Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.178 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.178 Généré par l'IA

Court lifts urgent suspension order because plaintiff failed to request annulment of the contested decision.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.178
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State lifted the urgent suspension order previously granted against the execution of the Flemish Region's decision to exclude two construction companies. Although the suspension was initially ordered, the plaintiffs did not file a separate request for annulment of the contested decision before the hearing. Consequently, the court was legally bound to terminate the suspension under the relevant procedural rule.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 17, § 4, third paragraph of the Rules of the Council of State; If a party seeking urgent suspension fails to request the annulment of the contested decision, the Council of State must lift the suspension.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent suspension annulment request procedural obligation lifting suspension Council of State rules exclusion du soumissionnaire adjudication de marché de travaux double mise à prix

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 4, third paragraph of the Rules of the Council of State

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Arrêt nr. 238.128 van 9 mei 2017
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 239.178 van 21 september 2017

in de zaak A. 221.993/XII-8364

In zake: 1. de NV STADSBADER

2. de NV ASFALT-, WEGENIS-, en BOUWWERKEN

(ASWEBO)

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bettina Poelemans kantoor houdend te 9051 Sint-Denijs-Westrem Kortrijksesteenweg 1144G

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kris Wauters en Sophie Bleux kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 187

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 18 april 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van het Vlaams Gewest, Agentschap Wegen en Verkeer, Afdeling Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen, d.d. 30 maart 2017, waarbij wordt beslist om Aswebo nv en thv Stadsbader nv – Aswebo nv uit te sluiten door indiening van een dubbele offerte voor de overheidsopdracht voor aanneming van werken ‘N49/E34 te Maldegem: structureel onderhoud van kmpt. 61,1 tot 65,2’ (Bestek 1M3D8H/16/22) en deze opdracht te gunnen aan de nv Wegebo als laagste

XII-8364- 1/4

regelmatige inschrijver voor een bedrag van € 7 047 683,04 (btw excl.) of voor een bedrag van € 8 527 817,48 (btw incl.)”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 238.128 van 9 mei 2017 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Vlaamse Gewest van 30 maart 2017 waarbij de thv nv Stadsbader-nv Aswebo wordt “uitgesloten” en haar offerte wordt “geweerd”, en de overheidsopdracht ‘N49/E34 te Maldegem: structureel onderhoud van kmpt. 61,1

tot 65,2’ wordt gegund aan de nv Wegebo.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 september 2017.

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Fabian Swennen, die loco advocaat Bettina Poelemans verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Jorien Van Belle, die loco advocaat Kris Wauters verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

XII-8364- 2/4

III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973

3. De verzoekende partijen hebben na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.

IV. Kosten

4. Bij besluit van 29 mei 2017 van het Vlaamse Gewest werd de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van verwerende partij.

BESLISSING

1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 238.128 van 9 mei 2017 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

XII-8364- 3/4

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 september 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Johan Bovin

XII-8364- 4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.178