Court dismisses request to suspend execution of public utility declaration due to lack of urgency.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to suspend the execution of a ministerial decision declaring sewer infrastructure a public utility. The applicant argued that construction would cause nuisance and temporarily block part of his land, but failed to prove immediate urgency. The court held that the applicant did not demonstrate a direct link between the execution and the alleged harm, nor did he substantiate the claim of imminent damage requiring suspension.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, § 1 of the Rules of Procedure of the Council of State; Suspension of execution requires proof of urgency and direct causal link between execution and harm, which the applicant failed to establish.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 239.147 van 19 september 2017
in de zaak A. 222.565/X-16.947.
In zake : Jurgen VAN KERSSCHAEVER
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Archimedesstraat 7
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij :
de NV AQUAFIN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erika Rentmeesters kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 3 juli 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “[h]et Ministerieel besluit van 17 februari 2017
waarbij de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de stad Damme van openbaar nut wordt verklaard”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
X-16.947-1/9
Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 september 2017.
Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Jonas De Wit, die loco advocaat Tom Swerts verschijnt voor verzoeker, advocaat Stijn Van Hulle, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Erika Rentmeesters, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Tussenkomst
3. Met een op 26 juli 2017 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de nv Aquafin om in het geding te mogen tussenkomen.
Er is grond om dat verzoek in te willigen.
IV. Feiten
4.1. De verzoeker is eigenaar en bewoner van een grond met woning, gelegen aan de Eienbroekstraat 26 te Oostkerke-Damme.
Het voormelde eigendom is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 april 1977
X-16.947-2/9
vastgestelde gewestplan Brugge-Oostkust gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
4.2. De tussenkomende partij stelt reeds geruime tijd te Oostkerke collectorwerken te willen uitvoeren voor de gescheiden afvoer van hemelwater en afvalwater en de verwerking van afvalwater. Het gaat meer bepaald om de aanleg van rioleringen en collectorleidingen met bijbehorende pompinfrastructuur en de bouw van een kleine waterzuiveringsinstallatie met rietvelden, die goed moet zijn voor het verwerken van een vuilvracht van maximaal 405 inwonersequivalenten.
Na een alternatievenonderzoek wordt geopteerd voor een locatie aan de Sabtsweg ter hoogte van verzoekers eigendom.
4.3. Bij arrest nr. 229.800 van 13 januari 2015 vernietigt de Raad van State op vraag van de verzoeker het besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2012 „tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester‟, in zoverre artikel 3, § 1, 7°, van het voormelde gewijzigde besluit van 5 mei 2000 bepaalt dat “de aanleg, wijziging of uitbreiding van […]
rietvelden en waterzuiveringsinstallaties met een maximale capaciteit van 1000
IE” handelingen van algemeen belang met een ruimtelijk beperkte impact zijn waarvoor in afwijking van stedenbouwkundige en verkavelingsvoorschriften een vergunning kan worden verleend.
4.4. Bij arrest nr. A/1516/0797 van 15 maart 2016 vernietigt de Raad voor Vergunningsbetwistingen (de RvVb), om reden van rechtszekerheid, de stedenbouwkundige vergunning die de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar op 3 november 2014 voor het kwestieuze project heeft verleend.
4.5. De tussenkomende partij doet van haar kant afstand van de milieuvergunning die het college van burgemeester en schepenen van de stad Damme haar op 9 september 2014 voor de kwestieuze inrichting heeft verleend.
X-16.947-3/9
De deputatie van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen neemt op 5 februari 2015 in graad van administratief beroep van deze afstand akte.
4.6. Op 13 februari 2015 verleent de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar aan de tussenkomende partij een stedenbouwkundige vergunning voor het uitvoeren van wegeniswerken die verband houden met de aanleg van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur. Op vraag van de verzoeker vernietigt de RvVb deze vergunning met zijn arrest nr. A/1617/0546 van 7 februari 2017.
4.7. Op 9 juni 2016 verleent de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar een nieuwe stedenbouwkundige vergunning voor het kwestieuze project. De verzoeker vecht deze beslissing opnieuw aan met een annulatieberoep voor de RvVb. Deze procedure is nog hangende.
4.8. Eerst op 26 januari 2016 door het college van burgemeester en schepenen van de stad Damme, en vervolgens op 14 juli 2016 in administratief beroep door de deputatie van de provincieraad van de provincie West-
Vlaanderen, bekomt de tussenkomende partij een nieuwe milieuvergunning voor de kwestieuze inrichting. De verzoeker vordert voor de Raad van State de nietigverklaring van deze beslissing (zaak A 220.279/VII-39.795). Ook deze zaak is nog hangende.
4.9. Omdat de werken voor de bouw van de inrichting plaatsvinden op (onder meer) gedeelten van twee percelen, met kadastrale nummers 65A en 65B, van de verzoeker, machtigt de daartoe bevoegde Vlaamse minister met een ministerieel besluit van 17 februari 2017 de tussenkomende partij om over te gaan tot de hoogdringende onteigening van de benodigde gronden. Op grond daarvan heeft de verwerende partij – “handelend door tussenkomst en voor rekening van” de tussenkomende partij − de gerechtelijke onteigeningsprocedure ingeleid voor de vrederechter van het derde kanton te Brugge, die met een vonnis van 28 juni 2017 de onteigening ontvankelijk en regelmatig bevindt en de
X-16.947-4/9
inbezitname van de onroerende goederen toestaat, mits betaling van een provisionele onteigeningsvergoeding aan de verzoeker.
4.10. Om de werken voor de bouw van de waterzuiveringsinstallatie uit te voeren, wenst de tussenkomende partij gebruik te maken van een tijdelijke werkzone, gelegen onmiddellijk naast het terrein van de kwestieuze inrichting, op een deel van verzoekers perceel nr. 65A. Op 10 oktober 2016 vraagt de tussenkomende partij aan de bevoegde Vlaamse minister om het kwestieuze project van openbaar nut te verklaren.
4.11. Tijdens het openbaar onderzoek dat van 21 oktober 2016 tot en met 19 november 2016 over de voormelde aanvraag wordt georganiseerd, worden geen bezwaren ingediend.
4.12. Op 17 februari 2017 verleent de Vlaamse minister van omgeving, natuur en landbouw de gevraagde verklaring van openbaar nut. De beslissing bepaalt onder meer dat een wettelijke erfdienstbaarheid van openbaar nut wordt gevestigd op het in het groen gearceerde gedeelte van het terrein zoals aangeduid op het grondinnemingsplan, en dat die erfdienstbaarheid ten behoeve van een “strook grond nodig als tijdelijke werkzone” vervalt eens de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur is opgericht.
V. Schorsingsvoorwaarden
5. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
X-16.947-5/9
VI. Spoedeisendheid
De aangevoerde spoedeisendheid
6.1. De verzoeker betoogt in zijn verzoekschrift, wat de spoedeisendheid van zijn vordering betreft, dat de tussenkomende partij kennelijk de “afwachtende houding” die zij totnogtoe aannam om de werken voor de bouw van de rioolwaterzuiveringsinstallatie aan te vatten, heeft verlaten. Dit blijkt uit de omstandigheid dat de tussenkomende partij bij hoogdringendheid de benodigde gronden voor de verwezenlijking van het project heeft laten onteigenen. Hij wijst erop dat de tussenkomende partij over een uitvoerbare stedenbouwkundige en milieuvergunning, en over “een uitvoerbare wettelijke erfdienstbaarheid” beschikt. Het zou de bedoeling zijn om de werken “nog deze zomer” te laten starten, en dit “gehaaste gedrag” zou de spoedeisendheid verantwoorden om de zaak in kort geding te behandelen.
6.2. De tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zou volgens de verzoeker “onomkeerbare schade” veroorzaken, nu hij “op een boogscheut”
van de projectsite woont en “geluids-, stof- en visuele hinder” zal ondervinden van de werken. Tevens staat nu maïs op het terrein, zodat een “verlies van de oogst” dreigt en ook het toekomstige gebruik voor landbouwdoeleinden wordt gehypothekeerd. Verder stelt de verzoeker dat hij zijn “ongestoord uitzicht op het achterliggende landschap” zal verliezen, en dat de werking van de zuiveringsinstallatie zal zorgen voor diverse vormen van hinder, zoals overlast bij het vereiste periodieke onderhoud, geur- en geluidshinder en het aantrekken van ongedierte. Ook dreigen het waardevolle landschap en het omliggende vogelrichtlijngebied geschaad te worden. De werken en de daaruit voortvloeiende hinder zijn volgens de verzoeker slechts mogelijk “mits uitvoering van de werkzone” die het voorwerp uitmaakt van de bestreden beslissing.
X-16.947-6/9
Beoordeling
7.1. Het komt er voor een verzoeker die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die hij in zijn verzoekschrift aanvoert. Dit houdt in dat het aan de verzoeker toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor hem persoonlijk veroorzaken.
In beginsel kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen over de spoedeisendheid in het verzoekschrift of de daarbij gevoegde stukken werd uiteengezet en gestaafd.
7.2. De verzoeker verzet zich blijkens de uiteenzetting in zijn verzoekschrift in hoofdzaak tegen de oprichting en de exploitatie van de kwestieuze rioolwaterzuiveringsinstallatie in de nabijheid van zijn woning. De daarmee verband houdende geur- , stof-, visuele en geluidshinder of de hinder ingevolge het aantrekken van ongedierte, die de verzoeker in zijn verzoekschrift aanvoert, zijn alle een mogelijk rechtstreeks gevolg van de tenuitvoerlegging van de voor deze installatie verleende stedenbouwkundige vergunning en/of milieuvergunning, doch niet van de bestreden verklaring van openbaar nut van de oprichting van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur. De verzoeker blijkt de voormelde vergunningen niet met een vordering tot schorsing te hebben bestreden. In zoverre ontbreekt het vereiste rechtstreeks verband tussen de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en de aangevoerde spoedeisendheid.
7.3. Ter terechtzitting houdt de verzoeker voor dat hij zich in hoofdorde tegen de werfzone zelf verzet.
Nog daargelaten de omstandigheid dat het voormelde niet uit het verzoekschrift zelf blijkt, moet met de tussenkomende partij worden
X-16.947-7/9
aangenomen dat het enig rechtstreeks gevolg van de bestreden beslissing de tijdelijke onbeschikbaarheid van een deel van verzoekers perceel 65A voor de aanwending ervan als werfzone betreft. Zoals blijkt uit artikel 2 van het beschikkende gedeelte van het bestreden besluit, “vervalt” deze erfdienstbaarheid van openbaar nut eens de werken voor de aanleg van de zuiveringsinstallatie voltooid zijn.
De verzoeker overtuigt niet dat de tijdelijke onbeschikbaarheid van een deel van zijn perceel 65A de onmiddellijke schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zou verantwoorden, temeer nu uit de bestreden beslissing zelf blijkt dat de verzoeker na afloop aanspraak zal kunnen maken op een passende schadevergoeding voor gebeurlijk geleden schade, en de verzoeker louter beweert, maar niet aannemelijk maakt, dat het toekomstige gebruik van zijn grond voor jaren gehypothekeerd wordt met “schade voor ca. 10 jaar” tot gevolg.
7.4. De verzoeker toont de spoedeisendheid van zijn vordering niet aan.
VII. Besluit
8. Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de twee cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de schorsingsvordering af te wijzen.
BESLISSING
1. Het verzoek van de nv Aquafin tot tussenkomst wordt ingewilligd.
2. De Raad van State verwerpt de vordering.
X-16.947-8/9
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien september 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Stephan De Taeye
X-16.947-9/9
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.147