Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.176 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.176 Généré par l'IA

Belgian court dismisses appeal after client withdraws case, ordering them to pay opponent's legal fees.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.176
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State formally recorded the withdrawal of the appellant's lawsuit against the Building Authority. Although the appellant contested the standard legal fee of 700 euros, arguing the case was brief and no legal work had been performed, the court rejected these arguments. Consequently, the appeal was dismissed, and the appellant was ordered to pay the opponent's costs and the full statutory legal fee.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 67, § 1, first paragraph, and 68, § 1, first paragraph, of the 1948 Order on Legal Costs: When a party withdraws from proceedings, the appeal is dismissed, and the withdrawing party bears the opponent's costs and the full legal fee unless specific circumstances justify a reduction.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of proceedings legal costs allocation dismissal of appeal statutory legal fee building authority dispute adjudication de marché de travaux frais de rénovation interdiction de bâtir de droit public

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 67, § 1, first paragraph, of the 1948 Order on Legal Costs
Article 68, § 1, first paragraph, of the 1948 Order on Legal Costs
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 239.176 van 21 september 2017

in de zaak A. 222.171/XII-8376

In zake: de bvba TECTUM CONSTRUCTORS

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Schijns en Steven Menten kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de REGIE DER GEBOUWEN

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 27 april 2017, strekt tot de nietig-

verklaring van : “[d]e beslissing van de Regie der Gebouwen d.d. 09.01.2017 en het bijhorende verslag van nazicht d.d. 29.09.2016, waarbij de overheidsopdracht voor werken met als voorwerp „1180 UKKEL: Koninklijke Sterrenwacht van België, […] – vernieuwen van de dakbedekking van de telescoop 45 cm & oude Uurlokalen en de telescopen Dubbele Astrograaf en Schmidt‟, wordt gegund aan de bvba Six en de inschrijving van de bvba Tectum Constructors niet geselecteerd werd.”

II. Verloop van de rechtspleging

2. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 september 2017.

XII-8376-1/3

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Bart Vingerhoets, die loco advocaten Luc Wynant en Alexei Loubkine verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.

Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Afstand van geding

3. De verzoekende partij heeft met een brief van 16 juni 2017 aan de Raad van State medegedeeld dat zij afstand van het geding doet.

IV. Rechtsplegingsvergoeding

4. De verzoekende partij betwist een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd te zijn en vraagt ondergeschikt dat het bedrag ervan zou worden beperkt tot het minimumbedrag van 140 euro.

5. Door afstand te doen van het geding geeft de verzoekende partij haar beroep op en wordt het dus niet ingewilligd. Dit is in beginsel voldoende opdat een forfaitaire tegemoetkoming wordt toegekend in de kosten en de honoraria van de verwerende partij.

Wat de begroting van de omvang van de rechtsplegings-

vergoeding betreft voert de verzoekende partij geen omstandigheden aan die het toekennen van een rechtsplegingsvergoeding die lager is dan het in artikel 67, § 1, eerste lid, van het in het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟

XII-8376-2/3

vastgestelde en door de verwerende partij gevraagde “basisbedrag” van 700 euro verantwoorden. De argumenten van de verzoekende partij dat het dossier slechts een zeer korte tijdspanne “actief” is geweest, en dat de verwerende partij, waarvan de raadsman overigens is verschenen ter terechtzitting, niet aantoont dat zij “reeds juridische werkzaamheden heeft uitgevoerd op datum van de afstand”, volstaan daartoe niet.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsple-

gingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 september 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Johan Bovin

XII-8376-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.176