Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.156 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.156 Généré par l'IA

Court dismisses appeal against termination of employment contract after employer withdraws the contested decision.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.156
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the appeal filed by an employee against her termination from the Antwerp Care Company. The employer subsequently withdrew the contested termination decision on April 4, 2017, rendering the legal challenge moot. Consequently, the court lifted the previous suspension order and rejected the appeal, assigning the costs to the employer.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Wetten op de Raad van State, art. 90, § 1, 3de lid; When the subject matter of an administrative appeal is withdrawn by the opposing party, the appeal loses its object and must be dismissed.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of appeal mootness termination of employment loss of subject matter administrative appeal costs allocation suspension order indemnité de départ

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 90, § 1, third paragraph of the Laws of the Council of State, as coordinated on 12 January 1973
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 239.156 van 19 september 2017

in de zaak A. 217.922/IX-8784

In zake : Reinilde VAN HOOLST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Raf Jespers kantoor houdend te 2018 Antwerpen Broederminstraat 38

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het ZORGBEDRIJF ANTWERPEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annelies Verlinden kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 106

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 10 februari 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Zorgbedrijf Antwerpen van 14 december 2015 waarbij Reinilde Van Hoolst met ingang van 15 december 2015 wordt ontslagen met een opzegvergoeding ten bedrage van 21 maanden loon.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 235.250 van 28 juni 2016 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd en is de vordering tot het opleggen van een voorlopige maatregel en van een dwangsom verworpen.

IX-8784-1/4

De verwerende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.

De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld.

De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend.

Met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met één lid.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 september 2017.

Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Raf Jespers, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Linus Hoet, die loco advocaat Annelies Verlinden verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

IX-8784-2/4

III. Teloorgaan van het voorwerp van het beroep

3. De bestreden beslissing werd ingetrokken bij beslissing van de verwerende partij van 4 april 2017. Het voorliggende beroep heeft derhalve zijn voorwerp verloren en dient te worden verworpen.

IV. Kosten

4. In de gegeven omstandigheden past het de kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding die door de verzoekende partij wordt gevorderd, ten laste van de verwerende partij te leggen.

BESLISSING

1. De schorsing bevolen bij arrest nr. 235.250 van 28 juni 2016 wordt opgeheven.

2. De Raad van State verwerpt het beroep.

3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

IX-8784-3/4

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 september 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.

De griffier De voorzitter

Tiny Temmerman Bert Thys

IX-8784-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.156