.
XII-8366- 1/4
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 238.249 van 18 mei 2017 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het besluit van het directiecomité van het Autonoom Provinciebedrijf Museum voor Edelsmeedkunst, Juwelen en Diamant van 6 april 2017 houdende de gunning van de “raamovereenkomst voor de inrichting (Total Fit Out) van DIVA […] aan Bruns bv te Bergeijk, Nederland”, voor een bedrag van 4.500.000 euro, btw niet inbegrepen, en is de vordering voor het overige verworpen.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 september 2017.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Jorien Van Belle, die loco advocaat Bettina Poelemans verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Simon De Buyser, die loco advocaat Christophe Coen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
3. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om
XII-8366- 2/4
de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.
IV. Kosten
4. Bij besluit van 24 mei 2017 van het directiecomité van het Autonoom Provinciebedrijf Museum voor Edelsmeedkunst, Juwelen en Diamant werd de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsple-
gingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij.
BESLISSING
1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 238.249 van 18 mei 2017 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
XII-8366- 3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 september 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Johan Bovin
XII-8366- 4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.179